Vaccinaties wissen impact van coronajaar op jongeren niet uit.

Deze tekst verscheen als opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad van 21 juni 2021.

Eerder deze week bracht VRT Nieuws naar buiten dat vooral vijfdejaars in het Vlaamse middelbaar onderwijs het voorbije coronaschooljaar als erg zwaar hebben ervaren. Dit blijkt uit een scholierenonderzoek dat werd uitgevoerd door De Vlaamse Scholierenkoepel (VSK). De scholieren geven bijvoorbeeld aan dat de coronatijd negatieve impact gehad heeft op het maken van vrienden en op de leerresultaten.

Er verschenen in het afgelopoen jaar meer van dit soort berichten over de impact van de coronapandemie op het welzijn van jonge mensen. Inmiddels opent onze samenleving zich in een hoog tempo, niet in de laatste plaats door de vaccinatiecampagne. De positiviteit onder de mensen neemt toe. Maar met het zetten van vaccinaties wis je de impact van de coronatijd op jongeren niet uit. Die impact vraagt blijvende aandacht in het onderwijs, in het godsdienstonderwijs in het bijzonder. En in het kerkelijk jeugdwerk. Daarbij gaat het om vier kernwoorden: eenzaamheid, angst, isolement en levensbeschouwing.

Eenzaamheid

Er zijn jongeren die eenzaamheid hebben ervaren of gevoelens van eenzaamheid hebben ontwikkeld. Sociale contacten zijn voor een lange periode tot een minimum  teruggebracht. Jongeren hebben minder kansen gehad om met vrienden af te spreken. Om hun eigen klasgenoten te ontmoeten. Om familie te zien. Sporttrainingen werden in de agenda doorgestreept. Nu deze sociale contacten allemaal weer mogelijk worden is niet gezegd dat gevoelens van eenzaamheid weg zijn. Samen zijn staat niet meteen gelijk aan niet eenzaam zijn. Er moet zorg zijn om jongeren die moeilijk weer aanhaken. En ruimte om met gevoelens van eenzaamheid voor de dag te komen.

Angst

Er zijn jongeren die angst hebben gekend of gevoelens van angst hebben ontwikkeld. Doordat zij van dichtbij ziekte en overlijdens hebben meegemaakt. Of doordat de nabijheid van mensen voor een lange periode geassocieerd is met gevaar. Ook op het oog zoiets eenvoudigs als het dragen van mondmaskers kan onzekerheid of zelfs angst in de hand werken: niet weten wat je aan een ander hebt omdat een belangrijk deel van de lichaamstaal aan het gezicht is onttrokken. Nu de mondmaskers meer en meer af mogen is het zaak om aandacht te hebben voor gevoelens van angst. Er moet ruimte zijn om hier woorden aan te geven. Evenals ruimte om je opnieuw vrij te uiten, met woorden, creatief of in sport en spel. Samen lachen en werken aan onderling vertrouwen in de groep is daarbij essentieel.

Isolement

Er zijn jongeren die in een isolement zijn geraakt. Gevoelens van eenzaamheid en angst kunnen ertoe leiden dat je enkel nog in jezelf zit rond te malen. Dar je een voortdurend gesprek met jezelf voert. Voor een gezonde ontwikkeling hebben jongeren meer gesprekspartners dan zichzelf nodig. Een jongere is gediend met mensen om zich heen voor wie zij of hij betekenis heeft. Er zijn jongeren voor wie de balans tussen met jezelf bezig zijn en met anderen bezig zijn is zoek geraakt. Deze jongeren zijn gediend met een netwerk, een gemeenschap, een omgeving waarmee zij zich innerlijk weer kunnen verbinden. Waaraan zij actief een bijdrage kunnen leveren met wie zij zijn en met wat zij aan capaciteiten in huis hebben.

Levensbeschouwing

De coronatijd heeft niet alleen impact gehad op gevoelens en ervaringen, op de fysieke gesteldheid en sociale netwerken van jongeren. Het heeft ook een impact op hoe jongeren de wereld en het leven zien en hun eigen plek daarin. Jongeren hebben gedurende de coronatijfd gedachten ontwikkeld over de waarde van het leven en de ontwrichtende kracht van ziekte. Zij hebben kennisgemaakt met ethische vragen, hebben ‘in het groot’ wereldleiders zien opereren en zijn ‘in het klein’ geconfronteerd met opvattingen en gedrag van ouders, vrienden en andere voorbeeldfiguren. Dit alles heeft bij jongeren het denken over het leven gekleurd. Deze levensbeschouwelijke ontwikkeling van jongeren stopt niet bij het voltooien van de vaccinatiecampagne. Deze is gediend met een vervolg. Jongeren verdienen voldoende ruimte om met hun gedachten voor de dag te komen. Om stevige gedachten te laten bevragen, ontluikende gedachten te laten ontwikkelen en de grote en kleine vragen van het leven te mogen stellen.

Op het oog stond het leven een jaar lang stil. Maar dat is schijn. De ontwikkeling van jongeren stond in het afgelopen coronajaar zeker niet stil. En dat zal te merken zijn in de tijd die komt. Het onderwijs doet er goed aan om alert te zijn op signalen van eenzaamheid, angst en isolement. En er zal, zondermeer in het godsdienstonderwijs, voldoende ruimte gegeven moeten worden aan het levensbeschouwelijke gesprek met jongeren. En voor kerkelijk jeugdwerk geldt hetzelfde. Dat is bovendien bij uitstek de plek waar ervarignen van eenzaamheid, angst en isolement op een betekenisvolle manier in gesprek gebracht kunnen worden met en in een levende geloofsgemeenschap.

Prof. Dr. Jos de Kock. Godsdienstpedagoog en Hoogleraar Praktische Theologie, Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

Leidinggeven in een tijd van corona: een persoonlijke reflectie op het afgelopen jaar vanuit een normatief perspectief.

Op 25/26 februari 2021 vond een online expert meeting plaats met als thema: “International Knowledge Transfer in Religious Education & Religious Educational Leadership”. Ik was gevraagd om een bijdrage te leveren vanuit de volgende vraagstelling: Hoe geef je leiding aan een theologische faculteit ten tijde van de corona pandemie, bezien vanuit een normatief perspectief?

Hieronder kun je de uitgebreidere tekst van mijn bijdrage downloaden en lezen die tijdens de expert meeting werd bediscussieerd. Ik reflecteer daarin vanuit een persoonlijk perspectief als rector van de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven in het afgelopen jaar: een jaar dat werd gestempeld door de coronapandemie en mij uitdaagde in het innemen van en het wegen van persoonlijke, professionele en theologische normatieve posities.

De bijdrage biedt een hoogst persoonlijke reflectie op de vraag naar leidinggeven in een tijd van corona, specifiek vanuit een normatief perspectief. Het moet zeker niet gelezen worden als de enige, de beste, of zelfs maar een goede benadering. Deze bijdrage wil een uitnodiging zijn aan gesprekspartners om na te denken over eigen praktijken van leidinggeven en normatieve discoursen die daarin een rol spelen.

Download hier de bijdrage “Leadership in Theological Education in Times of Corona

Theologie temidden van kwetsbaarheid en onrecht

 

Bij de Opening Academiejaar 2020-2021 Evangelische Theologische Faculteit Leuven op 21 september 2020

Prof. Dr. A. (Jos) de Kock

Rector.

De Evangelische Theologische Faculteit Leuven vangt vandaag haar werk aan in een nieuw academiejaar. Wij zien er naar uit, wij hebben er veel zin in. Tegelijkertijd voelen we de moeheid nog zitten van een intensieve tweede helft van het vorige academiejaar. Intensief, vanwege de vele aanpassingen die we van elkaar hebben gevraagd als gevolg van alle coronamaatregelen. Wij zijn bijzonder blij dat we vanaf vandaag vrijwel al ons onderwijs weer fysiek hier in ons gebouw van de ETF Leuven kunnen laten doorgaan. En mochten verstrengde maatregelen daarom vragen, staan we klaar om ons onderwijs daarop aan te passen.

Wij voelen de moeheid nog zitten. Niet alleen wij, ook vele andere onderwijsinstellingen zullen dit jaar op zoek gaan naar momenten van even bijkomen; de rust willen herwinnen. Maar als we dat doen moeten we de ogen niet sluiten voor de moeheid van anderen. Ik hecht eraan vanaf deze plek en op dit moment twee ‘anderen’ onder de aandacht te brengen.

Om te beginnen: de ‘ander’ die het kind is in onze eigen samenleving. De covid-19 pandemie heeft geleid tot vele zieken, veelal onder de kwetsbaarsten in onze samenleving; grote aantallen mensen zijn overleden als gevolg van het virus. Coronamaatregelen die ons moeten beschermen hebben echter ook geleid tot moeheid onder jonge mensen in onze samenleving. Wat werd kinderen en tieners allemaal wel niet afgenomen in de afgelopen maanden: structuur op school, gezelligheid in de ontmoeting met vrienden, sporttrainingen- en wedstrijden, gezonde afstand tot ouders, verjaardagsfeestjes, uitstapjes. De spanning, de saaiheid, de onzekerheid, de onberekenbaarheid: vermoeid werden zij er van. En in het ergste geval was het niet veilig meer, waar het wel veilig zou moeten zijn. Samen met ouders staan onderwijsinstellingen vandaag voor de grote uitdaging om er weer “te zijn” voor kinderen, voor tieners, voor jongeren.  Ik wens onze samenleving een jaar toe waarbij kinderen en jongeren de ruimte en de veiligheid weer ervaren om er te zijn, om ‘er uit’ te zijn.

En dan: De ‘ander’ die het kind is op de vlucht. Een kind met een bestaan van niks in een vluchtelingenkamp. En dan: een grote brand. Tijdens het vluchten, weer op de vlucht. Je leven niet zeker, door een onveilig land, en weer niet zeker door het vuur. En dan aan het einde van een lange dag: vermoeid gaan slapen. Op de harde, kille grond. In het ergste geval zonder eten. Wat is dit kind allemaal al niet afgenomen? Als het zijn ogen opent: wat is er dan nog om naar te kijken? Wat is er dan nog om naar uit te kijken? Waar kan het op terugkijken?

De ETF Leuven is een academische instelling voor theologisch onderwijs en onderzoek. Wat is de betekenis van zo’n instelling in de wereld van vandaag? Een global village die vermoeid gebukt gaat onder een covid-19 pandemie; een wereld die gebukt gaat onder onrecht die kinderen maakt tot vluchtelingen die hun bestaan niet zeker zijn. Waar is een theologische opleiding dan goed voor? Met de ogen kijken naar die twee ‘anderen’ roept wezenlijke bestaansvragen wakker.

Wij zijn niet in de eerste plaats een gemeenschap van theologen, academici, docenten en studenten. Wij zijn in de eerste plaats een gemeenschap van mensen. En als mensen voor Gods aangezicht zijn we geroepen om het goede te doen. Wij moeten elkaar voldoende ruimte geven om de kwetsbaren te kunnen dienen: de jonge mensen dichtbij ons die zoeken naar rust en veiligheid én de kinderen verder weg die in hun vlucht op de vlucht zijn. Onze ogen moeten daarvoor open blijven en onze handen beschikbaar.

En zo, met de ogen open naar de ander en dienend aanwezig, zijn wij ook theoloog. En wat is dan de betekenis van theologen in de wereld van vandaag? Wij willen zoeken naar wijsheid. In het bijbelboek Spreuken wordt duidelijk dat aan wijsheid de eerbiedige gehoorzaamheid aan God ten grondslag ligt. En in datzelfde bijbelboek lezen we dat dat een zoektocht is. De wijsheid moet gezocht worden als zilver, als verborgen schatten. Theologen zijn ook zoekers. Zij zoeken wijsheid in het luisteren naar de Schrift en in het handelend aanwezig zijn in de dagelijkse werkelijkheid. Tastend naar wijsheid in een pendel van luisteren en kijken, horen en handelen. Theologie mag en moet ook gaan over de vraag: wat is wijsheid bij de aanblik van vemoeide kinderen in de knel, bij de aanblik van kinderen op de vlucht? 

Wij voelen de moeheid soms zitten. Daar moeten we de ogen niet voor sluiten. Maar we sluiten ook de ogen niet voor de ander. We beseffen dan dat we bevoorrecht, gezegend zijn om in deze tijd theologische faculteit te kunnen zijn. Daarom ben ik verheugd en dankbaar om dit nieuwe academiejaar te beginnen. En ik roep ons allen op om elke dag opnieuw in de ogen van de ‘ander’ te kijken. Om om te zien naar wat kwetsbaar is. Om metterdaad te dienen. En van daaruit als theologen te blijven zoeken naar wijsheid.

Juist nu theologie?

Onderstaande bijdrage verscheen in het Nederlands Dagblad van 18 april 2020

Deze corona tijd lijkt voor veel kerken een “juist nu” tijd te moeten zijn: “Juist nu moeten we er als kerk voor kwetsbare mensen zijn”, “juist nu moeten we onze boodschap van hoop laten klinken”. Er is wel een enkel praktisch probleem dat om een oplossing vraagt. Hoe maak je werkelijk contact met mensen als je door thuisisolatie onbereikbaar voor elkaar bent? 

Theologen volgen met meer dan gemiddelde belangstelling de wijze waarop kerken omgaan met de uitdagingen die de corona crisis met zich meebrengt. Tegelijkertijd worden zij zelf ook geconfronteerd met vragen die de crisis aan hun eigen vakgebied stelt. Dat geldt ook voor mij. Het is nog maar een half jaar geleden dat ik bij gelegenheid van de Opening Academisch Jaar aan de ETF Leuven als praktisch theoloog en godsdienstpedagoog het belang uiteenzette van ontmoetingsleren. Ontmoetingsleren, zo betoogde ik, is theologisch en pedagogisch van belang voor (a) de theologische faculteit (b) de praktische theologie (c) levensbeschouwelijk onderwijs en (d) kerkelijk jeugdwerk. Als je bedenkt dat ik daarbij natuurlijk ook de fysieke ontmoeting op het oog had, dan zie je meteen dat door de coronacrisis die gedachte op alle vier onderdelen wordt uitgedaagd.

Bijvoorbeeld: Waar blijf je, als praktisch theoloog, als je door de huidige omstandigheden nauwelijks meer empirisch onderzoek kan verrichten? Tenminste, als je werkelijk ter plekke je oren en ogen de kost wil geven? Nu ja, genoeg vragen voor mij. En me dunkt, genoeg vragen die op elke andere collega theoloog af zullen komen in deze corona tijd. En net als bij kerken bespeur ik onder ons theologen soms ook een “juist nu” gevoel. “Juist nu kunnen we als theologen relevant zijn want iedereen zoekt nu, overmand door onzekerheid, naar houvast”. “Juist nu kunnen we de vraag naar God weer op een frisse manier op de agenda zetten: waar is Hij in deze coronacrisis?”. Allemaal “juist nu” issues die theologen uitdagen. Uitdagen om te doordenken en soms uitdagen om zich erover uit te spreken. En bij de een blijkt het pad van doordenken naar uitspreken korter dan bij de ander.

Theologen doordenken al veel langer dan vandaag vragen ten aanzien van God en het leven, inclusief crises in het leven. Voor het doordenken van deze vragen en het zoeken van (voorlopige) antwoorden is vaak een lang pad bewandeld. Omdat het tijd vraagt en een bescheiden houdinig. De werkelijkheid is complex en wie zou willen beweren dat dat niet geldt voor onderwerpen als God, onzekerheid in het leven en lockdowns? Academici en ook theologen dienen daarom bescheiden, ja zelfs aarzelend te zijn. Bescheiden en aarzelend, want zoekend en tastend. En precies zo kunnen theologen dienstbaar zijn aan kerk en samenleving.

Bij gelegenheid van diezelfde Opening Academisch Jaar een half jaar geleden pleitte ik daarom voor een academie die de neiging tot een quick fix analyse tegengaat en ruimte schept voor werkelijk goed observeren en luisteren en fundamentele aarzeling. Ook dat pleidooi wordt in deze tijd uitgedaagd: houd ik het als theoloog vol om in een ontvangende houding te blijven: wat zie ik, wat hoor ik, wat ruik ik, wat zeggen mensen, wat zie ik van de kerk, wat bespeur ik van God? Welke andere dan mijn eigen perspectieven zijn er en wat hebben die mij te zeggen? Laat ik die toe? 

Deze corona tijd is inderdaad een “juist nu” tijd. Maar dan wel zo: Juist nu komt het erop aan te ontvangen, te overdenken, te wegen, de blikrichting te verruimen, het oordeel uit te stellen. Juist nu is het een tijd van veel dingen niet te weten en je daarin te verwonderen. Een theologische faculteit en een theologische opleiding biedt hier ruimte aan. Niet juist nu, maar altijd. En nu misschien met beperkte middelen, dat dan weer wel. Aarzelend, bescheiden en ruimte en tijd biedend om te overwegen en te heroverwegen. Om niet alleen “juist nu” maar duurzaam van dienst te zijn voor kerk en samenleving. En ook kerken doen er goed aan om temidden van hernieuwd relevantiebesef en het vele regelwerk in zekere zin bescheiden te blijven: door zorgvuldig waar te nemen, te luisteren en veel dingen even niet te weten.

Prof. Dr. Jos de Kock, hoogleraar Praktische Theologie aan en Rector van de Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

 

Het lastige is niet de ander, dat ben jezelf.

In het Verus magazine “Op Adem” doe ik een boekje open over, hoe zal ik het zeggen, “wat mij beweegt”. Het artikel verscheen in de serie “De diepte in met…”. Nu ja, het is inderdaad een tekst geworden die goed is voor nadere psychologische en theologische reflectie. Ik zie de casestudies wel verschijnen :). Lees het hele artikel hier.

Tekst is van Bert van der Kruk. Foto’s zijn gemaakt door Tom van Limpt.

 

Blijf investeren in theologie

Onderstaande bijdrage werd gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad van 28 februari 2020.

 

Kerk én samenleving hebben goede theologen nodig. Investeer daarom in goede theologische opleidingen. Theologen kunnen dan op een geloofwaardige manier verbinden tussen christelijke bronnen en het leven van hier en nu.

Als ik dit schrijf verblijf ik in Osijek, in Kroatië. Daar mag ik een openingslezing verzorgen bij de conferentie van de Central and Eastern European Association for Mission Studies. Het thema dit jaar is: de missie van de kerk in relatie tot de levens van jonge mensen. Diverse missiologisch geïnteresseerde theologen en mensen uit het kader van diverse kerken en geloofsgemeenschappen in Centraal- en Oost-Europa zijn deze week bij elkaar. Allemaal professionals die proberen lokale kerkpraktijken zo vorm te geven, dat zij dienstbaar zijn aan de levens van een nieuwe generatie. Behalve een grote dosis energie, creativiteit en doorzettingsvermogen vraagt dat werk om een goede dosis theologische bekwaamheid. Als kerken willen investeren in jongeren moeten kerken ook investeren in theologie.

Theologie gaat over de grote vragen van het leven en hoe de christelijke traditie daarop antwoorden formuleert. Die antwoorden kunnen gezocht worden in diverse christelijke bronnen die door de eeuwen heen het licht hebben gezien. Maar theologie helpt die antwoorden ook te zoeken door goed te kijken naar geloofspraktijken in het hier en nu, en door bijvoorbeeld met jonge mensen samen te reflecteren over God en geloof in het leven van alledag. Dat is een bijzondere uitdaging in contexten waarin het kerkzijn een marginaal verschijnsel is of is geworden. Het dienen van kerkpraktijken vraagt hoe dan ook om mensen die op een geloofwaardige manier die verbindingen tussen christelijke bronnen en het leven van hier en nu helpen maken.

Pioniersplek
Daarom heeft de kerk theologen nodig die een goede opleiding hebben gehad. Mensen die met plezier leiding willen geven aan een geloofsgemeenschap of deze opnieuw willen vormgeven. Als theoloog help je mensen de wereld, de ander, zichzelf en God beter te begrijpen. Die geloofsgemeenschap kan een krimpende of zelfs verdwijnende kerk of een net ontstane pioniersplek zijn. Ze kan een migrantenkerk zijn of een kleine leefgemeenschap. In alle gevallen is investeren in theologie nodig.
Niet alleen in kerken zijn theologen met een goede opleiding nodig. Dat geldt ook voor andere sectoren, bijvoorbeeld het onderwijs.

Afgelopen november bezocht ik de jaarlijkse conferentie van de Noord-Amerikaanse Religious Education Association in Toronto. Het centrale thema was: hoe ondersteunen we in het onderwijs de levensbeschouwelijke ontwikkeling van een jonge generatie, te midden van een pluriformiteit aan levensbeschouwelijke stemmen in de samenleving. Voor christelijk geïnspireerd onderwijs geldt dat de begeleiding van de godsdienstige ontwikkeling van jonge mensen geholpen is met theologische bekwaamheid in combinatie met voldoende kennis van andere levensbeschouwelijke stromingen.

Wirwar van stemmen
Die combinatie van theologische bekwaamheid als het gaat om de eigen geloofstraditie met voldoende inzicht in andere levensbeschouwelijke stromingen is cruciaal voor theologen die verantwoordelijkheid willen nemen. Ook in kerken die jongeren willen dienen. De wirwar van verschillende levensbeschouwelijke stemmen is kenmerkend voor de omgeving waarin jonge mensen vandaag de dag opgroeien. Existentiële vragen over God en geloof moeten ook daarmee in verband gebracht worden, willen geloofsgemeenschappen plekken zijn waar jongeren gediend worden.

Een theologische vorming dient niet alleen de christelijke of kerkelijke praktijk. Ik ben ervan overtuigd dat ook de samenleving op vele plekken gediend is met theologen die in staat zijn om, vanuit een academische houding, vanuit een gelovige en hoopvolle basis en tegelijktertijd met een enorme gevoeligheid voor de spiritualiteit en zingevingsprocessen van mensen, een bijdrage te leveren aan het samenleven van mensen. Investeren in theologie betekent in dat opzicht ook een investering in het goede (samen)leven van alledag, ook van jonge mensen.

De ontmoetingen die ik kortgeleden had in Toronto, in de Canadese provincie Ontario, en die ik deze week heb in Osijek, leren mij één ding: we moeten blijven investeren in theologie. Dat verdienen nieuwe generaties jongeren die opgroeien in kerken en geloofsgemeenschappen: in Noord-Amerika, in Centraal- en Oost-Europa, in België en Nederland en waar dan ook. Investeren betekent zorgdragen voor kwalitatief goede theologische opleidingen, waar theologen worden gevormd die serieuze gesprekspartners zijn in kerk en samenleving. En die voorgangers en inwijders kunnen zijn voor een nieuwe generatie.
Investeren in theologie betekent natuurlijk ook theologie gaan studeren. Zij die dit overwegen, verdienen alle aanmoediging. Het is de investering meer dan waard.

De auteur is hoogleraar praktische theologie en rector van de Evangelische Theologische Faculteit, die is gevestigd in Leuven.

In gesprek n.a.v. “Wait a Minute in Stressful Times”

Afgelopen april werd duidelijk dat ik mijn loopbaan zou vervolgen in Leuven. Sinds september ben ik daar gestart als rector en hoogleraar praktische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit.

Er is heel veel gebeurd tussen april en nu. Noem het een ‘transitie’; maar wel een hele mooie transitie. Het meest bijzondere moment was toch wel de opening van het academisch jaar eind september waar ik mijn inaugurele rede heb uitgesproken: Wait a minute in stressful times – a practical theological account of learning in encounter.

In deze rede verkende ik het concept van leren in ontmoeting, alsook de betekenis ervan als leidraad voor de praktijk van levensbeschouwelijk onderwijs, kerkelijk kinder- en jeugdwerk, en voor het beoefenen van (praktische) theologie.

Inmiddels ben ik hard aan de slag met de uitwerking van wat ik in die rede op de agenda heb gezet. Mocht je geïnteresseerd zijn in de uitgebreide tekst: stuur mij een email (jos.dekock@etf.edu) en ik bezorg je een pdf. Wie weet leidt dat dan weer tot nieuwe of hernieuwde ontmoetingen waarin we van gedachten kunnen wisselen met elkaar. Heel graag!

 

Opvoeddebat: Weet je dat je een prinsje bent?

Op donderdag 4 oktober om 20.00 uur organiseert De Nieuwe Koers in de Janskerk in Utrecht een debat over opvoeding en geloof. Het debat is een vervolg op het themanummer van De Nieuwe Koers over dit onderwerp dat begin dit jaar verscheen. Daarin vertelden verschillende experts dat christelijke opvoeders steeds meer het seculiere ideaal van een succesvol en pijnloos leven volgen.

Wat betekent dat voor de weerbaarheid van jongeren vandaag? Voor hun geloof? Hun godsbeeld? Op 4 oktober zullen betrokkenen uit onderwijs, opvoeding, kerk en politiek de degens kruisen in een opvoeddebat.

Onder meer Jos de Kock (ETF Leuven), Joël Voordewind (ChristenUnie), Harmen van Wijnen (CHE), Janneke Burger (Jente magazine), Ron van der Spoel (Passie voor Preken) en Els van Dijk (Evangelische Hogeschool) staan op het podium. Cabaretier Tim van Wijngaarden zorgt voor wat lucht en de broodnodige relativering, Tijs van den Brink heeft de leiding in handen.

Het debat wordt georganiseerd door De Nieuwe Koers in samenwerking met JOP (PKN), de CHE en de Evangelische Hogeschool. Het debat wordt mede mogelijk gemaakt door de JIP Foundation.

Ontmoeting essentieel voor kerk als leergemeenschap

 

Een  interview door René Heij in het Reformatorisch Dagblad van 13 september 2018

„Ik huiver ervan als mensen zich afzonderen en de ontmoeting met de ander uit de weg gaan”, zegt dr. Jos de Kock, die vrijdag afscheid neemt van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). „We zijn geroepen om in relatie te treden tot anderen.”

De kerkelijke geloofsgemeenschap is een ontmoetingsplek, aldus de universitair docent praktische theologie. „Er gebeurt heel veel als mensen elkaar ontmoeten en het gesprek aangaan. Ontmoeting is zelfs de kern in leerprocessen. In de kerk, in het onderwijs en in het gezin. Wie wegblijft en zichzelf terugtrekt, laat de mogelijkheid liggen om iets te leren. Dat is een principieel punt.”

In zijn werk voor het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC), dat verbonden is aan de PThU in Amsterdam, was ontmoeting een belangrijke component. Meer dan eens gaven dr. De Kock en zijn collega’s lezingen bij of overlegden zij met jeugdbonden en andere kerkelijke jongerenorganisaties. „Door het contact met die organisaties van verschillende kerkelijke denominaties kom je als onderzoeker de juiste vragen op het spoor. Ook weet je dan hoe er op de onderzoeksresultaten gereageerd wordt.”

Dr. De Kock constateert dat de verschillende organisaties onderling ook contact hebben. „Vaak hebben zij immers met dezelfde vragen te maken. Zo worstelen veel jeugdwerkers, ouderlingen en predikanten met de vraag hoe zij een nieuwe generatie kunnen verbinden aan en inwijden in de geloofsgemeenschap.”

„Jongeren groeien niet alleen op als individu”, vervolgt hij. „Het geloof heeft zowel een individuele als een gemeenschappelijke dimensie. Dat levert een spanning op tussen de individuele en de gemeenschappelijke gerichtheid van de jonge generatie. Maar die kernvraag is van alle tijden. Dat was, om zo te zeggen, dertig jaar geleden niet anders.”

Wel is het volgens dr. De Kock nodig dat er telkens opnieuw naar passende manieren wordt gezocht om jongeren aan de gemeenschap te verbinden. „Tot vijf jaar geleden was de notie van het ”discipelschap” een hot item. Dat werd in de kerkelijke praktijk verbonden aan het persoonlijk navolgen van Christus, terwijl dat begrip theologisch ook op andere manieren uitgelegd kan worden. Zo komt er een theologisch discours op gang.”

Catechisatie

In dat verband gaat het ook over catechese. „Maar de catechese is veel meer dan een uurtje onderwijs voor jonge mensen op dinsdagavond van halfacht tot halfnegen. Vanuit de notie van de geloofsgemeenschap als leergemeenschap is de vraag breder: Hoe brengen we leerprocessen in de gemeente op gang? Wat is een passende vorm? En op wie is het leerproces gericht?”

Na negen jaar aan de PThU vond dr. De Kock het tijd voor een „nieuwe uitdaging.” Daarom is hij per 1 september aan de slag gegaan bij een organisatieadviesbureau in Den Haag. Toch is er ook sprake van continuïteit, aldus de praktisch theoloog. „Ik begeleid nog promotietrajecten aan de PThU. Bovendien heb ik een kleine aanstelling als gasthoofddocent praktische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven. Ook blijf ik hoofdredacteur van de internationale wetenschappelijke Journal of Youth and Theology.”

Het werk van het OJKC gaat ook door. „In de afgelopen jaren is dat onderzoekscentrum enorm uitgebouwd en zijn er veel projecten opgezet. De godsdienstpedagogiek is een belangrijk aandachtsveld geworden, ook in het opleidingsprogramma voor studenten. Samen met mijn collega’s heb ik met plezier dat werk gedaan.”

Sterke ontwikkeling

Het vakgebied van de godsdienstpedagogiek en het jeugdwerk heeft de laatste jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Het afscheidssymposium vrijdag gaat daarom over „groeispurten en kinderziektes”, aldus de uitnodiging. Dr. De Kock: „Er wordt op een hoog wetenschappelijk niveau gedebatteerd en gepubliceerd over jeugd en theologie. Dat geeft aan dat het veld van ”youth ministry” in de volle breedte volwassen aan het worden is. Nederlandse onderzoekers leveren daaraan een belangrijke bijdrage. Hun inbreng op internationale conferenties wordt zeer gewaardeerd.”

 

Afscheid en een nieuw begin

Deze vrijdag (14 september) neem ik tijdens het OJKC symposium “Groeispurten en kinderziektes” afscheid van de PThU. Een afscheid betekent in dit geval gelukkig ook een nieuw begin. Ik zet mijn werk voort op twee verschillende plekken.

Ik ben na de zomer begonnen met mijn werk als senior adviseur bij Hobéon in Den Haag. Daarnaast word ik per 1 oktober gast hoofddocent praktische theologie aan de ETF in Leuven.

[Read more…]