Christelijke volwassenheid? Over doelen in kerkelijk of christelijk jongerenwerk.

Wat is het doel van kerkelijk of christelijk jeugdwerk? Als je deze vraag stelt aan tien jeugdwerkers of aan tien voorgangers of aan tien jongeren: je krijgt vermoedelijk tien verschillende antwoorden. Hoewel je overeenkomsten zal ontdekken in de antwoorden, zal ieder antwoord een eigen accent kennen. Zomaar wat voorbeelden: in kerkelijk jeugdwerk draait het om het ontwikkelen van geloof. Het gaat in het christelijk jongerenwerk om het ontdekken van eigenwaarde. Het gaat erom dat jongeren liefde en geborgenheid ervaren. Het gaat uiteindelijk om de navolging van Christus.

Achter al deze antwoorden kunnen beelden over christelijke volwassenheid schuil gaan. Wat betekent het om als christen je te ontwikkelen naar een volwassen ‘status’? Ook het antwoord op die vraag kent vele verschillende antwoorden. Deze brede waaier aan beelden over doelstellingen en volwassenheidsidelan kom je niet alleen tegen in praktijken van jongerenwerk maar ook in de youth ministry onderzoeksliteratuur. Om daar wat meer zicht op te krijgen, en orde te scheppen, voerde ik een literatuurreview uit: een onderzoek naar wetenschappelijke studies die tussen 1996 en 2021 in peer-reviewed tijdschriften verschenen en raken aan het thema doelen van kerkelijk of christelijk jongerenwerk.

De uitkomsten van de reviewstudie zal ik binnenkort op een conferentie van de International Association for the Study of Youth Ministry in Atlanta (V.S.) presenteren. In deze blog lees je alvast een samenvatting.

Conclusie één: je vindt een enorme variëteit aan doelen van kerkelijk/christelijk jongerenwerk en/of een enorme variëteit aan hoe deze doelen worden verwoord.

Conclusie twee: de doelen kunnen globaal in drie categorieën worden ingedeeld: (a) doelen in het domein van spirituele ontwikkeling, (b) doelen in het domein van persoonlijke ontwikkeling en (c) doelen in het domein van sociale ontwikkeling. Doelen met betrekking tot spirituele ontwkkeling hebben te maken met bijvoorbeeld: ontwikkeling van geloof; vorming van identiteit (“in Christus zijn), op Christus gaan lijken; discipelschap; en het doormaken van spirituele groei. Doelen met betrekking tot persoonlijke ontwikkeling hebben te maken met zaken als ontwikkelen van zelfbewustzijn, reflexiviteit en het ontwikkelen van moreel en ethisch denken. Het domein van sociale ontwikkeling heeft betrekking op doelen die gaan over het ervaren van verbondenheid, het ontwikkelen van vertrouwen in de ander, het vermogen om te zorgen, sociale rechtvaardigheid en verzoening.

Conclusie drie: voor alle (categorieën) doelen geldt dat zij op twee manieren gericht kunnen zijn. De meest voorkomende gerichtheid die je in de literatuur aantreft is die van jongerenwerk dat bijdraagt aan de individuele ontwikkeling van individuele jonge mensen. Veel minder vaak zien we in de literatuur bereflecteerd dat doelen gericht kunnen zijn op de communale of gemeenschapsontwikkeling van de kerk of de geloofsgemeenschap.

Conclusie vier: we zien twee benaderingen van hoe het domein van spirituele ontwikkeling in verband staat tot de domeinen van persoonlijke ontwikkeling en sociale ontwikkeling. Door sommige auteurs wordt spirituele ontwikkeling als domein naast die van persoonlijke en sociale ontwikkeling geplaatst. Spirituele ontwikkeling onderscheidt zich van de andere domeinen doordat het is geworteld in een religieuze bron: een geloof in God of het transcendente. In deze benadering is het domein van spirituele ontwikkeling nevengeschikt aan andere domeinen van ontwikkeling (persoonlijke en sociale ontwikkeling) en alle samen vormen ze het geheel van menselijke ontwikkeling. Andere auteurs kiezen voor een tweede benadering waarbij spirituele ontwikkeling als een alles bepalende dimensie van menselijke ontwikkeling wordt opgevat. In deze benadering moeten doelen op het gebied van spirituele ontwikkeling holistisch worden begrepen. Deze holistische benadering heeft twee consequenties: spirituele ontwikkeling is in wezen de kern of het meest sturende onderdeel van menselijke ontwikkeling; en spirituele ontwikkeling omvat of kleurt de ontwikkeling in de andere domeinen van persoonlijke ontwikkeling en sociale ontwikkeling.

De uitkomsten van deze reviewstudie reopt een aantal vragen voor verder onderzoek op. Bijvoorbeeld: welke volwassenheidsidealen of concrete doelstellingen komen meer en minder voor in praktijken van kerkelijk/christelijk jeugdwerk en hoe kan diversiteit op dit punt worden verklaard? Op welke wijze hebben bijvoorbeeld theologische overwegingen daarin een rol; en/of welke andere factoren zijn bepalend? Een ander voorbeeld: is in de praktijk vast te stellen (en zo ja, hoe) of doelen op het gebied van spirituele ontwikkeling of groei worden bereikt? Welke betekenis kan dat hebben voor onderzoek naar de werking en effectiviteit van diverse vormen van kerkelijk/christelijk jongerenwerk en het ontwikkelen van onderzoekstinstrumenten daarvoor?

Prof. Dr. Jos de Kock

Hoogleraar Praktische Theologie, ETF Leuven.

Van wie zijn de kinderen?

Whose children are they?

Dat is de titel van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association (REA), die van 10 tot 14 juli 2023 zal worden gehouden aan de Universiteit van St. Thomas in Saint Paul, Minnesota. En ik mag de programmavoorzitter van de conferentie zijn. Samen met collega’s Ronelle Sonnenberg (PThU, Amsterdam, Nederland) en Karen-Marie Yust (Presbyterian Seminary, Richmond, USA), hebben we als team deze vraag op de agenda van de conferentie gezet: Wiens kinderen zijn zij?

Maar waarom? Dat leg ik hieronder graag uitgebreid uit. En ik nodig je uit om met mij contact op te nemen als je een suggestie hebt, een urgentie kwestie zou willen aandragen voor de conferentie of anderszins ideeën hebt die je met me wilt delen.

De religieuze en godsdienstige vorming van een nieuwe generatie vindt op verschillende plaatsen plaats. In het gezin, op scholen, in het levensbeschouwelijk en godsdienstonderwijs in het bijzonder, en in geloofsgemeenschappen. Maar ook in het publieke domein, in de media en op het World Wide Web. De wijze waarop vorm wordt gegeven aan religieuze vorming is zeer divers en hangt samen met verschillende dimensies (zintuiglijk, cognitief, affectief, ervaringsgericht etc.). De opvatting dat religieuze vorming inwijding in een particuliere geloofstraditie betekent, heeft op verschillende plaatsen plaatsgemaakt voor een veelheid van andere benaderingen.

Naast inwijding functioneren ook doelstellingen zoals tot een beter zelfverstaan komen, een zinvol of doelgericht leven leiden of bijvoorbeeld het vermogen ontwikkelen om een interreligieuze dialoog aan te gaan. Een nieuwe generatie wordt opgevoed te midden van allerlei opvoeders die verschillende en soms tegenstrijdige doelstellingen hebben met betrekking tot religieuze opvoeding, uitgaande van eenzelfde verantwoordelijkheidsbesef om het kind op haar of zijn religieuze weg te (bege)leiden.

Dit roept de fundamentele en uitdagende vraag op: wie is verantwoordelijk voor de religieuze opvoeding van kinderen? Wiens kinderen zijn zij? Wie neemt uiteindelijk de leiding om een richting aan te geven in het proces van religieuze ontwikkeling van een nieuwe generatie?

Dit is zowel een beschrijvende als een normatieve vraag. Vanuit een beschrijvend perspectief kunnen we ons afvragen wie of wat de religieuze weg bepaalt die een kind of jongere gaat. Vanuit een normatief perspectief kunnen we ons afvragen wie of wat zou moeten bepalen welk religieus pad een nieuwe generatie inslaat? Zowel deze beschrijvende als deze normatieve vraag vormen de basis voor het conferentiethema, dat in drie richtingen zal worden uitgewerkt.

Ten eerste werpt de conferentie licht op kinderen en jongeren zelf: hoe beleven zij hun religieuze vorming? Wie zijn de bepalende factoren in hun ontwikkeling? Ten tweede werpt de conferentie licht op de huidige benaderingen van verschillende opvoeders. Welke opvattingen hebben opvoeders over de nieuwe generatie, over het kind, over de jongere? Welke opvoedingsidealen sturen het gedrag van opvoeders, van ouders en van jeugdwerkers in geloofsgemeenschappen? Aan wie denken opvoeders dat het kind toebehoort? Wie zijn uiteindelijk het meest sturend in hoe een kind zich ‘religieus’ ontwikkelt? Ten derde werpt deze conferentie licht op de normatieve vraag die erachter schuilgaat: wie bepaalt wat voor wie in de religieuze opvoeding? Als de particuliere religieuze traditie niet langer het doel of de bedding is van de religieuze opvoeding, wat moet dan de rol zijn van voorgangers in geloofsgemeenschappen? Wat moet de rol van de ouders zijn en hoe moeten scholen en leraren godsdienst en levensbeschouwing hun positie kiezen? Als het kind veel meer gericht moet zijn op religieus zelfverstaan: is het kind dan uiteindelijk “van zichzelf”? En wat houdt dat precies in?

Vragen in deze drie richtingen nemen we waar in het onderzoek dat we in onze eigen onderzoeksinstituten uitvoeren en we herkennen ze in de discussies die binnen REA veelvuldig worden gevoerd rond uiteenlopende thema’s. Met de samenvattende vraag “Wiens kinderen zijn zij?” stellen we een fundamentele vraag aan de orde die urgent is bij het verkennen en bevorderen van de onderling verbonden praktijken van wetenschap, onderzoek, onderwijs en leiderschap in geloofsgemeenschappen, academische instellingen en de bredere samenleving. Urgent, omdat de huidige zeer pluralistische, gefragmenteerde en soms gepolariseerde wereld ervoor zorgt dat de vraag naar gezag en verantwoordelijkheid in pedagogische relaties een grondige reflectie behoeft, zowel van professionals als van wetenschappers.

Naast een academisch en een praktijkgericht perspectief, zal de conferentie haar hoofdvraag vanuit het perspectief van verschillende disciplines benaderen. In de eerste plaats denken we aan de twee disciplines die vaak aan bod komen in REA: het pedagogisch en het theologisch perspectief. Daarnaast vraagt de vraag “van wie zijn de kinderen?” om een (ontwikkelings)psychologisch perspectief, maar ook om een godsdienstwetenschappelijk perspectief. Wat dit laatste betreft, komt het thema van de interreligieuze dialoog of het vraagstuk van de verhouding tussen staat en school en religie in verschillende contexten aan de orde. Bovendien zal de vraag vanuit een micro-, meso- en macroniveau worden behandeld.

Wij zijn ervan overtuigd dat de fundamentele vraag “Wiens kinderen zijn zij?” en het thema “verantwoordelijkheden voor de religieuze vorming van een nieuwe generatie” in meerdere religieuze tradities en op verschillende manieren actueel zijn.

The REA2023 annual meeting is prepared by Jos de Kock and Ronelle Sonnenberg of the Platform for International Research on Youth Ministry and Religious Education in Flanders and the Netherlands (in which ISREYM at ETF Leuven and OJKC at PThU are cooperating) together with Karen-Marie Yust (Presbyterian Seminary, Richmond, USA).

Het staat geschreven – zalig zijn de vredestichters

Meditatie uitgesproken bij de opening van de vergadering van de Federale Synode van Protestantse en Evangelische Kerken in België op 5 februari 2022

Tijdens het huidige academiejaar aan de ETF Leuven sta ik op verschillende momenten van overdenking stil bij het evangelie van Mattheüs. Vandaag, bij deze bijzondere gelegenheid van uw synodevergadering, wil ik bij twee passages uit het Mattheüs evangelie stilstaan.

De eerste passage is Mattheus 4: 1-11. Deze passage volgt op de beschrijving van de doop van Jezus door Johannes in de Jordaan. En deze passage staat direct voor de beschrijving van Jezus’ gang naar Kapernaüm waar Hij Zijn prediking aanving: “Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen”.

1 Toen werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel.
2 En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger.
3 En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden.
4 Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.
5 Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel,
6 en hij zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot.
7 Jezus zei tegen hem: Er staat eveneens geschreven: U zult de Heere, uw God, niet verzoeken.
8 Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid,
9 en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt.
10 Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen.
11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

We kunnen op verschillende manieren deze bijbelpassage op ons in laten werken. Ik wil er bij deze gelegenheid op twee manieren naar kijken.

In de eerste plaats kunnen we kijken naar de zaken waarmee de duivel Jezus probeert te verzoeken:

  • Als u Gods Zoon bent: maak van deze stenen broden
  • Als u Gods Zoon bent: werp u van de tempel en de engelen zullen wel op handen dragen en u daarmee redden
  • Als U voor mij knielt, geef ik u al de koninkrijken van de wereld met hun heerlijkheid.

De eerste twee verzoekingen zijn van de categorie: “bewijs me dat u Gods Zoon bent”. De derde vezoeking heeft te maken met een andere categorie: dien mij als duivel en geniet van alle heerlijkheden van de wereld.

Ook volgelingen van Christus kunnen op deze twee manieren verzocht worden. Op ons pad tussen doop en prediking. In de eerste plaats, God voor je karretje spannen om maar duidelijk te maken dat het geloof en het volgen van Christus direct resultaat heeft, ja meer nog: goed is voor wonderen op afroep. In de tweede plaats, niet God maar de duivel dienen. Dus: de duivel voor je karretje spannen. Met deze twee categorieën verzoeking heeft de gelovige vandaag de dag en de kerk tot op vandaag te maken: God voor je karretje spannen of je helemaal van God afwenden en je op het dienen van de duivel richten.

In de tweede plaats kunnen we ons concentreren op de wijze waarop Jezus zich wapent tegen deze verzoekingen. En dat is kortgezegd door: “het staat geschreven, het staat geschreven, het staat geschreven”. Door de Schrift(en) als leidraad serieus te nemen. Hier in het bijzonder Deuteronomium 8:3, 6:16, 6:13: Het staat geschreven….

… dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt…
… U mag de HEERE, uw God, niet op de proef stellen, zoals u Hem bij Massa op de proef hebt gesteld….
… U moet de HEERE, uw God, vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren. U mag niet achter andere goden, de goden van de volken die rondom u zijn, aan gaan.

Het zwaard van de Geest, de Geest die in Jezus werkzaam was, en met Zijn doop werd gemarkeerd, is het Woord van God (Ef. 6:17). Dit maakt duidelijk dat we als volgelingen van Jezus de Schrift hebben te onderzoeken, daarover te mediteren en het te gebruiken in het leven van alledag. Ook als er verzoekingen op ons pad komen. Wij zijn allemaal geroepen om de Schrift een belangrijke plek te geven in ons leven en in ons kerk zijn. Daarvoor moeten we de Schrift lezen, regelmatig tot ons nemen, daarover mediteren.

Deze dagen las ik een stukje verderop in het Mattheüs evangelie. En met het “het staat geschreven” in het achterhoofd, vroeg ik mij af: wat heeft deze Schriftplaats te zeggen, wat maakt deze Schriftplaats duidelijk? Het gaat om een heel bekende passage: Mattheüs 5: 1-12.

1 Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen bij Hem.
2 En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei:
3 Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
4 Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.
5 Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
6 Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
7 Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden.
8 Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.
9 Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.
10 Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
11 Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij.
12 Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

De woorden van Jezus beschrijven de mensen die in het koninkrijk van God leven. Deze woorden kunnen we op verschillende manieren op ons af laten komen. Als een spiegel bijvoorbeeld: voldoen wij aan al deze kenmerken? Maar ook als een bemoediging: de genoemde beloften geven troost in situaties waarin volgelingen van Jezus in de verdrukking komen. We kunnen het ook lezen als een appél: het bevat een oproep, een aansporing om het leven op een bepaalde manier in te richten.

Wat gebeurt er als we deze woorden vandaag als een appél op ons af laten komen? Wat zie ik vandaag om mij heen, in de wereld, in onze eigen samenleving? Ik zie veel angst, onzekerheid, onbegrip, polarisatie. En ook in kerken zien we voorbeelden waar we dezelfde labels op kunnen plakken: angst, onzekerheid, onbegrip, polarisatie. Mijn aandacht werd getrokken naar vers 9 , waar Jezus zegt: Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.

Wat doe ik in de confrontatie met angst, onzekerheid, onbegrip, polarisatie? Span ik God voor mijn karretje? Span ik de duivel voor mijn karretje? Jezus gaat ons voor en zegt: Nee, want er staat geschreven, er staat geschreven, er staat geschreven. Wat staat geschreven? Mijn aandacht werd getrokken naar vers 9: Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.

Vredestichters zijn. Geconfronteerd met angst, onzekerheid, onbegrip en polarisatie: Gods woord biedt een spiegel voor ons vandaag, een bemoediging en een appél: Er staat geschreven: Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.

Wees een vredestichter.

Prof. Dr. Jos de Kock, rector Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

Jongeren en de kerk: goed kijken maar!

Onderstaande tekst verscheen in het eerste nummer van het EJV Leidersmagazine dat eind 2021 verscheen.

De Kock, A. (2021). Jongeren en de kerk: goed kijken maar! EJV Leidersmagazine, 1(1), 8-9.

Jongeren en de kerk. De één wordt enthousiast bij het lezen van deze woordcombinatie. Misschien ben jij dat wel als kinder- of jeugdwerker: altijd te vinden voor een leuke activiteit met de jongsten in de gemeente. De ander wordt bezorgd: hoe houden we kerk en jeugd nog met elkaar verbonden? En misschien voel jij die zorg ook. Of het nu met enthousiasme is of met zorg; als je met elkaar spreekt over jongeren en de kerk, dan is het belangrijk hóe je kijkt naar jongeren en hóe je spreekt met en over jongeren.

In de eerste plaats kun je de jongere zien als individu. De verbinding tussen kerk en jongere heeft dan vooral te maken met de individuele jongere op weg helpen in een leven als gelovige. De kerk heeft een functie voor deze individuele zoektocht van een jongere. De kerk heeft een functie voor de jongere in het duidelijk maken wat het evangelie inhoudt en wat het volgen van Christus in de dagelijkse praktijk van het leven kan betekenen.

In de tweede plaats kun je de jongere zien als iemand die in relatie staat tot andere leeftijdsgenoten: de jongere als onderdeel van een peer groep. De verbinding tussen kerk en jongere heeft dan vooral op het oog om een jonge generatie, als groep, met elkaar het geloof te laten ontdekken en te beleven. De kerk heeft een functie voor jongeren in het bieden van plekken en momenten om met elkaar samen te komen, samen te (leren) geloven en om van daaruit ook de verbinding te maken met andere generaties.

De jongere is iemand voor de kerk als uniek individu. De jongere is ook iemand voor de kerk door wie zij is door de groep waartoe zij behoort. En er is nog een derde manier waarop je naar de jongere kunt kijken, namelijk als iemand wiens identiteit bepaalt wordt door de aanspraak van de Ander, van God. Wie de jongere is, zit niet in het unieke zelf, niet in de identeit van de groep maar in wie zij is voor God: kind van God, lid van het lichaam van Christus, Zijn gemeente.

Hoe spreek jij over jongeren in relatie tot de kerk? Hoe kijk je naar kinderen als je met hen spreekt of met hen optrekt in het kinder- en jeugdwerk? Elk van de drie genoemde manieren zijn belangrijk. En sluiten op elkaar aan. Het is belangrijk om jongeren heel persoonlijk en individueel van dienst te zijn met het vinden van een gelovig leven in het leven van hier en nu. Het is belangrijk om jongeren als groep serieus te nemen en letterlijk plekken te bieden waar zij als nieuwe generatie op hun eigen wijze kunnen samenkomen, kunnen ontspannen en God kunnen dienen. En het is belangrijk dat jongeren worden gezien als onmisbaar lid van de kerkgemeenschap. Zodat zij samen met oudere generaties het verlossende Evangelie van alle eeuwen ervaren, vieren en op hun beurt weer doorgeven. Jongeren en de kerk. Het verdient jouw enthousiasme. En het verdient jouw zorg. En het vraagt aandacht voor wie de jongere is. Goed kijken maar!

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock. Godsdienstpedagoog en Hoogleraar Praktische Theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit, Leuven. Tevens coördinator van het ETF Leuven onderzoeksinstituut ISREYM: Institute for the Study of Religious Education and Youth Ministry.

Spotlight

On the occasion of the Opening Academic Year 2021-2022 Evangelische Theologische Faculteit Leuven, 27 september 2021

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock

Rector

In order to be someone, more and more people seem to need to elevate themselves above other people. They do this by distancing themselves from the other person and then to discredit that other person. This is a major problem of our time.

People put themselves in the spotlight and mark others as dark; discrediting others, putting them in the dark. This occurs in a variety of ways. Racism. Persecution of religious minorities. Terrorism. Sexism. Forms of cancel culture. Violence against the most vulnerable in our communities. A denigrating attitude toward those who do not meet our standard. Inhospitality towards the foreigner, the refugee. Polarization in politics, sometimes in education.

Putting themselves in the spotlight and obscuring the other. Fortunately, this does not always lead to armed conflicts that make the news. However, on a small scale, in the daily traffic between people it does have a great impact: distinguishing yourself sharply from the other and to despise or to devalue him or her. We must not underestimate the psychological, the spiritual and the emotional effects this has on people’s lives.

Speaking of darkness and light. To the believers in Ephesus, the apostle Paul says, “you were once darkness, but now you are light in the Lord. Live as children of light”.

There is nothing self-elevating about that. Followers of Christ do not light their own spotlight. God draws His followers into the light. Walking in the light, moreover, Scripture teaches, has nothing to do with discrediting others; putting them in darkness.

The other person does not have to lose himself or herself in dealing with a follower of Christ. His or her identity does not have to merge into the darkness; to disappear into the darkness. Walking in the light means embracing the other in the light of Christ.

The ETF Leuven is celebrating its 40th anniversary. For 40 years it has made a special contribution: deepening, strengthening and equipping the worldwide Protestant-evangelical movement on an academic level. This is a contribution to churches and Christian organizations in that worldwide evangelical movement and also a contribution to the field of theology and religious studies worldwide. And very specifically: a contribution to the academy and society in Flanders.

ETF Leuven does not want to do that as a light that puts others in the shade. It does so with a fundamental willingness to engage with other institutions and partners in this.

And on an existential level, ETF Leuven does its work from the confession that it can never elevate itself, but is dependent on God’s light, God’s blessing, in everything.

We also want to practice this together in our ETF community. Our ETF community wants to be a safe environment and an excellent training institute for living out unity in diversity. A training institute where no one needs to lose himself in dealing with others. A community where we can embrace each other in who we are before God, in His light.

In a time when more and more people seem to need to put themselves in the spotlight and mark others as dark, for a theological faculty like ours, rooted in Scripture, thís is more important than ever.

I wish that this festive academic year 2021-2022 will be a light, a bright year for all: colleagues, students, and institutions and individuals in our network.

We are pleased to welcome many new students again this academic year. These students join a community with a rich history of now 40 years of academic education and research. An impression of those 40 years and what ETF Leuven stands for to this day is given in our anniversary magazine distributed on this occasion tonight.

Academic education and growth are much needed for theologians who are called to lead in churches, Christian organizations, and in broader society. ETF Leuven’s pursuit of academic excellence helps one to think one step deeper, to see one step further, and to continue to critically examine one’s own position as a theologian. In this way, theology can be sustainable theology. Meaningful for our society, for science and for the development of our students.

With these opening words and with this anniversary magazine in hand, I mark with pride and with expectation the start of an extraordinary new academic year at ETF Leuven.

Spotlight

Bij de Opening Academiejaar 2021-2022 Evangelische Theologische Faculteit Leuven op 27 september 2021

Prof. dr. A. (Jos) de Kock

Rector

Om iets voor te stellen, lijken steeds meer mensen het nodig te hebben zich te verheffen boven andere mensen. Dit doen zij door zich te distantiëren van de ander en die ander vervolgens zwart te maken. Dat is een groot probleem van deze tijd.

Mensen zetten zichzelf in de spotlight en merken anderen aan als duister; maken de ander zwart. Dat gebeurt op verschillende manieren. Racisme; vervolging van religieuze minderheden; terreur; sexisme; vormen van cancel culture; geweld tegen de meest kwetsbaren in onze gemeenschappen; een denigrerende houding jegens hen die niet aan onze norm voldoen; ongastvrijheid jegens de vreemdeling, de vluchteling; polarisatie in de politiek, soms ook in het onderwijs.

Zichzelf in de spotlight zetten en de ander duister maken. Gelukkig leidt dat niet altijd tot gewapende conflicten die de journaals halen. Echter, in het klein, in het dagelijkse verkeer tussen mensen heeft het toch grote impact: jezelf scherp onderscheiden van de ander en hem of haar min of minder achten. Wij mogen de psychologische, de geestelijke en emotionele effecten hiervan op mensenlevens niet onderschatten.

Over duister en licht gesproken. Tegen de gelovigen in Efeze zegt de apostel Paulus: “U was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere en wandel als kinderen van het licht.”

Daar is niets zelfverffends aan. Volgelingen van Christus ontsteken niet hun eigen spotlight. God trekt zijn volgelingen in het licht. Wandelen in het licht, zo leert de Schrift, heeft bovendien niets te maken met anderen zwart maken.

De ander hoeft zich niet te verliezen in de omgang met een volgeling van Christus. Zijn of haar identiteit hoeft niet op te gaan in het duister; te verdwijnen in het duister. Wandelen in het licht betekent de ander omarmen in het licht van Christus.

De ETF Leuven bestaat 40 jaar. Zij levert al 40 jaar een bijzondere bijdrage: de wereldwijde protestants-evangelische beweging verdiepen, versterken en toerusten op een academisch niveau. Dit is een bijdrage aan kerken en christelijke organisaties in die wereldwijde evangelische beweging en ook een bijdrage aan het veld van theologie en religiewetenschappen wereldwijd. En heel in het bijzonder: een bijdrage aan de academie en de samenleving in Vlaanderen.

De ETF Leuven wil dat niet doen als een licht dat anderen in de schaduw zet. Zij doet dat met een fundamentele bereidheid om daarin met andere instellingen en partners op te trekken.

En op een existentieel niveau doet ETF Leuven haar werk vanuit de belijdenis dat zij zichzelf nooit kan verheffen maar in alles afhankelijk is van Gods licht, van Gods zegen.

Dat samen optrekken willen wij ook oefenen in onze ETF gemeenschap. Onze ETF gemeenschap wil een veilige omgeving zijn en een uitgelezen oefenschool voor het uitleven van eenheid in diversiteit. Een oefenschool waar niemand zichzelf hoeft te verliezen in de omgang met anderen. Een gemeenschap waarin we elkaar voor Gods aangezicht, in Zijn licht, kunnen omarmen in wie we zijn.

In een tijd waarin steeds meer mensen het nodig lijken te hebben zichzelf in de spotlight te zetten en anderen als duister aan te merken, is d­­ít voor een theologische faculteit als de onze, geworteld in de Schrift, belangrijker dan ooit.

Ik wens dat dit feestelijke academiejaar 2021-2022 een licht jaar zal zijn voor iedereen: collega’s, studenten, en instellingen en personen uit ons netwerk.

We zijn verheugd dit academiejaar opnieuw veel nieuwe studenten te begroeten. Deze studenten voegen zich in een gemeenschap met een rijke historie van inmiddels 40 jaar academisch onderwijs en onderzoek. Een indruk van die 40 jaar en waar de ETF Leuven tot op de dag van vandaag voor staat wordt gegeven in ons jubileummagazaine dat bij deze gelegenheid wordt verspreid.

Een academische toerusting en ontplooiing is broodnodig voor theologen die geroepen zijn leiding te geven in kerken, christelijke organisaties en in de breedte van de samenleving. Het streven van ETF Leuven naar academische excellentie helpt een spade dieper te denken, een stap verder te zien en je eigen positie als theoloog kritisch tegen het licht te blijven houden. Op die wijze kan theologie duurzame theologie zijn. Betekenisvol voor onze samenleving, voor de wetenschap en voor de ontwikkeling van onze studenten. Met deze openingswoorden en met dit jubileummagazine in de hand markeer ik met trots en met verwachting de start van een bijzonder nieuw academiejaar aan de ETF Leuven.

Vaccinaties wissen impact van coronajaar op jongeren niet uit.

Deze tekst verscheen als opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad van 21 juni 2021.

Eerder deze week bracht VRT Nieuws naar buiten dat vooral vijfdejaars in het Vlaamse middelbaar onderwijs het voorbije coronaschooljaar als erg zwaar hebben ervaren. Dit blijkt uit een scholierenonderzoek dat werd uitgevoerd door De Vlaamse Scholierenkoepel (VSK). De scholieren geven bijvoorbeeld aan dat de coronatijd negatieve impact gehad heeft op het maken van vrienden en op de leerresultaten.

Er verschenen in het afgelopoen jaar meer van dit soort berichten over de impact van de coronapandemie op het welzijn van jonge mensen. Inmiddels opent onze samenleving zich in een hoog tempo, niet in de laatste plaats door de vaccinatiecampagne. De positiviteit onder de mensen neemt toe. Maar met het zetten van vaccinaties wis je de impact van de coronatijd op jongeren niet uit. Die impact vraagt blijvende aandacht in het onderwijs, in het godsdienstonderwijs in het bijzonder. En in het kerkelijk jeugdwerk. Daarbij gaat het om vier kernwoorden: eenzaamheid, angst, isolement en levensbeschouwing.

Eenzaamheid

Er zijn jongeren die eenzaamheid hebben ervaren of gevoelens van eenzaamheid hebben ontwikkeld. Sociale contacten zijn voor een lange periode tot een minimum  teruggebracht. Jongeren hebben minder kansen gehad om met vrienden af te spreken. Om hun eigen klasgenoten te ontmoeten. Om familie te zien. Sporttrainingen werden in de agenda doorgestreept. Nu deze sociale contacten allemaal weer mogelijk worden is niet gezegd dat gevoelens van eenzaamheid weg zijn. Samen zijn staat niet meteen gelijk aan niet eenzaam zijn. Er moet zorg zijn om jongeren die moeilijk weer aanhaken. En ruimte om met gevoelens van eenzaamheid voor de dag te komen.

Angst

Er zijn jongeren die angst hebben gekend of gevoelens van angst hebben ontwikkeld. Doordat zij van dichtbij ziekte en overlijdens hebben meegemaakt. Of doordat de nabijheid van mensen voor een lange periode geassocieerd is met gevaar. Ook op het oog zoiets eenvoudigs als het dragen van mondmaskers kan onzekerheid of zelfs angst in de hand werken: niet weten wat je aan een ander hebt omdat een belangrijk deel van de lichaamstaal aan het gezicht is onttrokken. Nu de mondmaskers meer en meer af mogen is het zaak om aandacht te hebben voor gevoelens van angst. Er moet ruimte zijn om hier woorden aan te geven. Evenals ruimte om je opnieuw vrij te uiten, met woorden, creatief of in sport en spel. Samen lachen en werken aan onderling vertrouwen in de groep is daarbij essentieel.

Isolement

Er zijn jongeren die in een isolement zijn geraakt. Gevoelens van eenzaamheid en angst kunnen ertoe leiden dat je enkel nog in jezelf zit rond te malen. Dar je een voortdurend gesprek met jezelf voert. Voor een gezonde ontwikkeling hebben jongeren meer gesprekspartners dan zichzelf nodig. Een jongere is gediend met mensen om zich heen voor wie zij of hij betekenis heeft. Er zijn jongeren voor wie de balans tussen met jezelf bezig zijn en met anderen bezig zijn is zoek geraakt. Deze jongeren zijn gediend met een netwerk, een gemeenschap, een omgeving waarmee zij zich innerlijk weer kunnen verbinden. Waaraan zij actief een bijdrage kunnen leveren met wie zij zijn en met wat zij aan capaciteiten in huis hebben.

Levensbeschouwing

De coronatijd heeft niet alleen impact gehad op gevoelens en ervaringen, op de fysieke gesteldheid en sociale netwerken van jongeren. Het heeft ook een impact op hoe jongeren de wereld en het leven zien en hun eigen plek daarin. Jongeren hebben gedurende de coronatijfd gedachten ontwikkeld over de waarde van het leven en de ontwrichtende kracht van ziekte. Zij hebben kennisgemaakt met ethische vragen, hebben ‘in het groot’ wereldleiders zien opereren en zijn ‘in het klein’ geconfronteerd met opvattingen en gedrag van ouders, vrienden en andere voorbeeldfiguren. Dit alles heeft bij jongeren het denken over het leven gekleurd. Deze levensbeschouwelijke ontwikkeling van jongeren stopt niet bij het voltooien van de vaccinatiecampagne. Deze is gediend met een vervolg. Jongeren verdienen voldoende ruimte om met hun gedachten voor de dag te komen. Om stevige gedachten te laten bevragen, ontluikende gedachten te laten ontwikkelen en de grote en kleine vragen van het leven te mogen stellen.

Op het oog stond het leven een jaar lang stil. Maar dat is schijn. De ontwikkeling van jongeren stond in het afgelopen coronajaar zeker niet stil. En dat zal te merken zijn in de tijd die komt. Het onderwijs doet er goed aan om alert te zijn op signalen van eenzaamheid, angst en isolement. En er zal, zondermeer in het godsdienstonderwijs, voldoende ruimte gegeven moeten worden aan het levensbeschouwelijke gesprek met jongeren. En voor kerkelijk jeugdwerk geldt hetzelfde. Dat is bovendien bij uitstek de plek waar ervarignen van eenzaamheid, angst en isolement op een betekenisvolle manier in gesprek gebracht kunnen worden met en in een levende geloofsgemeenschap.

Prof. Dr. Jos de Kock. Godsdienstpedagoog en Hoogleraar Praktische Theologie, Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

Recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en jongerencatechese

Wat zijn recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en in jongerencatechese? Voor Ouderlingenblad schreef ik een overzichtsartikel dat ingaat op deze vragen. Via deze link is het artikel te lezen.

Via ons onderzoeksinstituut ISREYM (Institute for the Study of Religious Education and Youth Ministry) zetten we ons aan de ETF Leuven in om in samenwerking met andere instellingen academisch onderzoek naar praktijken van godsdienstige vorming en praktijken van christelijk geïnspireerd kinder- en jongerenwerk verder uit te bouwen. Ook wil het onderzoeksinstituut ISREYM “community learning” bevorderen van professionals, professionele organisaties en wetenschappers op de thema’s godsdienstige vorming en kinder- en jongerenwerk.

Naar aanleiding van: De Kock, A. (2021). Recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en jongerencatechese. Ouderlingenblad, 98(1124), 6-9.

110 jaar HGJB: gefeliciteerd!

Deze week bekeek ik een vraaggesprek met Nico Belo en Jan Kranendonk, respectievelijk oud-directeur en huidig directeur van de HGJB (Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond). Het vraaggesprek is het eerste deel van een vierdelige serie ter gelegenheid van het 110 jarig bestaan van de HGJB dit jaar.

Ik feliciteer de HGJB van harte met deze mijlpaal. En ik wens de HGJB zegen van God toe voor al het werk met en voor kinderen en jongeren.

We mogen dankbaar zijn dat organisaties als de HGJB er zijn, ten dienste van kinderen en jongeren en ten dienste van kerken. Zij zijn het waard te feliciteren. Zo feliciteerde ik in 2016 ook JOP (nu bekend onder de naam Jong Protestant) met het toen tienjarig bestaan. Het werk van Jong Protestant, het werk van de HGJB en natuurlijk ook het werk van het EJV in Vlaanderen volg ik op de voet, en uiteraard niet alleen als ze jarig zijn.

De HGJB heeft voor mij persoonlijk een bijzondere betekenis. Ooit zelf nog jong nam ik deel aan HGJB vakanties. Als leidinggevende in het jeugdwerk en in de catechese maakte ik dankbaar gebruik van het HGJB materiaal. Bovendien heb ik een periode in het bestuur van de HGJB mogen bijdragen.

110 jaar is een hele leeftijd. En ik wens de HGJB nog vele jaren meer toe. Omdat ik geloof in de blijvende waarde van organisaties als de HGJB voor de ondersteuning van jonge mensen bij hun geloofsontwikkeling, of in de woorden van de HGJB missie: “jongeren van de gemeente bij Christus brengen, opdat ze Hem leren kennen, vertrouwen en navolgen.”

De HGJB heeft veel te betekenen voor kerken. Door het belang van inwijding van jonge mensen steeds weer hoog op de agenda te zetten. Kerk-zijn vraagt voortdurend aandacht voor inwijding via goed doordacht kinder- en jongerenwerk. Zowel in gevestigde gemeenten als in nieuwe vormen van kerk-zijn.

Ik wens de HGJB  alle goeds toe bij de belangrijke bijdrage die het daaraan levert.

Jos de Kock.

Het belang van goed doordacht kinder- en jongerenwerk

Prioriteit geven aan jonge generaties betekent voor kerken dat zij ook energie stoppen in goed doordacht kinder- en jongerenwerk.

In de visienota van de Protestantse Kerk in Nederland (Van U is de toekomst) wordt de kerk voorgesteld als een Woord- en tafelgemeenschap. Deze gemeenschap heeft “… inwijding, inlijving en toewijding nodig. Dit proces, dat begint bij de doop, draait om levenslang leren, bekeren, loslaten, dienen en delen. Oftewel, om de navolging van Jezus.” (p. 10).

Geïnspireerd door de visienota is een beleidskader voor de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk opgesteld (De toekomst open tegemoet) die deze week door de synode van de Protestantse Kerk wordt besproken. In dat beleidskader wordt geconstateerd dat gemeenten zichtbaar en relevant in de samenleving aanwezig willen zijn en jeugd en jonge gezinnen willen bereiken (p. 11). In dat licht betekent werken aan toekomstgericht kerk-zijn, naast een aantal andere punten, ook “prioriteit geven aan jonge generaties” (p. 15).

Die prioriteit wordt in het beleidskader in het bijzonder vertaald naar “bovenlokale bedding voor zingeving en geloven” (p. 21). “Het gaat daarbij om jonge mensen buiten de kerk die wel iets met zingeving willen maar dat niet bij onze kerk zoeken. En om jonge mensen die nog wel iets of zelfs veel met geloven hebben maar onze kerk (dreigen te) verlaten omdat ze zich daar niet meer thuis voelen” (p. 21). Er wordt voorgesteld om netwerken rond geloven en zingeving te versterken en nieuwe initiatieven te ontplooien waarmee jonge mensen zich kunnen verbinden.

Dit is op zichzelf een waardevolle denkrichting. Nu moeten we oppassen dat we beleidsnota’s niet teveel beoordelen op wat er niet in staat. Je kunt nu eenmaal niet alles evenveel woorden geven en soms gebeuren in de praktijk dingen toch wel, ook al staan ze niet expliciet in een beleidsnota. Dus het is met enige voorzichtigheid dat ik het volgende opmerk. Prioriteit geven aan jonge generaties vraagt om nog een andere denkrichting, een die ik in het beleidskader mis. En dat is de aandacht voor inwijding en goed doordacht kinder- en jongerenwerk in de geloofsgemeenschap, of dat nu de gevestigde gemeente of een nieuwe vorm van kerk-zijn is. Op de plekken waarin kinderen, jongeren, jonge gezinnen deel uitmaken van de Woord- en tafelgemeenschap.

Terecht formuleert de visienota dat inwijding, inlijving en toewijding om levenslang leren vraagt. Dat levenslang leren begint al bij de jongste leden van de gemeente. Dat vraagt om goed kinder- en jongerenwerk, inclusief theologische doordenking en praktische toerusting. Het geloof en de kerk functioneren door voortdurende praktijken van inwijding, al eeuwen lang. Dat vraagt om persoonsvorming en dus leren van jongsaf aan in allerhande praktijken binnen de geloofsgemeenschap.

In een bijdrage van een aantal jaren terug ging ik in op enkele ontwikkelingen die eraan bijdragen dat de aandacht voor inwijding in kerken naar de achtergrond kan verdwijnen. Kerken moeten dat niet laten gebeuren. Kerk-zijn vraagt voortdurend aandacht voor inwijding via goed doordacht kinder- en jongerenwerk. Zowel in gevestigde gemeenten als in nieuwe vormen van kerk-zijn. Ik moedig de Protestantse Kerk dan ook aan de aandacht voor inwijding in de geloofsgemeenschap niet te laten verslappen. En om te blijven investeren in de ontwikkeling en ondersteuning van goed doordacht kinder- en jongerenwerk.