Jongeren en de kerk: goed kijken maar!

Onderstaande tekst verscheen in het eerste nummer van het EJV Leidersmagazine dat eind 2021 verscheen.

De Kock, A. (2021). Jongeren en de kerk: goed kijken maar! EJV Leidersmagazine, 1(1), 8-9.

Jongeren en de kerk. De één wordt enthousiast bij het lezen van deze woordcombinatie. Misschien ben jij dat wel als kinder- of jeugdwerker: altijd te vinden voor een leuke activiteit met de jongsten in de gemeente. De ander wordt bezorgd: hoe houden we kerk en jeugd nog met elkaar verbonden? En misschien voel jij die zorg ook. Of het nu met enthousiasme is of met zorg; als je met elkaar spreekt over jongeren en de kerk, dan is het belangrijk hóe je kijkt naar jongeren en hóe je spreekt met en over jongeren.

In de eerste plaats kun je de jongere zien als individu. De verbinding tussen kerk en jongere heeft dan vooral te maken met de individuele jongere op weg helpen in een leven als gelovige. De kerk heeft een functie voor deze individuele zoektocht van een jongere. De kerk heeft een functie voor de jongere in het duidelijk maken wat het evangelie inhoudt en wat het volgen van Christus in de dagelijkse praktijk van het leven kan betekenen.

In de tweede plaats kun je de jongere zien als iemand die in relatie staat tot andere leeftijdsgenoten: de jongere als onderdeel van een peer groep. De verbinding tussen kerk en jongere heeft dan vooral op het oog om een jonge generatie, als groep, met elkaar het geloof te laten ontdekken en te beleven. De kerk heeft een functie voor jongeren in het bieden van plekken en momenten om met elkaar samen te komen, samen te (leren) geloven en om van daaruit ook de verbinding te maken met andere generaties.

De jongere is iemand voor de kerk als uniek individu. De jongere is ook iemand voor de kerk door wie zij is door de groep waartoe zij behoort. En er is nog een derde manier waarop je naar de jongere kunt kijken, namelijk als iemand wiens identiteit bepaalt wordt door de aanspraak van de Ander, van God. Wie de jongere is, zit niet in het unieke zelf, niet in de identeit van de groep maar in wie zij is voor God: kind van God, lid van het lichaam van Christus, Zijn gemeente.

Hoe spreek jij over jongeren in relatie tot de kerk? Hoe kijk je naar kinderen als je met hen spreekt of met hen optrekt in het kinder- en jeugdwerk? Elk van de drie genoemde manieren zijn belangrijk. En sluiten op elkaar aan. Het is belangrijk om jongeren heel persoonlijk en individueel van dienst te zijn met het vinden van een gelovig leven in het leven van hier en nu. Het is belangrijk om jongeren als groep serieus te nemen en letterlijk plekken te bieden waar zij als nieuwe generatie op hun eigen wijze kunnen samenkomen, kunnen ontspannen en God kunnen dienen. En het is belangrijk dat jongeren worden gezien als onmisbaar lid van de kerkgemeenschap. Zodat zij samen met oudere generaties het verlossende Evangelie van alle eeuwen ervaren, vieren en op hun beurt weer doorgeven. Jongeren en de kerk. Het verdient jouw enthousiasme. En het verdient jouw zorg. En het vraagt aandacht voor wie de jongere is. Goed kijken maar!

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock. Godsdienstpedagoog en Hoogleraar Praktische Theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit, Leuven. Tevens coördinator van het ETF Leuven onderzoeksinstituut ISREYM: Institute for the Study of Religious Education and Youth Ministry.

Spotlight

On the occasion of the Opening Academic Year 2021-2022 Evangelische Theologische Faculteit Leuven, 27 september 2021

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock

Rector

In order to be someone, more and more people seem to need to elevate themselves above other people. They do this by distancing themselves from the other person and then to discredit that other person. This is a major problem of our time.

People put themselves in the spotlight and mark others as dark; discrediting others, putting them in the dark. This occurs in a variety of ways. Racism. Persecution of religious minorities. Terrorism. Sexism. Forms of cancel culture. Violence against the most vulnerable in our communities. A denigrating attitude toward those who do not meet our standard. Inhospitality towards the foreigner, the refugee. Polarization in politics, sometimes in education.

Putting themselves in the spotlight and obscuring the other. Fortunately, this does not always lead to armed conflicts that make the news. However, on a small scale, in the daily traffic between people it does have a great impact: distinguishing yourself sharply from the other and to despise or to devalue him or her. We must not underestimate the psychological, the spiritual and the emotional effects this has on people’s lives.

Speaking of darkness and light. To the believers in Ephesus, the apostle Paul says, “you were once darkness, but now you are light in the Lord. Live as children of light”.

There is nothing self-elevating about that. Followers of Christ do not light their own spotlight. God draws His followers into the light. Walking in the light, moreover, Scripture teaches, has nothing to do with discrediting others; putting them in darkness.

The other person does not have to lose himself or herself in dealing with a follower of Christ. His or her identity does not have to merge into the darkness; to disappear into the darkness. Walking in the light means embracing the other in the light of Christ.

The ETF Leuven is celebrating its 40th anniversary. For 40 years it has made a special contribution: deepening, strengthening and equipping the worldwide Protestant-evangelical movement on an academic level. This is a contribution to churches and Christian organizations in that worldwide evangelical movement and also a contribution to the field of theology and religious studies worldwide. And very specifically: a contribution to the academy and society in Flanders.

ETF Leuven does not want to do that as a light that puts others in the shade. It does so with a fundamental willingness to engage with other institutions and partners in this.

And on an existential level, ETF Leuven does its work from the confession that it can never elevate itself, but is dependent on God’s light, God’s blessing, in everything.

We also want to practice this together in our ETF community. Our ETF community wants to be a safe environment and an excellent training institute for living out unity in diversity. A training institute where no one needs to lose himself in dealing with others. A community where we can embrace each other in who we are before God, in His light.

In a time when more and more people seem to need to put themselves in the spotlight and mark others as dark, for a theological faculty like ours, rooted in Scripture, thís is more important than ever.

I wish that this festive academic year 2021-2022 will be a light, a bright year for all: colleagues, students, and institutions and individuals in our network.

We are pleased to welcome many new students again this academic year. These students join a community with a rich history of now 40 years of academic education and research. An impression of those 40 years and what ETF Leuven stands for to this day is given in our anniversary magazine distributed on this occasion tonight.

Academic education and growth are much needed for theologians who are called to lead in churches, Christian organizations, and in broader society. ETF Leuven’s pursuit of academic excellence helps one to think one step deeper, to see one step further, and to continue to critically examine one’s own position as a theologian. In this way, theology can be sustainable theology. Meaningful for our society, for science and for the development of our students.

With these opening words and with this anniversary magazine in hand, I mark with pride and with expectation the start of an extraordinary new academic year at ETF Leuven.

Spotlight

Bij de Opening Academiejaar 2021-2022 Evangelische Theologische Faculteit Leuven op 27 september 2021

Prof. dr. A. (Jos) de Kock

Rector

Om iets voor te stellen, lijken steeds meer mensen het nodig te hebben zich te verheffen boven andere mensen. Dit doen zij door zich te distantiëren van de ander en die ander vervolgens zwart te maken. Dat is een groot probleem van deze tijd.

Mensen zetten zichzelf in de spotlight en merken anderen aan als duister; maken de ander zwart. Dat gebeurt op verschillende manieren. Racisme; vervolging van religieuze minderheden; terreur; sexisme; vormen van cancel culture; geweld tegen de meest kwetsbaren in onze gemeenschappen; een denigrerende houding jegens hen die niet aan onze norm voldoen; ongastvrijheid jegens de vreemdeling, de vluchteling; polarisatie in de politiek, soms ook in het onderwijs.

Zichzelf in de spotlight zetten en de ander duister maken. Gelukkig leidt dat niet altijd tot gewapende conflicten die de journaals halen. Echter, in het klein, in het dagelijkse verkeer tussen mensen heeft het toch grote impact: jezelf scherp onderscheiden van de ander en hem of haar min of minder achten. Wij mogen de psychologische, de geestelijke en emotionele effecten hiervan op mensenlevens niet onderschatten.

Over duister en licht gesproken. Tegen de gelovigen in Efeze zegt de apostel Paulus: “U was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere en wandel als kinderen van het licht.”

Daar is niets zelfverffends aan. Volgelingen van Christus ontsteken niet hun eigen spotlight. God trekt zijn volgelingen in het licht. Wandelen in het licht, zo leert de Schrift, heeft bovendien niets te maken met anderen zwart maken.

De ander hoeft zich niet te verliezen in de omgang met een volgeling van Christus. Zijn of haar identiteit hoeft niet op te gaan in het duister; te verdwijnen in het duister. Wandelen in het licht betekent de ander omarmen in het licht van Christus.

De ETF Leuven bestaat 40 jaar. Zij levert al 40 jaar een bijzondere bijdrage: de wereldwijde protestants-evangelische beweging verdiepen, versterken en toerusten op een academisch niveau. Dit is een bijdrage aan kerken en christelijke organisaties in die wereldwijde evangelische beweging en ook een bijdrage aan het veld van theologie en religiewetenschappen wereldwijd. En heel in het bijzonder: een bijdrage aan de academie en de samenleving in Vlaanderen.

De ETF Leuven wil dat niet doen als een licht dat anderen in de schaduw zet. Zij doet dat met een fundamentele bereidheid om daarin met andere instellingen en partners op te trekken.

En op een existentieel niveau doet ETF Leuven haar werk vanuit de belijdenis dat zij zichzelf nooit kan verheffen maar in alles afhankelijk is van Gods licht, van Gods zegen.

Dat samen optrekken willen wij ook oefenen in onze ETF gemeenschap. Onze ETF gemeenschap wil een veilige omgeving zijn en een uitgelezen oefenschool voor het uitleven van eenheid in diversiteit. Een oefenschool waar niemand zichzelf hoeft te verliezen in de omgang met anderen. Een gemeenschap waarin we elkaar voor Gods aangezicht, in Zijn licht, kunnen omarmen in wie we zijn.

In een tijd waarin steeds meer mensen het nodig lijken te hebben zichzelf in de spotlight te zetten en anderen als duister aan te merken, is d­­ít voor een theologische faculteit als de onze, geworteld in de Schrift, belangrijker dan ooit.

Ik wens dat dit feestelijke academiejaar 2021-2022 een licht jaar zal zijn voor iedereen: collega’s, studenten, en instellingen en personen uit ons netwerk.

We zijn verheugd dit academiejaar opnieuw veel nieuwe studenten te begroeten. Deze studenten voegen zich in een gemeenschap met een rijke historie van inmiddels 40 jaar academisch onderwijs en onderzoek. Een indruk van die 40 jaar en waar de ETF Leuven tot op de dag van vandaag voor staat wordt gegeven in ons jubileummagazaine dat bij deze gelegenheid wordt verspreid.

Een academische toerusting en ontplooiing is broodnodig voor theologen die geroepen zijn leiding te geven in kerken, christelijke organisaties en in de breedte van de samenleving. Het streven van ETF Leuven naar academische excellentie helpt een spade dieper te denken, een stap verder te zien en je eigen positie als theoloog kritisch tegen het licht te blijven houden. Op die wijze kan theologie duurzame theologie zijn. Betekenisvol voor onze samenleving, voor de wetenschap en voor de ontwikkeling van onze studenten. Met deze openingswoorden en met dit jubileummagazine in de hand markeer ik met trots en met verwachting de start van een bijzonder nieuw academiejaar aan de ETF Leuven.

Vaccinaties wissen impact van coronajaar op jongeren niet uit.

Deze tekst verscheen als opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad van 21 juni 2021.

Eerder deze week bracht VRT Nieuws naar buiten dat vooral vijfdejaars in het Vlaamse middelbaar onderwijs het voorbije coronaschooljaar als erg zwaar hebben ervaren. Dit blijkt uit een scholierenonderzoek dat werd uitgevoerd door De Vlaamse Scholierenkoepel (VSK). De scholieren geven bijvoorbeeld aan dat de coronatijd negatieve impact gehad heeft op het maken van vrienden en op de leerresultaten.

Er verschenen in het afgelopoen jaar meer van dit soort berichten over de impact van de coronapandemie op het welzijn van jonge mensen. Inmiddels opent onze samenleving zich in een hoog tempo, niet in de laatste plaats door de vaccinatiecampagne. De positiviteit onder de mensen neemt toe. Maar met het zetten van vaccinaties wis je de impact van de coronatijd op jongeren niet uit. Die impact vraagt blijvende aandacht in het onderwijs, in het godsdienstonderwijs in het bijzonder. En in het kerkelijk jeugdwerk. Daarbij gaat het om vier kernwoorden: eenzaamheid, angst, isolement en levensbeschouwing.

Eenzaamheid

Er zijn jongeren die eenzaamheid hebben ervaren of gevoelens van eenzaamheid hebben ontwikkeld. Sociale contacten zijn voor een lange periode tot een minimum  teruggebracht. Jongeren hebben minder kansen gehad om met vrienden af te spreken. Om hun eigen klasgenoten te ontmoeten. Om familie te zien. Sporttrainingen werden in de agenda doorgestreept. Nu deze sociale contacten allemaal weer mogelijk worden is niet gezegd dat gevoelens van eenzaamheid weg zijn. Samen zijn staat niet meteen gelijk aan niet eenzaam zijn. Er moet zorg zijn om jongeren die moeilijk weer aanhaken. En ruimte om met gevoelens van eenzaamheid voor de dag te komen.

Angst

Er zijn jongeren die angst hebben gekend of gevoelens van angst hebben ontwikkeld. Doordat zij van dichtbij ziekte en overlijdens hebben meegemaakt. Of doordat de nabijheid van mensen voor een lange periode geassocieerd is met gevaar. Ook op het oog zoiets eenvoudigs als het dragen van mondmaskers kan onzekerheid of zelfs angst in de hand werken: niet weten wat je aan een ander hebt omdat een belangrijk deel van de lichaamstaal aan het gezicht is onttrokken. Nu de mondmaskers meer en meer af mogen is het zaak om aandacht te hebben voor gevoelens van angst. Er moet ruimte zijn om hier woorden aan te geven. Evenals ruimte om je opnieuw vrij te uiten, met woorden, creatief of in sport en spel. Samen lachen en werken aan onderling vertrouwen in de groep is daarbij essentieel.

Isolement

Er zijn jongeren die in een isolement zijn geraakt. Gevoelens van eenzaamheid en angst kunnen ertoe leiden dat je enkel nog in jezelf zit rond te malen. Dar je een voortdurend gesprek met jezelf voert. Voor een gezonde ontwikkeling hebben jongeren meer gesprekspartners dan zichzelf nodig. Een jongere is gediend met mensen om zich heen voor wie zij of hij betekenis heeft. Er zijn jongeren voor wie de balans tussen met jezelf bezig zijn en met anderen bezig zijn is zoek geraakt. Deze jongeren zijn gediend met een netwerk, een gemeenschap, een omgeving waarmee zij zich innerlijk weer kunnen verbinden. Waaraan zij actief een bijdrage kunnen leveren met wie zij zijn en met wat zij aan capaciteiten in huis hebben.

Levensbeschouwing

De coronatijd heeft niet alleen impact gehad op gevoelens en ervaringen, op de fysieke gesteldheid en sociale netwerken van jongeren. Het heeft ook een impact op hoe jongeren de wereld en het leven zien en hun eigen plek daarin. Jongeren hebben gedurende de coronatijfd gedachten ontwikkeld over de waarde van het leven en de ontwrichtende kracht van ziekte. Zij hebben kennisgemaakt met ethische vragen, hebben ‘in het groot’ wereldleiders zien opereren en zijn ‘in het klein’ geconfronteerd met opvattingen en gedrag van ouders, vrienden en andere voorbeeldfiguren. Dit alles heeft bij jongeren het denken over het leven gekleurd. Deze levensbeschouwelijke ontwikkeling van jongeren stopt niet bij het voltooien van de vaccinatiecampagne. Deze is gediend met een vervolg. Jongeren verdienen voldoende ruimte om met hun gedachten voor de dag te komen. Om stevige gedachten te laten bevragen, ontluikende gedachten te laten ontwikkelen en de grote en kleine vragen van het leven te mogen stellen.

Op het oog stond het leven een jaar lang stil. Maar dat is schijn. De ontwikkeling van jongeren stond in het afgelopen coronajaar zeker niet stil. En dat zal te merken zijn in de tijd die komt. Het onderwijs doet er goed aan om alert te zijn op signalen van eenzaamheid, angst en isolement. En er zal, zondermeer in het godsdienstonderwijs, voldoende ruimte gegeven moeten worden aan het levensbeschouwelijke gesprek met jongeren. En voor kerkelijk jeugdwerk geldt hetzelfde. Dat is bovendien bij uitstek de plek waar ervarignen van eenzaamheid, angst en isolement op een betekenisvolle manier in gesprek gebracht kunnen worden met en in een levende geloofsgemeenschap.

Prof. Dr. Jos de Kock. Godsdienstpedagoog en Hoogleraar Praktische Theologie, Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

Recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en jongerencatechese

Wat zijn recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en in jongerencatechese? Voor Ouderlingenblad schreef ik een overzichtsartikel dat ingaat op deze vragen. Via deze link is het artikel te lezen.

Via ons onderzoeksinstituut ISREYM (Institute for the Study of Religious Education and Youth Ministry) zetten we ons aan de ETF Leuven in om in samenwerking met andere instellingen academisch onderzoek naar praktijken van godsdienstige vorming en praktijken van christelijk geïnspireerd kinder- en jongerenwerk verder uit te bouwen. Ook wil het onderzoeksinstituut ISREYM “community learning” bevorderen van professionals, professionele organisaties en wetenschappers op de thema’s godsdienstige vorming en kinder- en jongerenwerk.

Naar aanleiding van: De Kock, A. (2021). Recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en jongerencatechese. Ouderlingenblad, 98(1124), 6-9.

110 jaar HGJB: gefeliciteerd!

Deze week bekeek ik een vraaggesprek met Nico Belo en Jan Kranendonk, respectievelijk oud-directeur en huidig directeur van de HGJB (Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond). Het vraaggesprek is het eerste deel van een vierdelige serie ter gelegenheid van het 110 jarig bestaan van de HGJB dit jaar.

Ik feliciteer de HGJB van harte met deze mijlpaal. En ik wens de HGJB zegen van God toe voor al het werk met en voor kinderen en jongeren.

We mogen dankbaar zijn dat organisaties als de HGJB er zijn, ten dienste van kinderen en jongeren en ten dienste van kerken. Zij zijn het waard te feliciteren. Zo feliciteerde ik in 2016 ook JOP (nu bekend onder de naam Jong Protestant) met het toen tienjarig bestaan. Het werk van Jong Protestant, het werk van de HGJB en natuurlijk ook het werk van het EJV in Vlaanderen volg ik op de voet, en uiteraard niet alleen als ze jarig zijn.

De HGJB heeft voor mij persoonlijk een bijzondere betekenis. Ooit zelf nog jong nam ik deel aan HGJB vakanties. Als leidinggevende in het jeugdwerk en in de catechese maakte ik dankbaar gebruik van het HGJB materiaal. Bovendien heb ik een periode in het bestuur van de HGJB mogen bijdragen.

110 jaar is een hele leeftijd. En ik wens de HGJB nog vele jaren meer toe. Omdat ik geloof in de blijvende waarde van organisaties als de HGJB voor de ondersteuning van jonge mensen bij hun geloofsontwikkeling, of in de woorden van de HGJB missie: “jongeren van de gemeente bij Christus brengen, opdat ze Hem leren kennen, vertrouwen en navolgen.”

De HGJB heeft veel te betekenen voor kerken. Door het belang van inwijding van jonge mensen steeds weer hoog op de agenda te zetten. Kerk-zijn vraagt voortdurend aandacht voor inwijding via goed doordacht kinder- en jongerenwerk. Zowel in gevestigde gemeenten als in nieuwe vormen van kerk-zijn.

Ik wens de HGJB  alle goeds toe bij de belangrijke bijdrage die het daaraan levert.

Jos de Kock.

Het belang van goed doordacht kinder- en jongerenwerk

Prioriteit geven aan jonge generaties betekent voor kerken dat zij ook energie stoppen in goed doordacht kinder- en jongerenwerk.

In de visienota van de Protestantse Kerk in Nederland (Van U is de toekomst) wordt de kerk voorgesteld als een Woord- en tafelgemeenschap. Deze gemeenschap heeft “… inwijding, inlijving en toewijding nodig. Dit proces, dat begint bij de doop, draait om levenslang leren, bekeren, loslaten, dienen en delen. Oftewel, om de navolging van Jezus.” (p. 10).

Geïnspireerd door de visienota is een beleidskader voor de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk opgesteld (De toekomst open tegemoet) die deze week door de synode van de Protestantse Kerk wordt besproken. In dat beleidskader wordt geconstateerd dat gemeenten zichtbaar en relevant in de samenleving aanwezig willen zijn en jeugd en jonge gezinnen willen bereiken (p. 11). In dat licht betekent werken aan toekomstgericht kerk-zijn, naast een aantal andere punten, ook “prioriteit geven aan jonge generaties” (p. 15).

Die prioriteit wordt in het beleidskader in het bijzonder vertaald naar “bovenlokale bedding voor zingeving en geloven” (p. 21). “Het gaat daarbij om jonge mensen buiten de kerk die wel iets met zingeving willen maar dat niet bij onze kerk zoeken. En om jonge mensen die nog wel iets of zelfs veel met geloven hebben maar onze kerk (dreigen te) verlaten omdat ze zich daar niet meer thuis voelen” (p. 21). Er wordt voorgesteld om netwerken rond geloven en zingeving te versterken en nieuwe initiatieven te ontplooien waarmee jonge mensen zich kunnen verbinden.

Dit is op zichzelf een waardevolle denkrichting. Nu moeten we oppassen dat we beleidsnota’s niet teveel beoordelen op wat er niet in staat. Je kunt nu eenmaal niet alles evenveel woorden geven en soms gebeuren in de praktijk dingen toch wel, ook al staan ze niet expliciet in een beleidsnota. Dus het is met enige voorzichtigheid dat ik het volgende opmerk. Prioriteit geven aan jonge generaties vraagt om nog een andere denkrichting, een die ik in het beleidskader mis. En dat is de aandacht voor inwijding en goed doordacht kinder- en jongerenwerk in de geloofsgemeenschap, of dat nu de gevestigde gemeente of een nieuwe vorm van kerk-zijn is. Op de plekken waarin kinderen, jongeren, jonge gezinnen deel uitmaken van de Woord- en tafelgemeenschap.

Terecht formuleert de visienota dat inwijding, inlijving en toewijding om levenslang leren vraagt. Dat levenslang leren begint al bij de jongste leden van de gemeente. Dat vraagt om goed kinder- en jongerenwerk, inclusief theologische doordenking en praktische toerusting. Het geloof en de kerk functioneren door voortdurende praktijken van inwijding, al eeuwen lang. Dat vraagt om persoonsvorming en dus leren van jongsaf aan in allerhande praktijken binnen de geloofsgemeenschap.

In een bijdrage van een aantal jaren terug ging ik in op enkele ontwikkelingen die eraan bijdragen dat de aandacht voor inwijding in kerken naar de achtergrond kan verdwijnen. Kerken moeten dat niet laten gebeuren. Kerk-zijn vraagt voortdurend aandacht voor inwijding via goed doordacht kinder- en jongerenwerk. Zowel in gevestigde gemeenten als in nieuwe vormen van kerk-zijn. Ik moedig de Protestantse Kerk dan ook aan de aandacht voor inwijding in de geloofsgemeenschap niet te laten verslappen. En om te blijven investeren in de ontwikkeling en ondersteuning van goed doordacht kinder- en jongerenwerk.

Theologie temidden van kwetsbaarheid en onrecht

 

Bij de Opening Academiejaar 2020-2021 Evangelische Theologische Faculteit Leuven op 21 september 2020

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock

Rector.

De Evangelische Theologische Faculteit Leuven vangt vandaag haar werk aan in een nieuw academiejaar. Wij zien er naar uit, wij hebben er veel zin in. Tegelijkertijd voelen we de moeheid nog zitten van een intensieve tweede helft van het vorige academiejaar. Intensief, vanwege de vele aanpassingen die we van elkaar hebben gevraagd als gevolg van alle coronamaatregelen. Wij zijn bijzonder blij dat we vanaf vandaag vrijwel al ons onderwijs weer fysiek hier in ons gebouw van de ETF Leuven kunnen laten doorgaan. En mochten verstrengde maatregelen daarom vragen, staan we klaar om ons onderwijs daarop aan te passen.

Wij voelen de moeheid nog zitten. Niet alleen wij, ook vele andere onderwijsinstellingen zullen dit jaar op zoek gaan naar momenten van even bijkomen; de rust willen herwinnen. Maar als we dat doen moeten we de ogen niet sluiten voor de moeheid van anderen. Ik hecht eraan vanaf deze plek en op dit moment twee ‘anderen’ onder de aandacht te brengen.

Om te beginnen: de ‘ander’ die het kind is in onze eigen samenleving. De covid-19 pandemie heeft geleid tot vele zieken, veelal onder de kwetsbaarsten in onze samenleving; grote aantallen mensen zijn overleden als gevolg van het virus. Coronamaatregelen die ons moeten beschermen hebben echter ook geleid tot moeheid onder jonge mensen in onze samenleving. Wat werd kinderen en tieners allemaal wel niet afgenomen in de afgelopen maanden: structuur op school, gezelligheid in de ontmoeting met vrienden, sporttrainingen- en wedstrijden, gezonde afstand tot ouders, verjaardagsfeestjes, uitstapjes. De spanning, de saaiheid, de onzekerheid, de onberekenbaarheid: vermoeid werden zij er van. En in het ergste geval was het niet veilig meer, waar het wel veilig zou moeten zijn. Samen met ouders staan onderwijsinstellingen vandaag voor de grote uitdaging om er weer “te zijn” voor kinderen, voor tieners, voor jongeren.  Ik wens onze samenleving een jaar toe waarbij kinderen en jongeren de ruimte en de veiligheid weer ervaren om er te zijn, om ‘er uit’ te zijn.

En dan: De ‘ander’ die het kind is op de vlucht. Een kind met een bestaan van niks in een vluchtelingenkamp. En dan: een grote brand. Tijdens het vluchten, weer op de vlucht. Je leven niet zeker, door een onveilig land, en weer niet zeker door het vuur. En dan aan het einde van een lange dag: vermoeid gaan slapen. Op de harde, kille grond. In het ergste geval zonder eten. Wat is dit kind allemaal al niet afgenomen? Als het zijn ogen opent: wat is er dan nog om naar te kijken? Wat is er dan nog om naar uit te kijken? Waar kan het op terugkijken?

De ETF Leuven is een academische instelling voor theologisch onderwijs en onderzoek. Wat is de betekenis van zo’n instelling in de wereld van vandaag? Een global village die vermoeid gebukt gaat onder een covid-19 pandemie; een wereld die gebukt gaat onder onrecht die kinderen maakt tot vluchtelingen die hun bestaan niet zeker zijn. Waar is een theologische opleiding dan goed voor? Met de ogen kijken naar die twee ‘anderen’ roept wezenlijke bestaansvragen wakker.

Wij zijn niet in de eerste plaats een gemeenschap van theologen, academici, docenten en studenten. Wij zijn in de eerste plaats een gemeenschap van mensen. En als mensen voor Gods aangezicht zijn we geroepen om het goede te doen. Wij moeten elkaar voldoende ruimte geven om de kwetsbaren te kunnen dienen: de jonge mensen dichtbij ons die zoeken naar rust en veiligheid én de kinderen verder weg die in hun vlucht op de vlucht zijn. Onze ogen moeten daarvoor open blijven en onze handen beschikbaar.

En zo, met de ogen open naar de ander en dienend aanwezig, zijn wij ook theoloog. En wat is dan de betekenis van theologen in de wereld van vandaag? Wij willen zoeken naar wijsheid. In het bijbelboek Spreuken wordt duidelijk dat aan wijsheid de eerbiedige gehoorzaamheid aan God ten grondslag ligt. En in datzelfde bijbelboek lezen we dat dat een zoektocht is. De wijsheid moet gezocht worden als zilver, als verborgen schatten. Theologen zijn ook zoekers. Zij zoeken wijsheid in het luisteren naar de Schrift en in het handelend aanwezig zijn in de dagelijkse werkelijkheid. Tastend naar wijsheid in een pendel van luisteren en kijken, horen en handelen. Theologie mag en moet ook gaan over de vraag: wat is wijsheid bij de aanblik van vemoeide kinderen in de knel, bij de aanblik van kinderen op de vlucht? 

Wij voelen de moeheid soms zitten. Daar moeten we de ogen niet voor sluiten. Maar we sluiten ook de ogen niet voor de ander. We beseffen dan dat we bevoorrecht, gezegend zijn om in deze tijd theologische faculteit te kunnen zijn. Daarom ben ik verheugd en dankbaar om dit nieuwe academiejaar te beginnen. En ik roep ons allen op om elke dag opnieuw in de ogen van de ‘ander’ te kijken. Om om te zien naar wat kwetsbaar is. Om metterdaad te dienen. En van daaruit als theologen te blijven zoeken naar wijsheid.

Actief aarzelen: een gesprek over kerk, theologie en praktische theologie.

Op de website van het Kerkenraden Steunpunt zijn twee podcasts geplaatst waarin Klaas Quist met mij in gesprek is over kerk, theologie en de praktische theologie. Een gesprek over actief aarzelen.

Via deze link zijn de podcasts te beluisteren: 

Juist nu theologie?

Onderstaande bijdrage verscheen in het Nederlands Dagblad van 18 april 2020

Deze corona tijd lijkt voor veel kerken een “juist nu” tijd te moeten zijn: “Juist nu moeten we er als kerk voor kwetsbare mensen zijn”, “juist nu moeten we onze boodschap van hoop laten klinken”. Er is wel een enkel praktisch probleem dat om een oplossing vraagt. Hoe maak je werkelijk contact met mensen als je door thuisisolatie onbereikbaar voor elkaar bent? 

Theologen volgen met meer dan gemiddelde belangstelling de wijze waarop kerken omgaan met de uitdagingen die de corona crisis met zich meebrengt. Tegelijkertijd worden zij zelf ook geconfronteerd met vragen die de crisis aan hun eigen vakgebied stelt. Dat geldt ook voor mij. Het is nog maar een half jaar geleden dat ik bij gelegenheid van de Opening Academisch Jaar aan de ETF Leuven als praktisch theoloog en godsdienstpedagoog het belang uiteenzette van ontmoetingsleren. Ontmoetingsleren, zo betoogde ik, is theologisch en pedagogisch van belang voor (a) de theologische faculteit (b) de praktische theologie (c) levensbeschouwelijk onderwijs en (d) kerkelijk jeugdwerk. Als je bedenkt dat ik daarbij natuurlijk ook de fysieke ontmoeting op het oog had, dan zie je meteen dat door de coronacrisis die gedachte op alle vier onderdelen wordt uitgedaagd.

Bijvoorbeeld: Waar blijf je, als praktisch theoloog, als je door de huidige omstandigheden nauwelijks meer empirisch onderzoek kan verrichten? Tenminste, als je werkelijk ter plekke je oren en ogen de kost wil geven? Nu ja, genoeg vragen voor mij. En me dunkt, genoeg vragen die op elke andere collega theoloog af zullen komen in deze corona tijd. En net als bij kerken bespeur ik onder ons theologen soms ook een “juist nu” gevoel. “Juist nu kunnen we als theologen relevant zijn want iedereen zoekt nu, overmand door onzekerheid, naar houvast”. “Juist nu kunnen we de vraag naar God weer op een frisse manier op de agenda zetten: waar is Hij in deze coronacrisis?”. Allemaal “juist nu” issues die theologen uitdagen. Uitdagen om te doordenken en soms uitdagen om zich erover uit te spreken. En bij de een blijkt het pad van doordenken naar uitspreken korter dan bij de ander.

Theologen doordenken al veel langer dan vandaag vragen ten aanzien van God en het leven, inclusief crises in het leven. Voor het doordenken van deze vragen en het zoeken van (voorlopige) antwoorden is vaak een lang pad bewandeld. Omdat het tijd vraagt en een bescheiden houdinig. De werkelijkheid is complex en wie zou willen beweren dat dat niet geldt voor onderwerpen als God, onzekerheid in het leven en lockdowns? Academici en ook theologen dienen daarom bescheiden, ja zelfs aarzelend te zijn. Bescheiden en aarzelend, want zoekend en tastend. En precies zo kunnen theologen dienstbaar zijn aan kerk en samenleving.

Bij gelegenheid van diezelfde Opening Academisch Jaar een half jaar geleden pleitte ik daarom voor een academie die de neiging tot een quick fix analyse tegengaat en ruimte schept voor werkelijk goed observeren en luisteren en fundamentele aarzeling. Ook dat pleidooi wordt in deze tijd uitgedaagd: houd ik het als theoloog vol om in een ontvangende houding te blijven: wat zie ik, wat hoor ik, wat ruik ik, wat zeggen mensen, wat zie ik van de kerk, wat bespeur ik van God? Welke andere dan mijn eigen perspectieven zijn er en wat hebben die mij te zeggen? Laat ik die toe? 

Deze corona tijd is inderdaad een “juist nu” tijd. Maar dan wel zo: Juist nu komt het erop aan te ontvangen, te overdenken, te wegen, de blikrichting te verruimen, het oordeel uit te stellen. Juist nu is het een tijd van veel dingen niet te weten en je daarin te verwonderen. Een theologische faculteit en een theologische opleiding biedt hier ruimte aan. Niet juist nu, maar altijd. En nu misschien met beperkte middelen, dat dan weer wel. Aarzelend, bescheiden en ruimte en tijd biedend om te overwegen en te heroverwegen. Om niet alleen “juist nu” maar duurzaam van dienst te zijn voor kerk en samenleving. En ook kerken doen er goed aan om temidden van hernieuwd relevantiebesef en het vele regelwerk in zekere zin bescheiden te blijven: door zorgvuldig waar te nemen, te luisteren en veel dingen even niet te weten.

Prof. Dr. Jos de Kock, hoogleraar Praktische Theologie aan en Rector van de Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.