Vaccinaties wissen impact van coronajaar op jongeren niet uit.

Deze tekst verscheen als opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad van 21 juni 2021.

Eerder deze week bracht VRT Nieuws naar buiten dat vooral vijfdejaars in het Vlaamse middelbaar onderwijs het voorbije coronaschooljaar als erg zwaar hebben ervaren. Dit blijkt uit een scholierenonderzoek dat werd uitgevoerd door De Vlaamse Scholierenkoepel (VSK). De scholieren geven bijvoorbeeld aan dat de coronatijd negatieve impact gehad heeft op het maken van vrienden en op de leerresultaten.

Er verschenen in het afgelopoen jaar meer van dit soort berichten over de impact van de coronapandemie op het welzijn van jonge mensen. Inmiddels opent onze samenleving zich in een hoog tempo, niet in de laatste plaats door de vaccinatiecampagne. De positiviteit onder de mensen neemt toe. Maar met het zetten van vaccinaties wis je de impact van de coronatijd op jongeren niet uit. Die impact vraagt blijvende aandacht in het onderwijs, in het godsdienstonderwijs in het bijzonder. En in het kerkelijk jeugdwerk. Daarbij gaat het om vier kernwoorden: eenzaamheid, angst, isolement en levensbeschouwing.

Eenzaamheid

Er zijn jongeren die eenzaamheid hebben ervaren of gevoelens van eenzaamheid hebben ontwikkeld. Sociale contacten zijn voor een lange periode tot een minimum  teruggebracht. Jongeren hebben minder kansen gehad om met vrienden af te spreken. Om hun eigen klasgenoten te ontmoeten. Om familie te zien. Sporttrainingen werden in de agenda doorgestreept. Nu deze sociale contacten allemaal weer mogelijk worden is niet gezegd dat gevoelens van eenzaamheid weg zijn. Samen zijn staat niet meteen gelijk aan niet eenzaam zijn. Er moet zorg zijn om jongeren die moeilijk weer aanhaken. En ruimte om met gevoelens van eenzaamheid voor de dag te komen.

Angst

Er zijn jongeren die angst hebben gekend of gevoelens van angst hebben ontwikkeld. Doordat zij van dichtbij ziekte en overlijdens hebben meegemaakt. Of doordat de nabijheid van mensen voor een lange periode geassocieerd is met gevaar. Ook op het oog zoiets eenvoudigs als het dragen van mondmaskers kan onzekerheid of zelfs angst in de hand werken: niet weten wat je aan een ander hebt omdat een belangrijk deel van de lichaamstaal aan het gezicht is onttrokken. Nu de mondmaskers meer en meer af mogen is het zaak om aandacht te hebben voor gevoelens van angst. Er moet ruimte zijn om hier woorden aan te geven. Evenals ruimte om je opnieuw vrij te uiten, met woorden, creatief of in sport en spel. Samen lachen en werken aan onderling vertrouwen in de groep is daarbij essentieel.

Isolement

Er zijn jongeren die in een isolement zijn geraakt. Gevoelens van eenzaamheid en angst kunnen ertoe leiden dat je enkel nog in jezelf zit rond te malen. Dar je een voortdurend gesprek met jezelf voert. Voor een gezonde ontwikkeling hebben jongeren meer gesprekspartners dan zichzelf nodig. Een jongere is gediend met mensen om zich heen voor wie zij of hij betekenis heeft. Er zijn jongeren voor wie de balans tussen met jezelf bezig zijn en met anderen bezig zijn is zoek geraakt. Deze jongeren zijn gediend met een netwerk, een gemeenschap, een omgeving waarmee zij zich innerlijk weer kunnen verbinden. Waaraan zij actief een bijdrage kunnen leveren met wie zij zijn en met wat zij aan capaciteiten in huis hebben.

Levensbeschouwing

De coronatijd heeft niet alleen impact gehad op gevoelens en ervaringen, op de fysieke gesteldheid en sociale netwerken van jongeren. Het heeft ook een impact op hoe jongeren de wereld en het leven zien en hun eigen plek daarin. Jongeren hebben gedurende de coronatijfd gedachten ontwikkeld over de waarde van het leven en de ontwrichtende kracht van ziekte. Zij hebben kennisgemaakt met ethische vragen, hebben ‘in het groot’ wereldleiders zien opereren en zijn ‘in het klein’ geconfronteerd met opvattingen en gedrag van ouders, vrienden en andere voorbeeldfiguren. Dit alles heeft bij jongeren het denken over het leven gekleurd. Deze levensbeschouwelijke ontwikkeling van jongeren stopt niet bij het voltooien van de vaccinatiecampagne. Deze is gediend met een vervolg. Jongeren verdienen voldoende ruimte om met hun gedachten voor de dag te komen. Om stevige gedachten te laten bevragen, ontluikende gedachten te laten ontwikkelen en de grote en kleine vragen van het leven te mogen stellen.

Op het oog stond het leven een jaar lang stil. Maar dat is schijn. De ontwikkeling van jongeren stond in het afgelopen coronajaar zeker niet stil. En dat zal te merken zijn in de tijd die komt. Het onderwijs doet er goed aan om alert te zijn op signalen van eenzaamheid, angst en isolement. En er zal, zondermeer in het godsdienstonderwijs, voldoende ruimte gegeven moeten worden aan het levensbeschouwelijke gesprek met jongeren. En voor kerkelijk jeugdwerk geldt hetzelfde. Dat is bovendien bij uitstek de plek waar ervarignen van eenzaamheid, angst en isolement op een betekenisvolle manier in gesprek gebracht kunnen worden met en in een levende geloofsgemeenschap.

Prof. Dr. Jos de Kock. Godsdienstpedagoog en Hoogleraar Praktische Theologie, Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

Recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en jongerencatechese

Wat zijn recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en in jongerencatechese? Voor Ouderlingenblad schreef ik een overzichtsartikel dat ingaat op deze vragen. Via deze link is het artikel te lezen.

Via ons onderzoeksinstituut ISREYM (Institute for the Study of Religious Education and Youth Ministry) zetten we ons aan de ETF Leuven in om in samenwerking met andere instellingen academisch onderzoek naar praktijken van godsdienstige vorming en praktijken van christelijk geïnspireerd kinder- en jongerenwerk verder uit te bouwen. Ook wil het onderzoeksinstituut ISREYM “community learning” bevorderen van professionals, professionele organisaties en wetenschappers op de thema’s godsdienstige vorming en kinder- en jongerenwerk.

Naar aanleiding van: De Kock, A. (2021). Recente ontwikkelingen in kinder- en jongerenwerk en jongerencatechese. Ouderlingenblad, 98(1124), 6-9.

110 jaar HGJB: gefeliciteerd!

Deze week bekeek ik een vraaggesprek met Nico Belo en Jan Kranendonk, respectievelijk oud-directeur en huidig directeur van de HGJB (Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond). Het vraaggesprek is het eerste deel van een vierdelige serie ter gelegenheid van het 110 jarig bestaan van de HGJB dit jaar.

Ik feliciteer de HGJB van harte met deze mijlpaal. En ik wens de HGJB zegen van God toe voor al het werk met en voor kinderen en jongeren.

We mogen dankbaar zijn dat organisaties als de HGJB er zijn, ten dienste van kinderen en jongeren en ten dienste van kerken. Zij zijn het waard te feliciteren. Zo feliciteerde ik in 2016 ook JOP (nu bekend onder de naam Jong Protestant) met het toen tienjarig bestaan. Het werk van Jong Protestant, het werk van de HGJB en natuurlijk ook het werk van het EJV in Vlaanderen volg ik op de voet, en uiteraard niet alleen als ze jarig zijn.

De HGJB heeft voor mij persoonlijk een bijzondere betekenis. Ooit zelf nog jong nam ik deel aan HGJB vakanties. Als leidinggevende in het jeugdwerk en in de catechese maakte ik dankbaar gebruik van het HGJB materiaal. Bovendien heb ik een periode in het bestuur van de HGJB mogen bijdragen.

110 jaar is een hele leeftijd. En ik wens de HGJB nog vele jaren meer toe. Omdat ik geloof in de blijvende waarde van organisaties als de HGJB voor de ondersteuning van jonge mensen bij hun geloofsontwikkeling, of in de woorden van de HGJB missie: “jongeren van de gemeente bij Christus brengen, opdat ze Hem leren kennen, vertrouwen en navolgen.”

De HGJB heeft veel te betekenen voor kerken. Door het belang van inwijding van jonge mensen steeds weer hoog op de agenda te zetten. Kerk-zijn vraagt voortdurend aandacht voor inwijding via goed doordacht kinder- en jongerenwerk. Zowel in gevestigde gemeenten als in nieuwe vormen van kerk-zijn.

Ik wens de HGJB  alle goeds toe bij de belangrijke bijdrage die het daaraan levert.

Jos de Kock.

Het belang van goed doordacht kinder- en jongerenwerk

Prioriteit geven aan jonge generaties betekent voor kerken dat zij ook energie stoppen in goed doordacht kinder- en jongerenwerk.

In de visienota van de Protestantse Kerk in Nederland (Van U is de toekomst) wordt de kerk voorgesteld als een Woord- en tafelgemeenschap. Deze gemeenschap heeft “… inwijding, inlijving en toewijding nodig. Dit proces, dat begint bij de doop, draait om levenslang leren, bekeren, loslaten, dienen en delen. Oftewel, om de navolging van Jezus.” (p. 10).

Geïnspireerd door de visienota is een beleidskader voor de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk opgesteld (De toekomst open tegemoet) die deze week door de synode van de Protestantse Kerk wordt besproken. In dat beleidskader wordt geconstateerd dat gemeenten zichtbaar en relevant in de samenleving aanwezig willen zijn en jeugd en jonge gezinnen willen bereiken (p. 11). In dat licht betekent werken aan toekomstgericht kerk-zijn, naast een aantal andere punten, ook “prioriteit geven aan jonge generaties” (p. 15).

Die prioriteit wordt in het beleidskader in het bijzonder vertaald naar “bovenlokale bedding voor zingeving en geloven” (p. 21). “Het gaat daarbij om jonge mensen buiten de kerk die wel iets met zingeving willen maar dat niet bij onze kerk zoeken. En om jonge mensen die nog wel iets of zelfs veel met geloven hebben maar onze kerk (dreigen te) verlaten omdat ze zich daar niet meer thuis voelen” (p. 21). Er wordt voorgesteld om netwerken rond geloven en zingeving te versterken en nieuwe initiatieven te ontplooien waarmee jonge mensen zich kunnen verbinden.

Dit is op zichzelf een waardevolle denkrichting. Nu moeten we oppassen dat we beleidsnota’s niet teveel beoordelen op wat er niet in staat. Je kunt nu eenmaal niet alles evenveel woorden geven en soms gebeuren in de praktijk dingen toch wel, ook al staan ze niet expliciet in een beleidsnota. Dus het is met enige voorzichtigheid dat ik het volgende opmerk. Prioriteit geven aan jonge generaties vraagt om nog een andere denkrichting, een die ik in het beleidskader mis. En dat is de aandacht voor inwijding en goed doordacht kinder- en jongerenwerk in de geloofsgemeenschap, of dat nu de gevestigde gemeente of een nieuwe vorm van kerk-zijn is. Op de plekken waarin kinderen, jongeren, jonge gezinnen deel uitmaken van de Woord- en tafelgemeenschap.

Terecht formuleert de visienota dat inwijding, inlijving en toewijding om levenslang leren vraagt. Dat levenslang leren begint al bij de jongste leden van de gemeente. Dat vraagt om goed kinder- en jongerenwerk, inclusief theologische doordenking en praktische toerusting. Het geloof en de kerk functioneren door voortdurende praktijken van inwijding, al eeuwen lang. Dat vraagt om persoonsvorming en dus leren van jongsaf aan in allerhande praktijken binnen de geloofsgemeenschap.

In een bijdrage van een aantal jaren terug ging ik in op enkele ontwikkelingen die eraan bijdragen dat de aandacht voor inwijding in kerken naar de achtergrond kan verdwijnen. Kerken moeten dat niet laten gebeuren. Kerk-zijn vraagt voortdurend aandacht voor inwijding via goed doordacht kinder- en jongerenwerk. Zowel in gevestigde gemeenten als in nieuwe vormen van kerk-zijn. Ik moedig de Protestantse Kerk dan ook aan de aandacht voor inwijding in de geloofsgemeenschap niet te laten verslappen. En om te blijven investeren in de ontwikkeling en ondersteuning van goed doordacht kinder- en jongerenwerk.

Theologie temidden van kwetsbaarheid en onrecht

 

Bij de Opening Academiejaar 2020-2021 Evangelische Theologische Faculteit Leuven op 21 september 2020

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock

Rector.

De Evangelische Theologische Faculteit Leuven vangt vandaag haar werk aan in een nieuw academiejaar. Wij zien er naar uit, wij hebben er veel zin in. Tegelijkertijd voelen we de moeheid nog zitten van een intensieve tweede helft van het vorige academiejaar. Intensief, vanwege de vele aanpassingen die we van elkaar hebben gevraagd als gevolg van alle coronamaatregelen. Wij zijn bijzonder blij dat we vanaf vandaag vrijwel al ons onderwijs weer fysiek hier in ons gebouw van de ETF Leuven kunnen laten doorgaan. En mochten verstrengde maatregelen daarom vragen, staan we klaar om ons onderwijs daarop aan te passen.

Wij voelen de moeheid nog zitten. Niet alleen wij, ook vele andere onderwijsinstellingen zullen dit jaar op zoek gaan naar momenten van even bijkomen; de rust willen herwinnen. Maar als we dat doen moeten we de ogen niet sluiten voor de moeheid van anderen. Ik hecht eraan vanaf deze plek en op dit moment twee ‘anderen’ onder de aandacht te brengen.

Om te beginnen: de ‘ander’ die het kind is in onze eigen samenleving. De covid-19 pandemie heeft geleid tot vele zieken, veelal onder de kwetsbaarsten in onze samenleving; grote aantallen mensen zijn overleden als gevolg van het virus. Coronamaatregelen die ons moeten beschermen hebben echter ook geleid tot moeheid onder jonge mensen in onze samenleving. Wat werd kinderen en tieners allemaal wel niet afgenomen in de afgelopen maanden: structuur op school, gezelligheid in de ontmoeting met vrienden, sporttrainingen- en wedstrijden, gezonde afstand tot ouders, verjaardagsfeestjes, uitstapjes. De spanning, de saaiheid, de onzekerheid, de onberekenbaarheid: vermoeid werden zij er van. En in het ergste geval was het niet veilig meer, waar het wel veilig zou moeten zijn. Samen met ouders staan onderwijsinstellingen vandaag voor de grote uitdaging om er weer “te zijn” voor kinderen, voor tieners, voor jongeren.  Ik wens onze samenleving een jaar toe waarbij kinderen en jongeren de ruimte en de veiligheid weer ervaren om er te zijn, om ‘er uit’ te zijn.

En dan: De ‘ander’ die het kind is op de vlucht. Een kind met een bestaan van niks in een vluchtelingenkamp. En dan: een grote brand. Tijdens het vluchten, weer op de vlucht. Je leven niet zeker, door een onveilig land, en weer niet zeker door het vuur. En dan aan het einde van een lange dag: vermoeid gaan slapen. Op de harde, kille grond. In het ergste geval zonder eten. Wat is dit kind allemaal al niet afgenomen? Als het zijn ogen opent: wat is er dan nog om naar te kijken? Wat is er dan nog om naar uit te kijken? Waar kan het op terugkijken?

De ETF Leuven is een academische instelling voor theologisch onderwijs en onderzoek. Wat is de betekenis van zo’n instelling in de wereld van vandaag? Een global village die vermoeid gebukt gaat onder een covid-19 pandemie; een wereld die gebukt gaat onder onrecht die kinderen maakt tot vluchtelingen die hun bestaan niet zeker zijn. Waar is een theologische opleiding dan goed voor? Met de ogen kijken naar die twee ‘anderen’ roept wezenlijke bestaansvragen wakker.

Wij zijn niet in de eerste plaats een gemeenschap van theologen, academici, docenten en studenten. Wij zijn in de eerste plaats een gemeenschap van mensen. En als mensen voor Gods aangezicht zijn we geroepen om het goede te doen. Wij moeten elkaar voldoende ruimte geven om de kwetsbaren te kunnen dienen: de jonge mensen dichtbij ons die zoeken naar rust en veiligheid én de kinderen verder weg die in hun vlucht op de vlucht zijn. Onze ogen moeten daarvoor open blijven en onze handen beschikbaar.

En zo, met de ogen open naar de ander en dienend aanwezig, zijn wij ook theoloog. En wat is dan de betekenis van theologen in de wereld van vandaag? Wij willen zoeken naar wijsheid. In het bijbelboek Spreuken wordt duidelijk dat aan wijsheid de eerbiedige gehoorzaamheid aan God ten grondslag ligt. En in datzelfde bijbelboek lezen we dat dat een zoektocht is. De wijsheid moet gezocht worden als zilver, als verborgen schatten. Theologen zijn ook zoekers. Zij zoeken wijsheid in het luisteren naar de Schrift en in het handelend aanwezig zijn in de dagelijkse werkelijkheid. Tastend naar wijsheid in een pendel van luisteren en kijken, horen en handelen. Theologie mag en moet ook gaan over de vraag: wat is wijsheid bij de aanblik van vemoeide kinderen in de knel, bij de aanblik van kinderen op de vlucht? 

Wij voelen de moeheid soms zitten. Daar moeten we de ogen niet voor sluiten. Maar we sluiten ook de ogen niet voor de ander. We beseffen dan dat we bevoorrecht, gezegend zijn om in deze tijd theologische faculteit te kunnen zijn. Daarom ben ik verheugd en dankbaar om dit nieuwe academiejaar te beginnen. En ik roep ons allen op om elke dag opnieuw in de ogen van de ‘ander’ te kijken. Om om te zien naar wat kwetsbaar is. Om metterdaad te dienen. En van daaruit als theologen te blijven zoeken naar wijsheid.

Actief aarzelen: een gesprek over kerk, theologie en praktische theologie.

Op de website van het Kerkenraden Steunpunt zijn twee podcasts geplaatst waarin Klaas Quist met mij in gesprek is over kerk, theologie en de praktische theologie. Een gesprek over actief aarzelen.

Via deze link zijn de podcasts te beluisteren: 

Juist nu theologie?

Onderstaande bijdrage verscheen in het Nederlands Dagblad van 18 april 2020

Deze corona tijd lijkt voor veel kerken een “juist nu” tijd te moeten zijn: “Juist nu moeten we er als kerk voor kwetsbare mensen zijn”, “juist nu moeten we onze boodschap van hoop laten klinken”. Er is wel een enkel praktisch probleem dat om een oplossing vraagt. Hoe maak je werkelijk contact met mensen als je door thuisisolatie onbereikbaar voor elkaar bent? 

Theologen volgen met meer dan gemiddelde belangstelling de wijze waarop kerken omgaan met de uitdagingen die de corona crisis met zich meebrengt. Tegelijkertijd worden zij zelf ook geconfronteerd met vragen die de crisis aan hun eigen vakgebied stelt. Dat geldt ook voor mij. Het is nog maar een half jaar geleden dat ik bij gelegenheid van de Opening Academisch Jaar aan de ETF Leuven als praktisch theoloog en godsdienstpedagoog het belang uiteenzette van ontmoetingsleren. Ontmoetingsleren, zo betoogde ik, is theologisch en pedagogisch van belang voor (a) de theologische faculteit (b) de praktische theologie (c) levensbeschouwelijk onderwijs en (d) kerkelijk jeugdwerk. Als je bedenkt dat ik daarbij natuurlijk ook de fysieke ontmoeting op het oog had, dan zie je meteen dat door de coronacrisis die gedachte op alle vier onderdelen wordt uitgedaagd.

Bijvoorbeeld: Waar blijf je, als praktisch theoloog, als je door de huidige omstandigheden nauwelijks meer empirisch onderzoek kan verrichten? Tenminste, als je werkelijk ter plekke je oren en ogen de kost wil geven? Nu ja, genoeg vragen voor mij. En me dunkt, genoeg vragen die op elke andere collega theoloog af zullen komen in deze corona tijd. En net als bij kerken bespeur ik onder ons theologen soms ook een “juist nu” gevoel. “Juist nu kunnen we als theologen relevant zijn want iedereen zoekt nu, overmand door onzekerheid, naar houvast”. “Juist nu kunnen we de vraag naar God weer op een frisse manier op de agenda zetten: waar is Hij in deze coronacrisis?”. Allemaal “juist nu” issues die theologen uitdagen. Uitdagen om te doordenken en soms uitdagen om zich erover uit te spreken. En bij de een blijkt het pad van doordenken naar uitspreken korter dan bij de ander.

Theologen doordenken al veel langer dan vandaag vragen ten aanzien van God en het leven, inclusief crises in het leven. Voor het doordenken van deze vragen en het zoeken van (voorlopige) antwoorden is vaak een lang pad bewandeld. Omdat het tijd vraagt en een bescheiden houdinig. De werkelijkheid is complex en wie zou willen beweren dat dat niet geldt voor onderwerpen als God, onzekerheid in het leven en lockdowns? Academici en ook theologen dienen daarom bescheiden, ja zelfs aarzelend te zijn. Bescheiden en aarzelend, want zoekend en tastend. En precies zo kunnen theologen dienstbaar zijn aan kerk en samenleving.

Bij gelegenheid van diezelfde Opening Academisch Jaar een half jaar geleden pleitte ik daarom voor een academie die de neiging tot een quick fix analyse tegengaat en ruimte schept voor werkelijk goed observeren en luisteren en fundamentele aarzeling. Ook dat pleidooi wordt in deze tijd uitgedaagd: houd ik het als theoloog vol om in een ontvangende houding te blijven: wat zie ik, wat hoor ik, wat ruik ik, wat zeggen mensen, wat zie ik van de kerk, wat bespeur ik van God? Welke andere dan mijn eigen perspectieven zijn er en wat hebben die mij te zeggen? Laat ik die toe? 

Deze corona tijd is inderdaad een “juist nu” tijd. Maar dan wel zo: Juist nu komt het erop aan te ontvangen, te overdenken, te wegen, de blikrichting te verruimen, het oordeel uit te stellen. Juist nu is het een tijd van veel dingen niet te weten en je daarin te verwonderen. Een theologische faculteit en een theologische opleiding biedt hier ruimte aan. Niet juist nu, maar altijd. En nu misschien met beperkte middelen, dat dan weer wel. Aarzelend, bescheiden en ruimte en tijd biedend om te overwegen en te heroverwegen. Om niet alleen “juist nu” maar duurzaam van dienst te zijn voor kerk en samenleving. En ook kerken doen er goed aan om temidden van hernieuwd relevantiebesef en het vele regelwerk in zekere zin bescheiden te blijven: door zorgvuldig waar te nemen, te luisteren en veel dingen even niet te weten.

Prof. Dr. Jos de Kock, hoogleraar Praktische Theologie aan en Rector van de Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

 

Het lastige is niet de ander, dat ben jezelf.

In het Verus magazine “Op Adem” doe ik een boekje open over, hoe zal ik het zeggen, “wat mij beweegt”. Het artikel verscheen in de serie “De diepte in met…”. Nu ja, het is inderdaad een tekst geworden die goed is voor nadere psychologische en theologische reflectie. Ik zie de casestudies wel verschijnen :). Lees het hele artikel hier.

Tekst is van Bert van der Kruk. Foto’s zijn gemaakt door Tom van Limpt.

 

Blijf investeren in theologie

Onderstaande bijdrage werd gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad van 28 februari 2020.

 

Kerk én samenleving hebben goede theologen nodig. Investeer daarom in goede theologische opleidingen. Theologen kunnen dan op een geloofwaardige manier verbinden tussen christelijke bronnen en het leven van hier en nu.

Als ik dit schrijf verblijf ik in Osijek, in Kroatië. Daar mag ik een openingslezing verzorgen bij de conferentie van de Central and Eastern European Association for Mission Studies. Het thema dit jaar is: de missie van de kerk in relatie tot de levens van jonge mensen. Diverse missiologisch geïnteresseerde theologen en mensen uit het kader van diverse kerken en geloofsgemeenschappen in Centraal- en Oost-Europa zijn deze week bij elkaar. Allemaal professionals die proberen lokale kerkpraktijken zo vorm te geven, dat zij dienstbaar zijn aan de levens van een nieuwe generatie. Behalve een grote dosis energie, creativiteit en doorzettingsvermogen vraagt dat werk om een goede dosis theologische bekwaamheid. Als kerken willen investeren in jongeren moeten kerken ook investeren in theologie.

Theologie gaat over de grote vragen van het leven en hoe de christelijke traditie daarop antwoorden formuleert. Die antwoorden kunnen gezocht worden in diverse christelijke bronnen die door de eeuwen heen het licht hebben gezien. Maar theologie helpt die antwoorden ook te zoeken door goed te kijken naar geloofspraktijken in het hier en nu, en door bijvoorbeeld met jonge mensen samen te reflecteren over God en geloof in het leven van alledag. Dat is een bijzondere uitdaging in contexten waarin het kerkzijn een marginaal verschijnsel is of is geworden. Het dienen van kerkpraktijken vraagt hoe dan ook om mensen die op een geloofwaardige manier die verbindingen tussen christelijke bronnen en het leven van hier en nu helpen maken.

Pioniersplek
Daarom heeft de kerk theologen nodig die een goede opleiding hebben gehad. Mensen die met plezier leiding willen geven aan een geloofsgemeenschap of deze opnieuw willen vormgeven. Als theoloog help je mensen de wereld, de ander, zichzelf en God beter te begrijpen. Die geloofsgemeenschap kan een krimpende of zelfs verdwijnende kerk of een net ontstane pioniersplek zijn. Ze kan een migrantenkerk zijn of een kleine leefgemeenschap. In alle gevallen is investeren in theologie nodig.
Niet alleen in kerken zijn theologen met een goede opleiding nodig. Dat geldt ook voor andere sectoren, bijvoorbeeld het onderwijs.

Afgelopen november bezocht ik de jaarlijkse conferentie van de Noord-Amerikaanse Religious Education Association in Toronto. Het centrale thema was: hoe ondersteunen we in het onderwijs de levensbeschouwelijke ontwikkeling van een jonge generatie, te midden van een pluriformiteit aan levensbeschouwelijke stemmen in de samenleving. Voor christelijk geïnspireerd onderwijs geldt dat de begeleiding van de godsdienstige ontwikkeling van jonge mensen geholpen is met theologische bekwaamheid in combinatie met voldoende kennis van andere levensbeschouwelijke stromingen.

Wirwar van stemmen
Die combinatie van theologische bekwaamheid als het gaat om de eigen geloofstraditie met voldoende inzicht in andere levensbeschouwelijke stromingen is cruciaal voor theologen die verantwoordelijkheid willen nemen. Ook in kerken die jongeren willen dienen. De wirwar van verschillende levensbeschouwelijke stemmen is kenmerkend voor de omgeving waarin jonge mensen vandaag de dag opgroeien. Existentiële vragen over God en geloof moeten ook daarmee in verband gebracht worden, willen geloofsgemeenschappen plekken zijn waar jongeren gediend worden.

Een theologische vorming dient niet alleen de christelijke of kerkelijke praktijk. Ik ben ervan overtuigd dat ook de samenleving op vele plekken gediend is met theologen die in staat zijn om, vanuit een academische houding, vanuit een gelovige en hoopvolle basis en tegelijktertijd met een enorme gevoeligheid voor de spiritualiteit en zingevingsprocessen van mensen, een bijdrage te leveren aan het samenleven van mensen. Investeren in theologie betekent in dat opzicht ook een investering in het goede (samen)leven van alledag, ook van jonge mensen.

De ontmoetingen die ik kortgeleden had in Toronto, in de Canadese provincie Ontario, en die ik deze week heb in Osijek, leren mij één ding: we moeten blijven investeren in theologie. Dat verdienen nieuwe generaties jongeren die opgroeien in kerken en geloofsgemeenschappen: in Noord-Amerika, in Centraal- en Oost-Europa, in België en Nederland en waar dan ook. Investeren betekent zorgdragen voor kwalitatief goede theologische opleidingen, waar theologen worden gevormd die serieuze gesprekspartners zijn in kerk en samenleving. En die voorgangers en inwijders kunnen zijn voor een nieuwe generatie.
Investeren in theologie betekent natuurlijk ook theologie gaan studeren. Zij die dit overwegen, verdienen alle aanmoediging. Het is de investering meer dan waard.

De auteur is hoogleraar praktische theologie en rector van de Evangelische Theologische Faculteit, die is gevestigd in Leuven.

Opvoeding en geloofsopvoeding: een godsdienstpedagogische reflectie

Het laatste nradixummer in 2019 van het tijdschrift Radix is een themanummer waarin gereflecteerd wordt over de betekenis van gezin en familie in onze tijd. In dit nummer schreef ik een artikel met een godsdienstpedagogische reflectie op opvoeding en geloofsopvoeding.

Wat zijn belangrijke gangbare visies op opvoeden en geloofsopvoeding in onze samenleving en wat zijn belangrijke pedagogische en theologische aspecten van de reflectie op opvoeding en geloofsopvoeding? Bij de bespreking van deze twee vragen ga ik in op idealen en opvoedingsstijlen in de opvoeding en geloofsopvoeding in gezinnen. Tevens bespreek ik verschillende vormen van geloofsopvoeding en wijs ik op belangrijke kernvragen voor pedagogische en theologische reflectie op praktijken van geloofsopvoeding, waaronder vragen over identiteit en autoriteit. Het artikel besluit ik met de belangrijkste uitdagingen voor kerken in relatie tot de geloofsopvoeding in gezinnen.

“De positie van ouders in het grootbrengen van een nieuwe generatie in de kerk is cruciaal. (…) Toch is er lang niet altijd de nodige aandacht in geloofsgemeenschappen voor het ondersteunen van de geloofsopvoeding door ouders. Kerkpraktijken en opvoedingspraktijken kun je weliswaar onderscheiden, maar ze zijn in wezen niet te scheiden. Geloofsopvoeding dient niet slechts de ontwikkeling van individuele (jonge) gelovigen, maar ook de opbouw van geloofsgemeenschappen. Het is in die betrekking tussen individu en gemeenschap dat geloofopvoeding een cruciale rol speelt.” (p. 349).

Naar aanleiding van: De Kock, A. (2019). Opvoeding en geloofsopvoeding. Een godsdienstpedagogische reflectie. Radix45(4), 341-350.