Van wie zijn de kinderen?

Whose children are they?

Dat is de titel van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association (REA), die van 10 tot 14 juli 2023 zal worden gehouden aan de Universiteit van St. Thomas in Saint Paul, Minnesota. En ik mag de programmavoorzitter van de conferentie zijn. Samen met collega’s Ronelle Sonnenberg (PThU, Amsterdam, Nederland) en Karen-Marie Yust (Presbyterian Seminary, Richmond, USA), hebben we als team deze vraag op de agenda van de conferentie gezet: Wiens kinderen zijn zij?

Maar waarom? Dat leg ik hieronder graag uitgebreid uit. En ik nodig je uit om met mij contact op te nemen als je een suggestie hebt, een urgentie kwestie zou willen aandragen voor de conferentie of anderszins ideeën hebt die je met me wilt delen.

De religieuze en godsdienstige vorming van een nieuwe generatie vindt op verschillende plaatsen plaats. In het gezin, op scholen, in het levensbeschouwelijk en godsdienstonderwijs in het bijzonder, en in geloofsgemeenschappen. Maar ook in het publieke domein, in de media en op het World Wide Web. De wijze waarop vorm wordt gegeven aan religieuze vorming is zeer divers en hangt samen met verschillende dimensies (zintuiglijk, cognitief, affectief, ervaringsgericht etc.). De opvatting dat religieuze vorming inwijding in een particuliere geloofstraditie betekent, heeft op verschillende plaatsen plaatsgemaakt voor een veelheid van andere benaderingen.

Naast inwijding functioneren ook doelstellingen zoals tot een beter zelfverstaan komen, een zinvol of doelgericht leven leiden of bijvoorbeeld het vermogen ontwikkelen om een interreligieuze dialoog aan te gaan. Een nieuwe generatie wordt opgevoed te midden van allerlei opvoeders die verschillende en soms tegenstrijdige doelstellingen hebben met betrekking tot religieuze opvoeding, uitgaande van eenzelfde verantwoordelijkheidsbesef om het kind op haar of zijn religieuze weg te (bege)leiden.

Dit roept de fundamentele en uitdagende vraag op: wie is verantwoordelijk voor de religieuze opvoeding van kinderen? Wiens kinderen zijn zij? Wie neemt uiteindelijk de leiding om een richting aan te geven in het proces van religieuze ontwikkeling van een nieuwe generatie?

Dit is zowel een beschrijvende als een normatieve vraag. Vanuit een beschrijvend perspectief kunnen we ons afvragen wie of wat de religieuze weg bepaalt die een kind of jongere gaat. Vanuit een normatief perspectief kunnen we ons afvragen wie of wat zou moeten bepalen welk religieus pad een nieuwe generatie inslaat? Zowel deze beschrijvende als deze normatieve vraag vormen de basis voor het conferentiethema, dat in drie richtingen zal worden uitgewerkt.

Ten eerste werpt de conferentie licht op kinderen en jongeren zelf: hoe beleven zij hun religieuze vorming? Wie zijn de bepalende factoren in hun ontwikkeling? Ten tweede werpt de conferentie licht op de huidige benaderingen van verschillende opvoeders. Welke opvattingen hebben opvoeders over de nieuwe generatie, over het kind, over de jongere? Welke opvoedingsidealen sturen het gedrag van opvoeders, van ouders en van jeugdwerkers in geloofsgemeenschappen? Aan wie denken opvoeders dat het kind toebehoort? Wie zijn uiteindelijk het meest sturend in hoe een kind zich ‘religieus’ ontwikkelt? Ten derde werpt deze conferentie licht op de normatieve vraag die erachter schuilgaat: wie bepaalt wat voor wie in de religieuze opvoeding? Als de particuliere religieuze traditie niet langer het doel of de bedding is van de religieuze opvoeding, wat moet dan de rol zijn van voorgangers in geloofsgemeenschappen? Wat moet de rol van de ouders zijn en hoe moeten scholen en leraren godsdienst en levensbeschouwing hun positie kiezen? Als het kind veel meer gericht moet zijn op religieus zelfverstaan: is het kind dan uiteindelijk “van zichzelf”? En wat houdt dat precies in?

Vragen in deze drie richtingen nemen we waar in het onderzoek dat we in onze eigen onderzoeksinstituten uitvoeren en we herkennen ze in de discussies die binnen REA veelvuldig worden gevoerd rond uiteenlopende thema’s. Met de samenvattende vraag “Wiens kinderen zijn zij?” stellen we een fundamentele vraag aan de orde die urgent is bij het verkennen en bevorderen van de onderling verbonden praktijken van wetenschap, onderzoek, onderwijs en leiderschap in geloofsgemeenschappen, academische instellingen en de bredere samenleving. Urgent, omdat de huidige zeer pluralistische, gefragmenteerde en soms gepolariseerde wereld ervoor zorgt dat de vraag naar gezag en verantwoordelijkheid in pedagogische relaties een grondige reflectie behoeft, zowel van professionals als van wetenschappers.

Naast een academisch en een praktijkgericht perspectief, zal de conferentie haar hoofdvraag vanuit het perspectief van verschillende disciplines benaderen. In de eerste plaats denken we aan de twee disciplines die vaak aan bod komen in REA: het pedagogisch en het theologisch perspectief. Daarnaast vraagt de vraag “van wie zijn de kinderen?” om een (ontwikkelings)psychologisch perspectief, maar ook om een godsdienstwetenschappelijk perspectief. Wat dit laatste betreft, komt het thema van de interreligieuze dialoog of het vraagstuk van de verhouding tussen staat en school en religie in verschillende contexten aan de orde. Bovendien zal de vraag vanuit een micro-, meso- en macroniveau worden behandeld.

Wij zijn ervan overtuigd dat de fundamentele vraag “Wiens kinderen zijn zij?” en het thema “verantwoordelijkheden voor de religieuze vorming van een nieuwe generatie” in meerdere religieuze tradities en op verschillende manieren actueel zijn.

The REA2023 annual meeting is prepared by Jos de Kock and Ronelle Sonnenberg of the Platform for International Research on Youth Ministry and Religious Education in Flanders and the Netherlands (in which ISREYM at ETF Leuven and OJKC at PThU are cooperating) together with Karen-Marie Yust (Presbyterian Seminary, Richmond, USA).

Spotlight

On the occasion of the Opening Academic Year 2021-2022 Evangelische Theologische Faculteit Leuven, 27 september 2021

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock

Rector

In order to be someone, more and more people seem to need to elevate themselves above other people. They do this by distancing themselves from the other person and then to discredit that other person. This is a major problem of our time.

People put themselves in the spotlight and mark others as dark; discrediting others, putting them in the dark. This occurs in a variety of ways. Racism. Persecution of religious minorities. Terrorism. Sexism. Forms of cancel culture. Violence against the most vulnerable in our communities. A denigrating attitude toward those who do not meet our standard. Inhospitality towards the foreigner, the refugee. Polarization in politics, sometimes in education.

Putting themselves in the spotlight and obscuring the other. Fortunately, this does not always lead to armed conflicts that make the news. However, on a small scale, in the daily traffic between people it does have a great impact: distinguishing yourself sharply from the other and to despise or to devalue him or her. We must not underestimate the psychological, the spiritual and the emotional effects this has on people’s lives.

Speaking of darkness and light. To the believers in Ephesus, the apostle Paul says, “you were once darkness, but now you are light in the Lord. Live as children of light”.

There is nothing self-elevating about that. Followers of Christ do not light their own spotlight. God draws His followers into the light. Walking in the light, moreover, Scripture teaches, has nothing to do with discrediting others; putting them in darkness.

The other person does not have to lose himself or herself in dealing with a follower of Christ. His or her identity does not have to merge into the darkness; to disappear into the darkness. Walking in the light means embracing the other in the light of Christ.

The ETF Leuven is celebrating its 40th anniversary. For 40 years it has made a special contribution: deepening, strengthening and equipping the worldwide Protestant-evangelical movement on an academic level. This is a contribution to churches and Christian organizations in that worldwide evangelical movement and also a contribution to the field of theology and religious studies worldwide. And very specifically: a contribution to the academy and society in Flanders.

ETF Leuven does not want to do that as a light that puts others in the shade. It does so with a fundamental willingness to engage with other institutions and partners in this.

And on an existential level, ETF Leuven does its work from the confession that it can never elevate itself, but is dependent on God’s light, God’s blessing, in everything.

We also want to practice this together in our ETF community. Our ETF community wants to be a safe environment and an excellent training institute for living out unity in diversity. A training institute where no one needs to lose himself in dealing with others. A community where we can embrace each other in who we are before God, in His light.

In a time when more and more people seem to need to put themselves in the spotlight and mark others as dark, for a theological faculty like ours, rooted in Scripture, thís is more important than ever.

I wish that this festive academic year 2021-2022 will be a light, a bright year for all: colleagues, students, and institutions and individuals in our network.

We are pleased to welcome many new students again this academic year. These students join a community with a rich history of now 40 years of academic education and research. An impression of those 40 years and what ETF Leuven stands for to this day is given in our anniversary magazine distributed on this occasion tonight.

Academic education and growth are much needed for theologians who are called to lead in churches, Christian organizations, and in broader society. ETF Leuven’s pursuit of academic excellence helps one to think one step deeper, to see one step further, and to continue to critically examine one’s own position as a theologian. In this way, theology can be sustainable theology. Meaningful for our society, for science and for the development of our students.

With these opening words and with this anniversary magazine in hand, I mark with pride and with expectation the start of an extraordinary new academic year at ETF Leuven.

Spotlight

Bij de Opening Academiejaar 2021-2022 Evangelische Theologische Faculteit Leuven op 27 september 2021

Prof. dr. A. (Jos) de Kock

Rector

Om iets voor te stellen, lijken steeds meer mensen het nodig te hebben zich te verheffen boven andere mensen. Dit doen zij door zich te distantiëren van de ander en die ander vervolgens zwart te maken. Dat is een groot probleem van deze tijd.

Mensen zetten zichzelf in de spotlight en merken anderen aan als duister; maken de ander zwart. Dat gebeurt op verschillende manieren. Racisme; vervolging van religieuze minderheden; terreur; sexisme; vormen van cancel culture; geweld tegen de meest kwetsbaren in onze gemeenschappen; een denigrerende houding jegens hen die niet aan onze norm voldoen; ongastvrijheid jegens de vreemdeling, de vluchteling; polarisatie in de politiek, soms ook in het onderwijs.

Zichzelf in de spotlight zetten en de ander duister maken. Gelukkig leidt dat niet altijd tot gewapende conflicten die de journaals halen. Echter, in het klein, in het dagelijkse verkeer tussen mensen heeft het toch grote impact: jezelf scherp onderscheiden van de ander en hem of haar min of minder achten. Wij mogen de psychologische, de geestelijke en emotionele effecten hiervan op mensenlevens niet onderschatten.

Over duister en licht gesproken. Tegen de gelovigen in Efeze zegt de apostel Paulus: “U was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere en wandel als kinderen van het licht.”

Daar is niets zelfverffends aan. Volgelingen van Christus ontsteken niet hun eigen spotlight. God trekt zijn volgelingen in het licht. Wandelen in het licht, zo leert de Schrift, heeft bovendien niets te maken met anderen zwart maken.

De ander hoeft zich niet te verliezen in de omgang met een volgeling van Christus. Zijn of haar identiteit hoeft niet op te gaan in het duister; te verdwijnen in het duister. Wandelen in het licht betekent de ander omarmen in het licht van Christus.

De ETF Leuven bestaat 40 jaar. Zij levert al 40 jaar een bijzondere bijdrage: de wereldwijde protestants-evangelische beweging verdiepen, versterken en toerusten op een academisch niveau. Dit is een bijdrage aan kerken en christelijke organisaties in die wereldwijde evangelische beweging en ook een bijdrage aan het veld van theologie en religiewetenschappen wereldwijd. En heel in het bijzonder: een bijdrage aan de academie en de samenleving in Vlaanderen.

De ETF Leuven wil dat niet doen als een licht dat anderen in de schaduw zet. Zij doet dat met een fundamentele bereidheid om daarin met andere instellingen en partners op te trekken.

En op een existentieel niveau doet ETF Leuven haar werk vanuit de belijdenis dat zij zichzelf nooit kan verheffen maar in alles afhankelijk is van Gods licht, van Gods zegen.

Dat samen optrekken willen wij ook oefenen in onze ETF gemeenschap. Onze ETF gemeenschap wil een veilige omgeving zijn en een uitgelezen oefenschool voor het uitleven van eenheid in diversiteit. Een oefenschool waar niemand zichzelf hoeft te verliezen in de omgang met anderen. Een gemeenschap waarin we elkaar voor Gods aangezicht, in Zijn licht, kunnen omarmen in wie we zijn.

In een tijd waarin steeds meer mensen het nodig lijken te hebben zichzelf in de spotlight te zetten en anderen als duister aan te merken, is d­­ít voor een theologische faculteit als de onze, geworteld in de Schrift, belangrijker dan ooit.

Ik wens dat dit feestelijke academiejaar 2021-2022 een licht jaar zal zijn voor iedereen: collega’s, studenten, en instellingen en personen uit ons netwerk.

We zijn verheugd dit academiejaar opnieuw veel nieuwe studenten te begroeten. Deze studenten voegen zich in een gemeenschap met een rijke historie van inmiddels 40 jaar academisch onderwijs en onderzoek. Een indruk van die 40 jaar en waar de ETF Leuven tot op de dag van vandaag voor staat wordt gegeven in ons jubileummagazaine dat bij deze gelegenheid wordt verspreid.

Een academische toerusting en ontplooiing is broodnodig voor theologen die geroepen zijn leiding te geven in kerken, christelijke organisaties en in de breedte van de samenleving. Het streven van ETF Leuven naar academische excellentie helpt een spade dieper te denken, een stap verder te zien en je eigen positie als theoloog kritisch tegen het licht te blijven houden. Op die wijze kan theologie duurzame theologie zijn. Betekenisvol voor onze samenleving, voor de wetenschap en voor de ontwikkeling van onze studenten. Met deze openingswoorden en met dit jubileummagazine in de hand markeer ik met trots en met verwachting de start van een bijzonder nieuw academiejaar aan de ETF Leuven.

Recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en jongerencatechese

Wat zijn recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en in jongerencatechese? Voor Ouderlingenblad schreef ik een overzichtsartikel dat ingaat op deze vragen. Via deze link is het artikel te lezen.

Via ons onderzoeksinstituut ISREYM (Institute for the Study of Religious Education and Youth Ministry) zetten we ons aan de ETF Leuven in om in samenwerking met andere instellingen academisch onderzoek naar praktijken van godsdienstige vorming en praktijken van christelijk geïnspireerd kinder- en jongerenwerk verder uit te bouwen. Ook wil het onderzoeksinstituut ISREYM “community learning” bevorderen van professionals, professionele organisaties en wetenschappers op de thema’s godsdienstige vorming en kinder- en jongerenwerk.

Naar aanleiding van: De Kock, A. (2021). Recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en jongerencatechese. Ouderlingenblad, 98(1124), 6-9.

Freedom of Religion in Europe Today

From the words of welcome at the start of the ISFORB conference on “Freedom of Religion in Europe Today: Under Critical Investigation”:

Freedom of religion: if that freedom is there in full, it is least experienced. At least: you don’t realize it’s there: freedom of religion. With the bad consequence that its importance is not always realized. In places where this freedom of religion does not exist or is under pressure, its importance is felt all the more. There, it becomes clear what is missing when this freedom of religion is not fully present.

Freedom of religion is not only an interesting or important topic to talk about, as it is at this conference. Freedom of religion is also a human experience that I would wish for everyone: it makes real life and real coexistence possible. Freedom of religion is not only the subject of academic research. It is also a condition for living out personal and communal spirituality.

As Evangelische Theologische Faculteit, Leuven, we are grateful every day that we are allowed to be a theological academy in that freedom. One of ETF Leuven’s characteristics is combining academic excellence in the broad field of theology and religious studies with a strong focus on spirituality. The fact that we at ETF Leuven can give ample attention to academic work ánd spirituality, which for us is linked to the protestant-evangelical faith tradition, has everything to do with freedom of religion, the main theme of this conference.

That is why I am glad that ETF Leuven offers space to the research institute ISFORB: the Institute for the Study of Freedom of Religion or Belief. I am extremely proud of our professor Jelle Creemers who is the director of this research institute. And I am grateful having this fantastic conference on Freedom of Religion in Europe Today at ETF Leuven these two days, which would not have happened without the expertise and efforts of Dr. Creemers.

Prof. Dr. Jos de Kock, Rector ETF Leuven.

Leidinggeven in een tijd van corona: een persoonlijke reflectie op het afgelopen jaar vanuit een normatief perspectief.

Op 25/26 februari 2021 vond een online expert meeting plaats met als thema: “International Knowledge Transfer in Religious Education & Religious Educational Leadership”. Ik was gevraagd om een bijdrage te leveren vanuit de volgende vraagstelling: Hoe geef je leiding aan een theologische faculteit ten tijde van de corona pandemie, bezien vanuit een normatief perspectief?

Hieronder kun je de uitgebreidere tekst van mijn bijdrage downloaden en lezen die tijdens de expert meeting werd bediscussieerd. Ik reflecteer daarin vanuit een persoonlijk perspectief als rector van de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven in het afgelopen jaar: een jaar dat werd gestempeld door de coronapandemie en mij uitdaagde in het innemen van en het wegen van persoonlijke, professionele en theologische normatieve posities.

De bijdrage biedt een hoogst persoonlijke reflectie op de vraag naar leidinggeven in een tijd van corona, specifiek vanuit een normatief perspectief. Het moet zeker niet gelezen worden als de enige, de beste, of zelfs maar een goede benadering. Deze bijdrage wil een uitnodiging zijn aan gesprekspartners om na te denken over eigen praktijken van leidinggeven en normatieve discoursen die daarin een rol spelen.

Download hier de bijdrage “Leadership in Theological Education in Times of Corona

Theologie temidden van kwetsbaarheid en onrecht

 

Bij de Opening Academiejaar 2020-2021 Evangelische Theologische Faculteit Leuven op 21 september 2020

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock

Rector.

De Evangelische Theologische Faculteit Leuven vangt vandaag haar werk aan in een nieuw academiejaar. Wij zien er naar uit, wij hebben er veel zin in. Tegelijkertijd voelen we de moeheid nog zitten van een intensieve tweede helft van het vorige academiejaar. Intensief, vanwege de vele aanpassingen die we van elkaar hebben gevraagd als gevolg van alle coronamaatregelen. Wij zijn bijzonder blij dat we vanaf vandaag vrijwel al ons onderwijs weer fysiek hier in ons gebouw van de ETF Leuven kunnen laten doorgaan. En mochten verstrengde maatregelen daarom vragen, staan we klaar om ons onderwijs daarop aan te passen.

Wij voelen de moeheid nog zitten. Niet alleen wij, ook vele andere onderwijsinstellingen zullen dit jaar op zoek gaan naar momenten van even bijkomen; de rust willen herwinnen. Maar als we dat doen moeten we de ogen niet sluiten voor de moeheid van anderen. Ik hecht eraan vanaf deze plek en op dit moment twee ‘anderen’ onder de aandacht te brengen.

Om te beginnen: de ‘ander’ die het kind is in onze eigen samenleving. De covid-19 pandemie heeft geleid tot vele zieken, veelal onder de kwetsbaarsten in onze samenleving; grote aantallen mensen zijn overleden als gevolg van het virus. Coronamaatregelen die ons moeten beschermen hebben echter ook geleid tot moeheid onder jonge mensen in onze samenleving. Wat werd kinderen en tieners allemaal wel niet afgenomen in de afgelopen maanden: structuur op school, gezelligheid in de ontmoeting met vrienden, sporttrainingen- en wedstrijden, gezonde afstand tot ouders, verjaardagsfeestjes, uitstapjes. De spanning, de saaiheid, de onzekerheid, de onberekenbaarheid: vermoeid werden zij er van. En in het ergste geval was het niet veilig meer, waar het wel veilig zou moeten zijn. Samen met ouders staan onderwijsinstellingen vandaag voor de grote uitdaging om er weer “te zijn” voor kinderen, voor tieners, voor jongeren.  Ik wens onze samenleving een jaar toe waarbij kinderen en jongeren de ruimte en de veiligheid weer ervaren om er te zijn, om ‘er uit’ te zijn.

En dan: De ‘ander’ die het kind is op de vlucht. Een kind met een bestaan van niks in een vluchtelingenkamp. En dan: een grote brand. Tijdens het vluchten, weer op de vlucht. Je leven niet zeker, door een onveilig land, en weer niet zeker door het vuur. En dan aan het einde van een lange dag: vermoeid gaan slapen. Op de harde, kille grond. In het ergste geval zonder eten. Wat is dit kind allemaal al niet afgenomen? Als het zijn ogen opent: wat is er dan nog om naar te kijken? Wat is er dan nog om naar uit te kijken? Waar kan het op terugkijken?

De ETF Leuven is een academische instelling voor theologisch onderwijs en onderzoek. Wat is de betekenis van zo’n instelling in de wereld van vandaag? Een global village die vermoeid gebukt gaat onder een covid-19 pandemie; een wereld die gebukt gaat onder onrecht die kinderen maakt tot vluchtelingen die hun bestaan niet zeker zijn. Waar is een theologische opleiding dan goed voor? Met de ogen kijken naar die twee ‘anderen’ roept wezenlijke bestaansvragen wakker.

Wij zijn niet in de eerste plaats een gemeenschap van theologen, academici, docenten en studenten. Wij zijn in de eerste plaats een gemeenschap van mensen. En als mensen voor Gods aangezicht zijn we geroepen om het goede te doen. Wij moeten elkaar voldoende ruimte geven om de kwetsbaren te kunnen dienen: de jonge mensen dichtbij ons die zoeken naar rust en veiligheid én de kinderen verder weg die in hun vlucht op de vlucht zijn. Onze ogen moeten daarvoor open blijven en onze handen beschikbaar.

En zo, met de ogen open naar de ander en dienend aanwezig, zijn wij ook theoloog. En wat is dan de betekenis van theologen in de wereld van vandaag? Wij willen zoeken naar wijsheid. In het bijbelboek Spreuken wordt duidelijk dat aan wijsheid de eerbiedige gehoorzaamheid aan God ten grondslag ligt. En in datzelfde bijbelboek lezen we dat dat een zoektocht is. De wijsheid moet gezocht worden als zilver, als verborgen schatten. Theologen zijn ook zoekers. Zij zoeken wijsheid in het luisteren naar de Schrift en in het handelend aanwezig zijn in de dagelijkse werkelijkheid. Tastend naar wijsheid in een pendel van luisteren en kijken, horen en handelen. Theologie mag en moet ook gaan over de vraag: wat is wijsheid bij de aanblik van vemoeide kinderen in de knel, bij de aanblik van kinderen op de vlucht? 

Wij voelen de moeheid soms zitten. Daar moeten we de ogen niet voor sluiten. Maar we sluiten ook de ogen niet voor de ander. We beseffen dan dat we bevoorrecht, gezegend zijn om in deze tijd theologische faculteit te kunnen zijn. Daarom ben ik verheugd en dankbaar om dit nieuwe academiejaar te beginnen. En ik roep ons allen op om elke dag opnieuw in de ogen van de ‘ander’ te kijken. Om om te zien naar wat kwetsbaar is. Om metterdaad te dienen. En van daaruit als theologen te blijven zoeken naar wijsheid.

Actief aarzelen: een gesprek over kerk, theologie en praktische theologie.

Op de website van het Kerkenraden Steunpunt zijn twee podcasts geplaatst waarin Klaas Quist met mij in gesprek is over kerk, theologie en de praktische theologie. Een gesprek over actief aarzelen.

Via deze link zijn de podcasts te beluisteren: 

Juist nu theologie?

Onderstaande bijdrage verscheen in het Nederlands Dagblad van 18 april 2020

Deze corona tijd lijkt voor veel kerken een “juist nu” tijd te moeten zijn: “Juist nu moeten we er als kerk voor kwetsbare mensen zijn”, “juist nu moeten we onze boodschap van hoop laten klinken”. Er is wel een enkel praktisch probleem dat om een oplossing vraagt. Hoe maak je werkelijk contact met mensen als je door thuisisolatie onbereikbaar voor elkaar bent? 

Theologen volgen met meer dan gemiddelde belangstelling de wijze waarop kerken omgaan met de uitdagingen die de corona crisis met zich meebrengt. Tegelijkertijd worden zij zelf ook geconfronteerd met vragen die de crisis aan hun eigen vakgebied stelt. Dat geldt ook voor mij. Het is nog maar een half jaar geleden dat ik bij gelegenheid van de Opening Academisch Jaar aan de ETF Leuven als praktisch theoloog en godsdienstpedagoog het belang uiteenzette van ontmoetingsleren. Ontmoetingsleren, zo betoogde ik, is theologisch en pedagogisch van belang voor (a) de theologische faculteit (b) de praktische theologie (c) levensbeschouwelijk onderwijs en (d) kerkelijk jeugdwerk. Als je bedenkt dat ik daarbij natuurlijk ook de fysieke ontmoeting op het oog had, dan zie je meteen dat door de coronacrisis die gedachte op alle vier onderdelen wordt uitgedaagd.

Bijvoorbeeld: Waar blijf je, als praktisch theoloog, als je door de huidige omstandigheden nauwelijks meer empirisch onderzoek kan verrichten? Tenminste, als je werkelijk ter plekke je oren en ogen de kost wil geven? Nu ja, genoeg vragen voor mij. En me dunkt, genoeg vragen die op elke andere collega theoloog af zullen komen in deze corona tijd. En net als bij kerken bespeur ik onder ons theologen soms ook een “juist nu” gevoel. “Juist nu kunnen we als theologen relevant zijn want iedereen zoekt nu, overmand door onzekerheid, naar houvast”. “Juist nu kunnen we de vraag naar God weer op een frisse manier op de agenda zetten: waar is Hij in deze coronacrisis?”. Allemaal “juist nu” issues die theologen uitdagen. Uitdagen om te doordenken en soms uitdagen om zich erover uit te spreken. En bij de een blijkt het pad van doordenken naar uitspreken korter dan bij de ander.

Theologen doordenken al veel langer dan vandaag vragen ten aanzien van God en het leven, inclusief crises in het leven. Voor het doordenken van deze vragen en het zoeken van (voorlopige) antwoorden is vaak een lang pad bewandeld. Omdat het tijd vraagt en een bescheiden houdinig. De werkelijkheid is complex en wie zou willen beweren dat dat niet geldt voor onderwerpen als God, onzekerheid in het leven en lockdowns? Academici en ook theologen dienen daarom bescheiden, ja zelfs aarzelend te zijn. Bescheiden en aarzelend, want zoekend en tastend. En precies zo kunnen theologen dienstbaar zijn aan kerk en samenleving.

Bij gelegenheid van diezelfde Opening Academisch Jaar een half jaar geleden pleitte ik daarom voor een academie die de neiging tot een quick fix analyse tegengaat en ruimte schept voor werkelijk goed observeren en luisteren en fundamentele aarzeling. Ook dat pleidooi wordt in deze tijd uitgedaagd: houd ik het als theoloog vol om in een ontvangende houding te blijven: wat zie ik, wat hoor ik, wat ruik ik, wat zeggen mensen, wat zie ik van de kerk, wat bespeur ik van God? Welke andere dan mijn eigen perspectieven zijn er en wat hebben die mij te zeggen? Laat ik die toe? 

Deze corona tijd is inderdaad een “juist nu” tijd. Maar dan wel zo: Juist nu komt het erop aan te ontvangen, te overdenken, te wegen, de blikrichting te verruimen, het oordeel uit te stellen. Juist nu is het een tijd van veel dingen niet te weten en je daarin te verwonderen. Een theologische faculteit en een theologische opleiding biedt hier ruimte aan. Niet juist nu, maar altijd. En nu misschien met beperkte middelen, dat dan weer wel. Aarzelend, bescheiden en ruimte en tijd biedend om te overwegen en te heroverwegen. Om niet alleen “juist nu” maar duurzaam van dienst te zijn voor kerk en samenleving. En ook kerken doen er goed aan om temidden van hernieuwd relevantiebesef en het vele regelwerk in zekere zin bescheiden te blijven: door zorgvuldig waar te nemen, te luisteren en veel dingen even niet te weten.

Prof. Dr. Jos de Kock, hoogleraar Praktische Theologie aan en Rector van de Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

 

Het lastige is niet de ander, dat ben jezelf.

In het Verus magazine “Op Adem” doe ik een boekje open over, hoe zal ik het zeggen, “wat mij beweegt”. Het artikel verscheen in de serie “De diepte in met…”. Nu ja, het is inderdaad een tekst geworden die goed is voor nadere psychologische en theologische reflectie. Ik zie de casestudies wel verschijnen :). Lees het hele artikel hier.

Tekst is van Bert van der Kruk. Foto’s zijn gemaakt door Tom van Limpt.