Jong zoekt zin op web

Een bespreking van:

Zinzoekers op het web – internet en de verandering van geloofsbeleving. Albert Benschop & Connie Menting (Redactie). Uitgever: Skandalon.

“Alle levensbeschouwelijke en religieuze tradities en stromingen hebben inmiddels hun plek gevonden in het internetdomein. Wat hebben zij te bieden aan zinzoekers op het internet?” Die vraag staat centraal in Zinzoekers op het web. Het boek is een verzameling bijdragen over hoe mensen via internet en in het bijzonder via sociale media vorm geven aan hun levensbeschouwelijke, spirituele of religieuze inspiraties. Wat doen zinzoekers met het internet en wat doet het internet met zinzoekers?

Voor iedereen die een beeld wil krijgen van bestaande zin zoek praktijken op het web en (beginnende) reflecties daarop is dit boek een echte aanrader. De afwisseling van beschrijvende bijdragen, analyses en interviews maakt het geheel tot een prettig leesbaar boek. Zo maakt Albert Benschop een beschrijving van hoe geloofsverandering door internet kan plaatsvinden, komt Fred Omvlee in een interview aan het woord over Social Sunday, houden Ruud Verheggen en Eric van den Berg een pleidooi voor een katholieke twitterethiek en worden in weer een andere bijdrage onderzoeksprojecten besproken over mogelijkheden die het internet biedt voor migrantenjongeren.

De verschillende bijdragen in het boek maken ook duidelijk dat voortgaande beschrijvingen en analyses van praktijken van zinzoekers op het web nodig zijn. Het komt nogal eens voor dat een stellingname niet of nauwelijks van een argumentatie voorzien wordt. Een illustratie daarvan is te vinden in het hoofdstuk Internet als wereld van nabijheid: “In het digitale ‘hiernaastmaals’ onstaan online gemeenschappen van zinzoekers die de traditionele religieuze identiteiten en praktijken grondig veranderen.” Dat is op zichzelf een interessante uitspraak. Het ontbreekt in het hoofdstuk helaas aan een goede uiteenzetting van wat er dan precies verandert, hoe je dat zou moeten waarderen en op grond waarvan we deze stelling kunnen aannemen.

Wat mij in het bijzonder opvalt in het boek is dat slechts in een bijdrage uitgebreid aandacht is voor jongeren. Je zou bij een boek over internet en nieuwe media anders verwachten. Het gaat om de bijdrage van Koen Leurs, Fadi Hirzalla en Liesbet van Zoonen die in hun bijdrage stellen dat gemarginaliseerde minderheden, vooral jongeren, internetapplicaties gebruiken om hun stem te verheffen. Bijzondere aandacht geven zij aan moslimjongeren in de Nederlandse context. Aan de hand van de bespreking van bestaande literatuur lichten zij toe hoe met name jonge moslims verschillende internetapplicaties gebruiken om een eigen koers te varen in hun identiteitsontwikkeling. Zo blijkt YouTube, in tegenstelling tot traditionele media, een ruimte te zijn waarin jonge moslims kunnen uiten hoe ze hun geloof werkelijk ervaren. Datzelfde geldt voor online forumdiscussies. Met deze applicaties kunnen jonge moslims een positief tegenwicht bieden aan de constante stroom van kritiek op hun religie, aldus de auteurs.

Ik zou graag een vervolg op Zinzoekers op het web zien verschijnen. Laten we zeggen: Jong zoekt zin op web. Een boek met speciale aandacht voor jonge zinzoekers op het web. Een boek waarin webpraktijken van jonge zinzoekers grondig worden geanalyseerd en bereflecteerd.

Jos de Kock.
medewerker Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC) www.ojkc.nl

Advertenties

Authentiek zijn is je rol goed spelen

Het lijkt soms of de hele wereld het er over eens is. Wie jij werkelijk bent, je authentieke zelf, is niet gelegen in wat je allemaal doet, bijvoorbeeld het werk dat je uitoefent. Het is ook niet gelegen in wat je presteert, bijvoorbeeld je kampioenschap met de plaatselijke voetbalvereniging. Dat zijn eigenlijk maar illusies van wie je werkelijk bent. Het zijn slechts de rollen die je speelt. Je identiteit, je authentieke zelf, is echt wat anders.

Veel mensen betogen dat je werkelijke zelf van binnenuit komt: het heeft betrekking op jouw unieke drijfveren en eigenschappen. Wie jij werkelijk bent staat los van je omgeving: los van de straat waarin je woont, de mensen waarmee je werkt en de einduitslag op het scorebord. Veel christenen hebben een ander betoog: wie je werkelijk bent is wie je voor God mag of moet zijn: je authenticiteit word je geschonken. Wie je werkelijk bent is zoals God jou wil zien, bijvoorbeeld als aangenomen kind van Hem. Dat komt niet van binnenuit, maar dat word je geschonken.

Zowel de opvatting van authenticiteit van binnenuit als van authenticiteit als gift lijken me te beperkt. Mijn pleidooi is een klein eerherstel voor authenticiteit als rollenspel.

In een opvatting van authenticiteit van binnenuit staat je identiteit gelijk aan jezelf zijn in het concrete doen en laten van alledag zonder je gebonden te weten aan een gemeenschap om je heen of een traditie of groter verhaal, laat staan een God die daarin zeggingskracht heeft. “Wie ben ik?” is in deze opvatting een naar binnen gerichte vraag. En dat resulteert voor veel mensen in een enorme zoektocht. En er is letterlijk veel te koop om je bij die zoektocht te helpen. Boeken over authentiek leiderschap bijvoorbeeld. Niet per se je rol als leider maar je authentieke benadering in je leiderschap zet de boel in beweging. Of neem bijvoorbeeld opvoedingsadviezen. Als moeder of vader bereik je bij je puber niet iets vanuit je rol als ouder zondermeer, maar slechts dan wanneer je authentiek voorbeeldgedrag laat zien.

In deze voorbeelden wordt een subtiel onderscheid gemaakt tussen de ‘rol’ die je hebt of speelt en je echte authentieke zelf. Authentiek zijn staat gelijk aan ‘geen rol spelen’. De vraag is echter of authentiek zijn werkelijk betekent dat je geen rol speelt, een ander niet nadoet of je identiteit niet ontleent aan iets of iemand anders. Mijn antwoord is: nee, deze opvatting is mijns inziens te beperkt. Ik denk dat je aan het einde van de zoektocht naar binnen een verzameling eigenschappen en drijfveren vindt waarvan de oorsprong elders ligt. Ze weerspiegelen bijvoorbeeld de opvoedingsidealen van je ouders of een opstand daartegen. Ze weerspiegelen bijvoorbeeld de cultuur van de buitenwijk waarin je opgroeide of de vervreemding daarvan.

Of: wie jij werkelijk bent weerspiegelt de idealen van een levensbeschouwelijke traditie, een groter verhaal of zelfs God zelf. En dat is waar de opvatting van authenticiteit als gift op stoelt. Wie je werkelijk bent komt niet van binnenuit, maar dat word je gegeven. Authentiek zijn wordt in dit geval vaak begrepen als zijn zoals God jou ziet of ‘beoogt’. Dat is geen naar binnen gerichte zoektocht maar een naar boven gerichte zoektocht. In deze opvatting van authenticiteit wordt echter vaak de relatie tussen God en het individu uitgespeeld tegen de relatie die het individu heeft met zijn omgeving en anderen in die omgeving. En daarom komt ook deze opvatting mij te beperkt voor.

Ik denk dat aan het einde van de zoektocht naar boven een opgave klaar ligt: de opgave om mens te zijn onder de mensen en een (goed) mens te zijn voor de schepping. Het einde van deze zoektocht werpt een mens uiteindelijk terug op zijn rol in de wereld en voor anderen. Anders gezegd: God geeft niet zomaar een hoogst individueel zelf aan jou maar ook een omgeving en anderen en de relaties met die omgeving en met die anderen.

De mens heeft een rol in de wereld. Of beter gezegd: de mens heeft rollen in de wereld. En deze zijn géén illusies van wie je werkelijk bent. Het leven is een rollenspel. Niet een spel dat je werkelijke authentieke zelf maskeert. Maar een spel waarin je authentieke zelf tot uitdrukking komt. Authenticiteit is een rollenspel. Authentiek zijn is je rol goed spelen. Authentiek zijn is telefoniste zijn, de buurman zijn; het is het kampioenschap winnen, of juist verliezen; het is kind zijn, maar ook vader zijn, het is huilen maar soms ook je woede inhouden.