Volwassen worden in de kerk

In 2014 verscheen onder de titel Waarom zou je volwassen worden? een Nederlandse vertaling van het boek Why grow up? Philosophy in transit van Susan Neiman. Het boek van Neiman is een bijdrage vanuit de filosofie aan het maatschappelijke debat over wat volwassenheid inhoudt en waar volwassenheid goed voor is.

Deze zomer verscheen in het tijdschrift Radix een artikel van mijn hand onder de titel Volwassen worden in de kerk. In dat artikel ga ik in op de boodschap van het boek van Neiman en maak ik een toepassing op de context van (religieuze opvoeding in) de kerk. Ik geef daarin onder andere een schets van hoe idealen en in het bijzonder het volwassenheidsideaal functioneren in kerken.  En uiteraard ga ik in op de vraag: wat betekent volwassen worden in de kerk?

Die vraag is overigens een goede vraag om jezelf te stellen als je op wat voor manier in de kerk verantwoordelijkheid draagt voor kinder- of jeugdwerk. en het is een goede vraag om jezelf te stellen als je op wat voor manier in de kerk verantwoordelijkheid draagt voor het werken met volwassenen. Eigenlijk is Wat betekent volwassen worden in de kerk? een hele goede vraag voor de kerk in zijn geheel.

Wat betekent volwassen worden in de kerk? Zegt u het maar.

 

Naar aanleiding van:
De Kock, A. (2017). Volwassen worden in de kerk. Radix43(2), 78-84.

 

Mogelijkheid onderzoekssamenwerking kinderen/jongeren & geloof

Er is een interessante mogelijkheid tot onderzoekssamenwerking op het gebied van kinderen/jongeren & geloof:

Gepromoveerde predikanten en andere gepromoveerde theologen hebben nu de mogelijkheid om aan de PThU als geassocieerd onderzoeker te werken aan wetenschappelijk onderzoek en een wetenschappelijke publicatie.

Diverse collega’s uit de verschillende onderzoeksgroepen zijn bereid om daarin met je samen te werken. Dat geldt natuurlijk ook voor mij. Dus: ben jij gepromoveerd predikant/theoloog en geinteresseerd in verder empirisch praktisch theologisch onderzoek op het gebied van kinderen/jongeren & geloof? Neem dan gerust contact met me op. Meer informatie is hier te vinden.

Jos de Kock doet onderzoek op het terrein van kinderen/jongeren & geloof; het snijvlak van leren en vieren; vormgeving van en resultaten van catechesepraktijken; begeleiden van leerprocessen in de christelijke gemeente;  en godsdienstige vorming in geloofsgemeenschappen, waaronder scholen. Het onderzoek betreft praktisch theologisch onderzoek met een sterke empirische component en de discipline van de godsdienstpedagogiek is het specialisme van De Kock.

Working group “Children and Youth”

Glad to announce:

This month I started the Working Group “Children & Youth” within the International Academy of Practical Theology:

Working Group “Children & Youth” –  The IAPT working group of practical theological research on faith practices with children and youth

Contact: Jos de Kock 

Important part of the study of and critical reflection on practical theological thought and action is how practical theologians (scholars and practitioners alike) and religious practices of all sorts are dealing with what might be called the issue of “the next generation”. The working group “Children & Youth” is a group in which the issue of “the next generation” is addressed, directed towards international, interracial, and ecumenical dialogue and understanding.

AIM

The aim of the working group is

  • To share and discuss results of current practical theological studies in the field of faith practices with children and youth;
  • To serve scholarship in the broad field of children, youth, faith, theology and culture.
  • To interconnect the networks and resources of the discipline of religious education, the discipline of youth ministry and children’s ministry, the
  • discipline of children’s spirituality and the discipline of child and youth theology.

TASKS

  • To organize (in close cooperation with the planning committee) of a thematic papers session and/or a round table session during each IAPT conference in which the conference main theme is applied to the field of children & youth;
  • To stimulate expert/collegial meetings in between the IAPT conferences, for example during conferences of other international associations and networks;
  • To stimulate international co-authored practical theological publications in the field of faith practices with children and youth.
    All members of the IAPT are invited to join this working group and/or to share their ideas in order to achieve our aim.

(Executive Committee Liaison: Annemie Dillen)

Week van de opvoeding en Foundations of Education

Het duurt nog even, maar op 2 oktober start de jaarlijkse week van de opvoeding. Dit keer met als thema ‘buiten de lijntjes’. Het gaat dit jaar dus om out of the box denken en doen in de opvoeding. Het thema heeft ook te maken met de ontmoeting met ‘de ander’: diegene die op het eerste gezicht niet in jouw straatje past of die geen onderdeel uitmaakt van jouw ‘eigen’ groep en de comfortzone van je kind of jou als opvoeder.

Ontmoeting met ‘de ander’ is ook het thema van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association: Die start precies een maand later, op 2 november; in St Louis (Missouri). Daar zal ik een bijdrage leveren onder de titel “learning in encounter and foundations of education”. Ik zal daar twee uitgangspunten uit mijn boek Opvoeden is gekkenwerk bediscussiëren, namelijk (a) opvoeden is gericht op vrijheid en recht en (b) een kind is niet zichzelf zonder de ander. Hieronder tref je de summary aan van wat ik daar ga doen.

Het is een mooie kans om wat in technische termen begon als valorisatie project weer terug te brengen in het internationale academische discours. Zeer benieuwd wat dat weer gaat opleveren. Maar zoals gezegd: de maand daarvoor is er de week van de opvoeding. Wie weet kan daarin ook nog wat georganiseerd worden rond de thema’s ‘ontmoeting met de ander’, ‘buiten de lijntjes’ en uitgangspunten van goede opvoeding in deze tijd. Ik houd me aanbevolen.

Learning in encounter and foundations of education
Under the heading of the main theme Learning in Encounter, two of the main questions of this year’s conference are: (a) how do we deal with differences, and (b) which theological, educational, and philosophical foundations should our learning be based on? Learning in encounter and to learn from differences are at the very heart of my just published (in Dutch) book: Opvoeden is gekkenwerk – 11 uitgangspunten. In English, this reads: Raising a child is madness – 11 foundations of education. On the basis of 11 foundations, the book, from my academic, professional and personal point of view, reflects on important ideals and interests for bringing up a new generation nowadays and in the near future. These 11 foundations have both theological, educational and philosophical underpinnings and, as said, learning in encounter and learning from differences are more than once at the very heart of it.

The book is to be considered as a valorisation project of insights derived from three sources of reflection. In the first place a reflection on outcomes of my practical theological research on religious education and youth ministry practices. In the second place a reflection on what I as a religious educator at the Protestant Theological University in The Netherlands, implicitly or explicitly communicate when it comes to foundations of ‘good’ (religious) education. In the third place a reflection on my own practices as father in my own family and being a foster family for children and teenagers in vulnerable situations. I am convinced that all these reflections also borrow from insights derived from debates, interactions and research within international networks in my work, among which the Religious Education Association is an important one.

Given the main theme of the 2017 REA conference, I would like to focus in my paper presentation on two particular foundations: (2) Education is directed towards freedom and right: education is aiming at letting children become free persons who contribute to a righteous world; (3) One cannot be an individual without the other: by education a child becomes him/herself only by letting the life of others be part of his/her own life.

In this conference/paper I would like to bring back the content of the book into the academic and professional debate among religious educators by focusing on learning in encounter with the other who is different. Furthermore I would like to address in particular the ideal of freedom and the ideal of right(eousness) in this very encounter. Both theological land educational/pedagogical arguments will be elaborated. Main contribution of the paper presentation is an initiation of a fruitful discussion on foundations of education in the nowadays context worldwide.

Vrouw/Man in de kerk: meer dan ventileren van mening

Korte bespreking van

Henk Folkers, Maaike Harmsen, Almatine Leene en Maarten Verkerk (red.), Zonen & dochters profeteren: Man, vrouw & kerk (Zoetermeer: Boekencentrum, 2016), 287 p., € 19,90 (ISBN 9789023971276).

Zonen & dochters profeteren behandelt het vraagstuk van mannen en vrouwen in de gemeente van Christus vanuit verschillende benaderingen, waaronder de hermeneutiek, de geschiedenis, de wetenschap, de dogmatiek en de exegese. Het boek is tot stand gekomen door medewerking van vijfentwintig auteurs die vrijwel allemaal uit kerken komen waar vrouwen niet worden toegelaten tot alle taken, ambten en bedieningen. Het boek leest als een gezamenlijke zoektocht van deze diverse groep auteurs: een zoektocht naar antwoorden op de vraag hoe christenen en hoe de kerk dienen te denken en te handelen ten aanzien van de positie van vrouwen en mannen in de gemeente van Christus. Door deze gezamenlijke zoektocht in een boek te verslaan willen de auteurs tevens de bezinning en het gesprek over dit onderwerp in de kerk bevorderen. Het boek eindigt ook met een sterk pleidooi voor deze bezinning: door deze bezinning heen zal de kerk zich op een verantwoorde manier kunnen vernieuwen.

In diverse kerken en onder christenen in het algemeen wordt verschillend gedacht over de positie van vrouwen en mannen in de gemeente van Christus. In het boek wordt een variatie aan argumenten en argumentatielijnen beschreven die in de kerkelijke praktijk werden en zijn waar te nemen. Temidden van deze variatie is het auteurscollectief echter van meet af aan, letterlijk vanaf de eerste pagina van het ‘Woord vooraf’, transparant over de belangrijkste bevinding van haar zoektocht, namelijk: “… we zijn allemaal (weer) geraakt en verrast over hoe positief de Bijbel spreekt over het spreken en leiden van vrouwen” (p. 7). Een aantal bladzijden verder zetten de auteurs dit gegeven om in een ‘droom’, namelijk dat “… jongens en meisjes de verwachting mogen hebben dat zij later alle gaven die de Geest hun geeft voor de opbouw van de kerk mogen gebruiken” (pp. 13-14). En nog meer toegespitst: “… [V]rouwen die de gave hebben om te preken en leiding te geven, kunnen zich ontwikkelen tot vrouwen in dienst van God, zonder zich onvrouwelijk te voelen” (p. 14).

Ik vind het sterk dat Zonen & dochters profeteren op deze manier van meet af aan expliciet is over de belangrijkste kern van het betoog in het boek. Dat laat de lezer niet zelf de puzzel leggen van welke positie de auteurs innemen. Tegelijkertijd nodigt het de lezer uit bij het lezen  kritisch te volgen hoe de auteurs tot deze positie zijn gekomen en hoe hij of zij zelf een positie zou willen en kunnen verantwoorden.

Zonen en dochters profeteren behandelt uiteenlopende onderwerpen: zondeval en vloek; de rechtspositie van vrouwen in de Bijbel en de relatie tot Gods wet; de plaats en rol van vrouwen in en rondom het leven van Jezus; Pinksteren en de betekenis van de zogenaamde  ‘zwijgteksten’; Bijbelse gronden voor de invulling van de ambten in de kerk; het belangrijke woord ‘dienen’ in relatie tot het thema (on)gelijkwaardigheid; en het thema profeteren. Daarnaast bevat het boek meer informatieve hoofdstukken over sekse en sekseverschillen en over een steeds veranderende kerk. Persoonlijk vond ik deze twee laatstgenoemde hoofdstukken het minst toevoegen aan het betoog van het geheel van het boek.

Al met al is Zonen & dochters profeteren een omvangrijk verslag geworden, verdeeld in vijftien hoofdstukken met een uitgebreid notenapparaat en bibliografie. Doordat elk hoofdstuk is opgedeeld in relatief korte stukjes tekst onder heldere kopjes is het boek aantrekkelijk om te lezen en zijn specifieke onderwerpen snel gevonden. Bovendien wordt gewerkt met drie soorten kaders die helpend zijn bij het bestuderen van het onderwerp: het kader ‘Verdieping’ met aanvullend materiaal, het kader ‘Stop en denk na’ met een uitnodiging om verder door te denken over een kwestie en het kader ‘In gesprek met’ met daarin een discussie met een andere auteur.

Hoewel de auteurs tot een duidelijke positiekeuze komen, is het boek veel meer dan zomaar het ventileren van een mening in een kerkelijk debat. Het is allerminst een “dubieuze bijdrage, op het irritante af” zoals ik ergens las van iemand die zich duidelijk niet kon vinden in de positiekeuze van de auteurs. Zonen & dochters profeteren is daarentegen een serieuze, constructieve, zeer lezenswaardige bijdrage voor een ieder die zich wil laten informeren over de thematiek van man/vrouw in de kerk en zich een eigen mening in de bezinning en het gesprek daarover wil vormen.

Three new publications: Ritual, Apprenticeship & Youth Ministry research

I would like to share with you the publication of the following three research articles that might be interesting for some of you. These articles are for an important part product of reflections within our IASYM community in the past years and are (to be) published in high ranked journals. I am really happy with that. The first one on ritual, worship and learning (together with Ronelle Sonnenberg) has just been published in Studia Liturgica. The second one on apprenticeship learning is to be published in the coming months in Religious Education, where the third one which is a reflection on the empirical as starting point for youth ministry research (together with Bård Eirik Hallesby Norheim) is to be published later this year in International Journal of Practical Theology.
– De Kock, A., & Sonnenberg, P.M. (2016). Ritual links worship and learning. An empirical and theoretical contribution from the perspective of young people participating in the Lord’s Supper. Studia Liturgica, 46(1-2), 68-84
– De Kock, A. (2017). Challenges to apprenticeship learning in religious education: narrow use of the apprenticeship model and current developments in youth ministry. Accepted for publication in Religious Education.
– De Kock, A., & Norheim, B.E.H. (2017). Youth ministry research and the empirical. Accepted for publication in International Journal of Practical Theology.

 

 

Opvoeden: reken erop dat je niks terugkrijgt

In het Nederlands Dagblad van 22 maart 2017 en op dag6.nl verscheen het volgende artikel over Opvoeden is gekkenwerk.

Een kind opvoeden doe je niet even tussendoor, zegt opvoeddeskundige Jos de Kock. ‘Je moet erop rekenen dat je niks terugkrijgt.’ Jos de Kock (38) uit Gorinchem is getrouwd en vader van twee kinderen. Hij schreef een boek over opvoeden. Niet om te vertellen hoe het moet, maar om mensen aan het denken te zetten. Want waar ben je eigenlijk mee bezig en is opvoeden geen gekkenwerk? Lees hier verder

 

 

23 februari: boekpresentatie “Opvoeden is gekkenwerk”

170119-170117-a3poster-opvoedenisgekkenwerk

Voor JOP, jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk.

zak-koffie


Gefeliciteerd met 10 jaar!

Dit jaar bestaat JOP, jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk, 10 jaar. En daarom viert JOP vandaag een feestje met collega’s in het jeugdwerk.

 
Ik feliciteer JOP van harte met deze mijlpaal. En ik wens JOP zegen van God toe voor al het werk met en voor kinderen en jongeren.

 
Een jarige heeft vaak cadeauwensen. JOP heeft ook een verlangen; op de website staat het zo: Elk kind en iedere jongere weet zich door God geliefd. Dat is een verlangen waar geen andere wens tegenop kan.

 
En toch durf ik het aan om JOP vandaag met een ander cadeau te feliciteren. Een cadeau dat past bij JOP en dat past bij mij. Een cadeau waar JOP en ik samen wat mee hebben gekregen.

 
Mijn cadeau voor JOP is een zakje koffiebonen. Niet zomaar koffiebonen, maar koffiebonen van de Handege in de regio Kiambu in Kenya. De koffie groeit daar op een hoogte tussen de 1600-1800 meter op vulkanische, zanderige grond.

 
Deze koffie geeft een geurig aroma van zoete praliné. De koffie is frisfruitig met tonen van groene appels, blauwe bessen en rijpe peer. De koffie heeft bovendien een krachtige wijnachtige nasmaak.

 

Kortom: een koffie die wil gedronken worden. Maar ook een koffie die staat voor wat ik JOP toewens voor de toekomst.

 
Jeugdwerk vindt veelal niet plaats op een keurig aangeharkt perkje. Maar inderdaad op vulkanische zanderige gronden. Ik spreek de wens uit dat JOP op die gronden het zoete mag brengen. Niet belegen maar frisfruitig. Dat frisfruitige dat past bij een tienjarige. Ik wens dat JOP krachtig te werk gaat zoals de wijn dat doet: heilzaam voor lichaam, geest en ziel.

 

Het allerbeste! Met koffie en jeugdwerk beide.

 

Jos de Kock.

Opvoeden is gekkenwerk – 11 uitgangspunten

Verschijnt in februari:161101-aankondiging-als-picture