Week van de opvoeding en Foundations of Education

Het duurt nog even, maar op 2 oktober start de jaarlijkse week van de opvoeding. Dit keer met als thema ‘buiten de lijntjes’. Het gaat dit jaar dus om out of the box denken en doen in de opvoeding. Het thema heeft ook te maken met de ontmoeting met ‘de ander’: diegene die op het eerste gezicht niet in jouw straatje past of die geen onderdeel uitmaakt van jouw ‘eigen’ groep en de comfortzone van je kind of jou als opvoeder.

Ontmoeting met ‘de ander’ is ook het thema van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association: Die start precies een maand later, op 2 november; in St Louis (Missouri). Daar zal ik een bijdrage leveren onder de titel “learning in encounter and foundations of education”. Ik zal daar twee uitgangspunten uit mijn boek Opvoeden is gekkenwerk bediscussiëren, namelijk (a) opvoeden is gericht op vrijheid en recht en (b) een kind is niet zichzelf zonder de ander. Hieronder tref je de summary aan van wat ik daar ga doen.

Het is een mooie kans om wat in technische termen begon als valorisatie project weer terug te brengen in het internationale academische discours. Zeer benieuwd wat dat weer gaat opleveren. Maar zoals gezegd: de maand daarvoor is er de week van de opvoeding. Wie weet kan daarin ook nog wat georganiseerd worden rond de thema’s ‘ontmoeting met de ander’, ‘buiten de lijntjes’ en uitgangspunten van goede opvoeding in deze tijd. Ik houd me aanbevolen.

Learning in encounter and foundations of education
Under the heading of the main theme Learning in Encounter, two of the main questions of this year’s conference are: (a) how do we deal with differences, and (b) which theological, educational, and philosophical foundations should our learning be based on? Learning in encounter and to learn from differences are at the very heart of my just published (in Dutch) book: Opvoeden is gekkenwerk – 11 uitgangspunten. In English, this reads: Raising a child is madness – 11 foundations of education. On the basis of 11 foundations, the book, from my academic, professional and personal point of view, reflects on important ideals and interests for bringing up a new generation nowadays and in the near future. These 11 foundations have both theological, educational and philosophical underpinnings and, as said, learning in encounter and learning from differences are more than once at the very heart of it.

The book is to be considered as a valorisation project of insights derived from three sources of reflection. In the first place a reflection on outcomes of my practical theological research on religious education and youth ministry practices. In the second place a reflection on what I as a religious educator at the Protestant Theological University in The Netherlands, implicitly or explicitly communicate when it comes to foundations of ‘good’ (religious) education. In the third place a reflection on my own practices as father in my own family and being a foster family for children and teenagers in vulnerable situations. I am convinced that all these reflections also borrow from insights derived from debates, interactions and research within international networks in my work, among which the Religious Education Association is an important one.

Given the main theme of the 2017 REA conference, I would like to focus in my paper presentation on two particular foundations: (2) Education is directed towards freedom and right: education is aiming at letting children become free persons who contribute to a righteous world; (3) One cannot be an individual without the other: by education a child becomes him/herself only by letting the life of others be part of his/her own life.

In this conference/paper I would like to bring back the content of the book into the academic and professional debate among religious educators by focusing on learning in encounter with the other who is different. Furthermore I would like to address in particular the ideal of freedom and the ideal of right(eousness) in this very encounter. Both theological land educational/pedagogical arguments will be elaborated. Main contribution of the paper presentation is an initiation of a fruitful discussion on foundations of education in the nowadays context worldwide.

Opvoeden: reken erop dat je niks terugkrijgt

In het Nederlands Dagblad van 22 maart 2017 en op dag6.nl verscheen het volgende artikel over Opvoeden is gekkenwerk.

Een kind opvoeden doe je niet even tussendoor, zegt opvoeddeskundige Jos de Kock. ‘Je moet erop rekenen dat je niks terugkrijgt.’ Jos de Kock (38) uit Gorinchem is getrouwd en vader van twee kinderen. Hij schreef een boek over opvoeden. Niet om te vertellen hoe het moet, maar om mensen aan het denken te zetten. Want waar ben je eigenlijk mee bezig en is opvoeden geen gekkenwerk? Lees hier verder

 

 

23 februari: boekpresentatie “Opvoeden is gekkenwerk”

170119-170117-a3poster-opvoedenisgekkenwerk

Opvoeden is gekkenwerk – 11 uitgangspunten

Verschijnt in februari:161101-aankondiging-als-picture

Liefde (over opvoeden buiten het veilige nest)

Column, te verschijnen in Jente, nr. 23, augustus 2016

Opvoeders bieden hun kinderen een veilig nest. Dat zal waar zijn. Maar opvoeding moet vooral buiten dat nest plaatsvinden.

Vlak bij ons huis loopt een lange sloot langs de spoorlijn. Elk voorjaar zorgen daar twee of drie ganzenparen voor nieuwe nakomelingen. Dat is niet zozeer een daad van liefde. Volgens de vogelbescherming draagt Nederland namelijk een internationale verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de gans. De nieuwe nakomelingen worden driftig beschermd door hun ouders. De betekenis van het woord driftig wordt je duidelijk als je te dichtbij komt.

Voor de jonge gansjes is hun veilige nest geen eindpunt van opvoeding. Daar begint het pas. Wat doen vader en moeder gans? Zo snel als mogelijk zoeken zij met hun kleintjes wegen om het nest heen: door het gras, in het water, dan weer op de kant. Hun liefde spreekt buiten het nest. Bijvoorbeeld door nieuwsgierige mensenwezens die te dichtbij komen weg te jagen.

Zo ook spreekt de liefde van opvoeders voor hun kinderen in het zoeken van wegen buiten het nest. Een belangrijk onderdeel van die zoektocht is om kinderen met diezelfde liefde de wereld tegemoet te laten treden. Kinderen leren zich in te spannen om interesse te hebben voor de bezigheden van leeftijdgenoten; erop uit te gaan om het mooie van alles wat groeit en bloeit in de natuur te ontdekken; samen te spelen met dat klasgenootje dat bij veel andere kinderen niet populair is; geld of andere dingen apart te zetten voor hulp aan mensen in nood.

Een te grote concentratie op het veilige nest leidt tot een beschermde engeltjes opvoeding. Liefde functioneert dan vooral als ‘lief zijn’ en ‘toegeven’ van opvoeders richting hun kinderen. Kinderen krijgen in zo’n geval altijd hun zin, een aai over de bol toe en worden afgeschermd van de boze buitenwereld. En ondertussen vliegen vader en moeder af en aan om het kroost van hun natje en droogje te voorzien.

Kinderen reageren op de werkelijkheid buiten het nest met zichtbare of uitgesproken emoties. Een kind is boos op een ander kind. Een meisje is verwonderd over een mooie vlinder. Een jongen kijkt vol afschuw naar televisiebeelden van de verwoesting na een terroristische aanslag. Boosheid, verwondering en afschuw zeggen iets over hoe kinderen stukjes van de werkelijkheid zien, ervaren en tegemoet treden. Maar wat betekent liefde als boosheid opsteekt? Als je vol verwondering bent? En als je iets of iemand verafschuwt?

Bij die vragen zijn opvoeders op hun plek. Om met kinderen wegen te zoeken. Buiten het nest, waar het soms moeilijk is om de dingen en mensen met genegenheid, belangstelling of warmte tegemoet te treden. Daar wordt het leven, de liefde geleerd.

Grens

Een-grens-is-eigenlijkColumn, verschenen in Jente, nr. 22, mei 2016


Of je alsjeblieft even snel een tekst wil aanleveren. “Want ik heb me een maand vergist, sorry; de deadline was al vorige week en niet pas over drie weken.”

“Ja, bekijk het even, nu ga je over mijn grens.” Zo had ik met recht kunnen reageren, toen een niet nader te noemen hoofdredacteur mij dit berichtje stuurde. Toch heb ik dat niet gedaan. Want zoals zo vaak het geval is: nergens zoveel ruimte als op de grens. Ook in het opvoeden.

Opvoeden lijkt soms wel helemaal te gaan om het aanleggen van grenzen en het bewaken daarvan. Opgroeien wordt nauwkeurig geregeld met allerhande wetjes. Je moet minimaal een half uur buitenspelen; je mag je broertje niet slaan; je mag de juf vragen om hulp, maar niet voordat je het zelf geprobeerd hebt; als je al een koekje op hebt, mag je niet ook nog eens een snoepje, tenzij je jarig bent natuurlijk; maar dan moet je wel eerst anderen trakteren; en ga zo maar door.

Opvoeders zijn doorgaans goede regelaars en verbinden daaraan de meest uiteenlopende sancties. Soms geven we beloningen voor het opvolgen van de regels. Veel vaker straffen we voor het overtreden ervan. Maar het daadwerkelijk voltrekken van sancties is dan weer het meest ongeregelde gedrag in de opvoeding. Daar is juridisch geen pijl op te trekken.

Nergens zoveel ruimte als op de grens. Niet of niet consequent belonen en straffen bijvoorbeeld, doet grenzen in de opvoeding verwateren. En door succesvolle onderhandeling rekken kinderen grensgebieden in de opvoeding op of verschuiven deze in zijn geheel. Die onderhandeling wordt soms met woorden aangegaan; veel vaker met gedrag.

Zo mag onze dochter bijvoorbeeld wel alleen naar school lopen maar nog niet alleen naar school fietsen. De verkeerssituatie is daar te onveilig voor, denken wij. Ergens tussen lopen en fietsen: daar ligt onze grens. Totdat dochterlief op een ochtend besluit gewoon van huis weg te fietsen; alleen op weg naar school. Als ik een paar minuten later dan mijn dochter op het schoolplein arriveer, vertelt ze triomfantelijk dat alles goed is gegaan en dat ze het heus wel alleen kan. En ik zie in dat dat misschien wel eens zo zou kunnen zijn.

Grenzen regelen de praktijk. Maar soms regelt de praktijk de grens. Soms moet je als opvoeder de grens bewaken en consequent belonen of straffen. Deadline is deadline zeg maar. Maar soms laat je een grens verdampen of rek je het grensgebied een stukje op. Opvoeden gaat uiteindelijk om het zoeken van ruimte op de grens. Het is niet altijd handig, maar geen boodschap hebben aan deadlines is dan gewoon het beste.

Hokje

Column, verschenen in Jente, nr. 21, maart 2016box

Jij in jouw klein hokje en ik in ’t mijn.
Nee, dit is geen spelfout; geen weggevallen letter die onopgemerkt is gebleven door de eindredactie. Het is een serieuze wens: dat iedereen in z’n hokje zit. Of je een helder licht bent of niet.
Veel mensen zijn tegenwoordig allergisch voor hokjes denken. Het is tenslotte niet leuk dat er ongewild en ongevraagd een label of een stickertje op jou geplakt wordt. Of het nu gaat om je gedragsprobleem, je talent, een ziekte, of de inkomensgroep waartoe je behoort. Je hebt allergie voor zo’n hokje omdat het een ander is die jou in dat hokje stopt. Zelf wil je daar niet in, het is om gek van te worden.
Maar waar je ook gek van wordt is de voortdurende oproep om uit je hokje tevoorschijn te komen. Je kent dat wel. Je moet out of the box denken. Je moet uit je comfortzone stappen. Je moet nieuwe wegen inslaan en het vertrouwde achter je laten. Ook om gek van te worden. Alsof het zoveel opschiet als iedereen uit zijn box komt. Chaos wordt het.
Mijn wens is dat iedereen in z’n hokje blijft of daarnaar terugkeert. Niet in een hokje dat anderen voor je maken maar een die jij zelf verkiest, waar je geborgenheid, rust en vrede ervaart, waar er even niets is of moet.
Toch dagen opvoeders regelmatig kinderen uit om stappen te zetten, dingen te doen en te leren die ze nog niet kunnen. Je zoekt met kinderen, om het duur te zeggen, de zone van nabije ontwikkeling op. Maar dat is wat anders dan onbesuisd alle remmen los laten en alle ankers lichten. Bovendien gaat dit uitdagen als het goed is altijd samen met bevestigen. Een kind heeft bevestiging nodig: acceptatie van wie hij is als het niets onderneemt, als het zich niet ontwikkelt naar welke kant ook op.
Elk kind heeft een hokje waar het in past. Opvoeders moeten de deur daarvan niet dicht gooien. Je kind mag daar zijn. En elke opvoeder doet er goed aan om ook eens terug te keren naar de eigen comfort zone. Die is er niet voor niets.
Jij in jouw klein hokje en ik in’t mijn. Daar is niks mis mee; of je een helder licht bent of niet. Zolang jij zelf en niet een ander over dat hokje gaat.

Scoren

47293_valt-er-nog-wat-te-scoren

Column, verschenen in Jente, nr. 20, januari 2016

Maak eens een foto van hoe jij je kind ziet als het later groot is. En kijk er eens rustig naar. Grote kans dat je naar een ideaalplaatje kijkt. In dat plaatje zie je misschien ook een succesvolle carrière voor je kind.

Carrièretijger, carrière maken, carrièretests; het zijn de eerste zoekresultaten op Google als je carrière invoert. Carrière heeft te maken met scoren, en snél scoren als het even kan. De verwachting van moeten scoren sluimert in meer of mindere mate in de opvoedingspraktijk van alle ouders. Je kind moet scoren. Op het voetbalveld, in de buurt, in de familie en natuurlijk op school.

Naast me ligt het eerste rapport uit groep 4 van een van mijn dochters. Een boekje vol met scores: goed, voldoende, een 6½ , een ‘ga zo door!’. Hoe belangrijk die scores ook zijn, het leven van een kind in groep 4 valt niet te reduceren tot een rapport. Zo is ook een foto van je kind over tien of twintig jaar als het goed is niet slechts een uitvergroting van zijn succesvolle loopbaan.

Een van de simpelste omschrijvingen van carrière is: “werk dat je in je leven gedaan hebt”. Dat zet carrière in het juiste perspectief. Het ís niet je leven maar is daar een onderdeel van. Als opvoeder heb je natuurlijk aandacht voor de loopbaan van je kind. Maar opvoeding is in de eerste plaats gericht op léven. Niet de vraag “wat wil je later worden?” maar “hoe is het nu met jou?” is daarvoor essentieel.

Opvoeders bieden niet in de eerste plaats een carrièreperspectief voor de toekomst maar bieden veiligheid in het hier en nu. Als pleegouders worden wij regelmatig ‘gescoord’ op een checklist veiligheid. Bij elke nieuwe plaatsing is dat de belangrijkste score. En veiligheid gaat dan niet alleen om veilige stopcontacten en een deugdelijke fiets (dat ook!) maar gaat ook over het vermogen tot inleven, en voorspelbaar zijn in gedrag en reacties, om geborgenheid en een regelmatig dag- en nachtritme.

Waar veiligheid is, is leven; en daar is ook een carrière mogelijk. In die volgorde. Niet kinderen moeten scoren, maar wat mij betreft moeten ouders scoren. Op veiligheid wel te verstaan. Scoren op veiligheid betekent volgens de checklist ook: kinderen ruimte geven voor experimenteergedrag. Voor ouders betekent dat: gepaste verwachtingen koesteren. Geen overspannen verwachtingen en niet per se het ideaalplaatje dus.

Offeren

 

kerstsnoep

Column, verschenen in Jente, nr. 19, december/januari 2015/2016, p. 51

 

Offeren

 

Alles is te koop. Opvoeden ook?

Je kent die openingszinnetjes wel: “We leven deze weken toe naar kerst”. En dan weet je hoe laat het is: er volgt een verhaaltje over het thema “verwachting”, over de betekenis van kerst en met een aansporing tot het een of het ander in deze donkere tijd.

Ik heb een ander openingszinnetje gekozen: “Alles is te koop”. Want zeg nu zelf: wat hebben advent en kerstfeest nu met opvoeding te maken? We lezen in de Bijbel over de geboorte van de Here Jezus maar niet uitgebreid over hoe Hij opgevoed wordt. Bovendien lezen we ook niet over hoe Jezus een gezin runt, zoals jij dat elke dag wél moet doen.

Ik dacht wel: op weg naar kerst is alles te koop. Nou ja, alles? In ieder geval heel veel lekkers. Ik houd daar eerlijk gezegd wel van: kerstkransjes, bonbons, pudding. Heerlijk, ik verheug me er al op.

Alles is te koop. Dat kenmerkt ook wel een beetje hoe ons leven is ingericht. Ook voor opvoeders is trouwens veel kostbaars te koop: zelfhulpboeken, educatief speelgoed, ouderschapsverlof en natuurlijk Jente. Veel is te koop, maar is ook álles te koop voor opvoeders? Nee, wel veel lekkers, maar dat is natuurlijk niet alles.

Het belangrijkste dat niet te koop is ben jij zelf. Zonder jou zélf als opvoeder zijn al die kostbaarheden waardeloos, een arme bedoening. Opvoeding vraagt opvoeders die niet kopen maar die offeren. Je kind mag een belangrijk deel van jouw tijd, energie en wie je bent voor zichzelf opmaken.

Opvoeden beperkt zich niet tot het geven van aanwijzingen, voorbeeldig gedrag en zo nu en dan iets samen ondernemen met je kroost. Opvoeden kost je leven. Een kind is niet geholpen met een opvoeder die dicht bij zichzelf, zijn eigen agenda en verlangens blijft, maar met een opvoeder die zichzelf geeft aan het leven van een kind.

Offeren voelt niet altijd prettig. Je wordt gestoord in je eigen hobby. Er is even geen plek in huis waar je rustig kunt zitten. Je moet je bezighouden met vragen die de jouwe niet zijn. Inderdaad: jouw leven wordt door een ander geleefd. Dat is wat offeren, wat opvoeden is.

Er is een simpele oefening om weer eens te ontdekken dat opvoeden niet te koop is. Houd eens een maand lang geld en andere hulpmiddelen op zak bij het opvoeden van je kind. Alleen je eigen tijd en energie, je eigen leven. Laat het opmaken door je kind.

Alles is te koop; maar opvoeden niet. Offeren dus: jouw leven voor dat van je kind. Bij nader inzien: dat heeft misschien toch iets met advent en kerst te maken.

 

Jos de Kock (37) is getrouwd met Belianne (33) en vader van twee dochters; samen zijn zij pleeggezin. Jos loopt hard, drinkt koffie en is godsdienstpedagoog aan de Protestantse Theologische Universiteit.

Raarheid

Column, verschenen in Jente, nr. 18, oktober/november 2015, p. 45.

Geloofsopvoeding draait om de Raarheid.

Raar maar waar: het is het thema van de afgelopen kinderboekenweek [7-18 oktober]. Kinderen voor kinderen maakte onder dezelfde titel een erg leuk lied en geweldige videoclip. Check www.kvk.vara.nl en zing en dans lekker mee:

Het is raar maar waar, dat een vliegtuig vliegen kan, dat een boot ook drijven kan, dat een auto rijden kan. Het is raar maar waar, dat de wind hard waaien kan, water bevriezen kan. Ik word er zo nieuwsgierig van, het is raar maar waar.

Het Kinderen voor kinderen lied gaat over verwondering (‘raar’), vertrouwen (‘waar’) en nieuwsgierigheid. Ik zie er een ritme van geloofsopvoeding in. Het kind verwondert zich over de werkelijkheid om zich heen. De opvoeder laat het kind er vragen bij stellen, zoekt samen met het kind naar antwoorden en probeert te laten zien waar God en waarheid in die wondere wereld is te ontdekken. Die gezamenlijke ontdekkingstocht wakkert nieuwsgierigheid aan: hoe begrijp ik die werkelijkheid en hoe God daarin aanwezig is? Dit is wat ik noem het raar maar waar ritme. Omdat het inzet bij de Raarheid.

Er is nog een ander ritme van geloofsopvoeding, wat ik dan maar noem het waar maar raar ritme. Dat zet in bij de Waarheid. Je kent dit ritme ook vast wel. Het start niet bij de verwondering, maar bij het vertrouwen. De opvoeder laat het kind kennisnemen van wie God is en wat geloven is. Verhalen en in het bijzonder Bijbelverhalen spelen een belangrijke rol. Met deze verhalen en inzichten treedt het kind de wijde wereld in, kijkt om zich heen en verwondert zich: spoort de wereld om mij heen wel met al die verhalen en inzichten? Het kind ontmoet de Raarheid. Die ontmoeting wakkert nieuwsgierigheid aan: hoe kan ik God eigenlijk begrijpen?

Beide ritmen van geloofsopvoeding leiden tot wezenlijke vragen over God en de werkelijkheid om ons heen. Geloofsopvoeding danst nu eens op het raar maar waar ritme, en dan eens op het waar maar raar ritme. Voor beide ritmen geldt: het draait altijd om de Raarheid. Soms is dat lastig, vaak is dat mooi. Kinderen en opvoeders lezen, leven en ontdekken samen in een werkelijkheid die groter is dan zij zelf zijn. Zij verwonderen zich over de dingen om zich heen en over de dingen die zij lezen en horen. Opvoeden is leren verwonderen over het rare maar ware van de werkelijkheid van God.

Linksom, of rechtsom: geloofsopvoeding draait om de Raarheid. Ik zou zeggen: Dansen maar, zodat de wind hard waaien kan…

 
Jos de Kock (37) is getrouwd met Belianne (33) en vader van twee dochters; samen zijn zij pleeggezin. Jos loopt hard, drinkt koffie en is godsdienstpedagoog aan de Protestantse Theologische Universiteit.