Juist nu theologie?

Onderstaande bijdrage verscheen in het Nederlands Dagblad van 18 april 2020

Deze corona tijd lijkt voor veel kerken een “juist nu” tijd te moeten zijn: “Juist nu moeten we er als kerk voor kwetsbare mensen zijn”, “juist nu moeten we onze boodschap van hoop laten klinken”. Er is wel een enkel praktisch probleem dat om een oplossing vraagt. Hoe maak je werkelijk contact met mensen als je door thuisisolatie onbereikbaar voor elkaar bent? 

Theologen volgen met meer dan gemiddelde belangstelling de wijze waarop kerken omgaan met de uitdagingen die de corona crisis met zich meebrengt. Tegelijkertijd worden zij zelf ook geconfronteerd met vragen die de crisis aan hun eigen vakgebied stelt. Dat geldt ook voor mij. Het is nog maar een half jaar geleden dat ik bij gelegenheid van de Opening Academisch Jaar aan de ETF Leuven als praktisch theoloog en godsdienstpedagoog het belang uiteenzette van ontmoetingsleren. Ontmoetingsleren, zo betoogde ik, is theologisch en pedagogisch van belang voor (a) de theologische faculteit (b) de praktische theologie (c) levensbeschouwelijk onderwijs en (d) kerkelijk jeugdwerk. Als je bedenkt dat ik daarbij natuurlijk ook de fysieke ontmoeting op het oog had, dan zie je meteen dat door de coronacrisis die gedachte op alle vier onderdelen wordt uitgedaagd.

Bijvoorbeeld: Waar blijf je, als praktisch theoloog, als je door de huidige omstandigheden nauwelijks meer empirisch onderzoek kan verrichten? Tenminste, als je werkelijk ter plekke je oren en ogen de kost wil geven? Nu ja, genoeg vragen voor mij. En me dunkt, genoeg vragen die op elke andere collega theoloog af zullen komen in deze corona tijd. En net als bij kerken bespeur ik onder ons theologen soms ook een “juist nu” gevoel. “Juist nu kunnen we als theologen relevant zijn want iedereen zoekt nu, overmand door onzekerheid, naar houvast”. “Juist nu kunnen we de vraag naar God weer op een frisse manier op de agenda zetten: waar is Hij in deze coronacrisis?”. Allemaal “juist nu” issues die theologen uitdagen. Uitdagen om te doordenken en soms uitdagen om zich erover uit te spreken. En bij de een blijkt het pad van doordenken naar uitspreken korter dan bij de ander.

Theologen doordenken al veel langer dan vandaag vragen ten aanzien van God en het leven, inclusief crises in het leven. Voor het doordenken van deze vragen en het zoeken van (voorlopige) antwoorden is vaak een lang pad bewandeld. Omdat het tijd vraagt en een bescheiden houdinig. De werkelijkheid is complex en wie zou willen beweren dat dat niet geldt voor onderwerpen als God, onzekerheid in het leven en lockdowns? Academici en ook theologen dienen daarom bescheiden, ja zelfs aarzelend te zijn. Bescheiden en aarzelend, want zoekend en tastend. En precies zo kunnen theologen dienstbaar zijn aan kerk en samenleving.

Bij gelegenheid van diezelfde Opening Academisch Jaar een half jaar geleden pleitte ik daarom voor een academie die de neiging tot een quick fix analyse tegengaat en ruimte schept voor werkelijk goed observeren en luisteren en fundamentele aarzeling. Ook dat pleidooi wordt in deze tijd uitgedaagd: houd ik het als theoloog vol om in een ontvangende houding te blijven: wat zie ik, wat hoor ik, wat ruik ik, wat zeggen mensen, wat zie ik van de kerk, wat bespeur ik van God? Welke andere dan mijn eigen perspectieven zijn er en wat hebben die mij te zeggen? Laat ik die toe? 

Deze corona tijd is inderdaad een “juist nu” tijd. Maar dan wel zo: Juist nu komt het erop aan te ontvangen, te overdenken, te wegen, de blikrichting te verruimen, het oordeel uit te stellen. Juist nu is het een tijd van veel dingen niet te weten en je daarin te verwonderen. Een theologische faculteit en een theologische opleiding biedt hier ruimte aan. Niet juist nu, maar altijd. En nu misschien met beperkte middelen, dat dan weer wel. Aarzelend, bescheiden en ruimte en tijd biedend om te overwegen en te heroverwegen. Om niet alleen “juist nu” maar duurzaam van dienst te zijn voor kerk en samenleving. En ook kerken doen er goed aan om temidden van hernieuwd relevantiebesef en het vele regelwerk in zekere zin bescheiden te blijven: door zorgvuldig waar te nemen, te luisteren en veel dingen even niet te weten.

Prof. Dr. Jos de Kock, hoogleraar Praktische Theologie aan en Rector van de Evangelische Theologische Faculteit, Leuven.

 

Blijf investeren in theologie

Onderstaande bijdrage werd gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad van 28 februari 2020.

 

Kerk én samenleving hebben goede theologen nodig. Investeer daarom in goede theologische opleidingen. Theologen kunnen dan op een geloofwaardige manier verbinden tussen christelijke bronnen en het leven van hier en nu.

Als ik dit schrijf verblijf ik in Osijek, in Kroatië. Daar mag ik een openingslezing verzorgen bij de conferentie van de Central and Eastern European Association for Mission Studies. Het thema dit jaar is: de missie van de kerk in relatie tot de levens van jonge mensen. Diverse missiologisch geïnteresseerde theologen en mensen uit het kader van diverse kerken en geloofsgemeenschappen in Centraal- en Oost-Europa zijn deze week bij elkaar. Allemaal professionals die proberen lokale kerkpraktijken zo vorm te geven, dat zij dienstbaar zijn aan de levens van een nieuwe generatie. Behalve een grote dosis energie, creativiteit en doorzettingsvermogen vraagt dat werk om een goede dosis theologische bekwaamheid. Als kerken willen investeren in jongeren moeten kerken ook investeren in theologie.

Theologie gaat over de grote vragen van het leven en hoe de christelijke traditie daarop antwoorden formuleert. Die antwoorden kunnen gezocht worden in diverse christelijke bronnen die door de eeuwen heen het licht hebben gezien. Maar theologie helpt die antwoorden ook te zoeken door goed te kijken naar geloofspraktijken in het hier en nu, en door bijvoorbeeld met jonge mensen samen te reflecteren over God en geloof in het leven van alledag. Dat is een bijzondere uitdaging in contexten waarin het kerkzijn een marginaal verschijnsel is of is geworden. Het dienen van kerkpraktijken vraagt hoe dan ook om mensen die op een geloofwaardige manier die verbindingen tussen christelijke bronnen en het leven van hier en nu helpen maken.

Pioniersplek
Daarom heeft de kerk theologen nodig die een goede opleiding hebben gehad. Mensen die met plezier leiding willen geven aan een geloofsgemeenschap of deze opnieuw willen vormgeven. Als theoloog help je mensen de wereld, de ander, zichzelf en God beter te begrijpen. Die geloofsgemeenschap kan een krimpende of zelfs verdwijnende kerk of een net ontstane pioniersplek zijn. Ze kan een migrantenkerk zijn of een kleine leefgemeenschap. In alle gevallen is investeren in theologie nodig.
Niet alleen in kerken zijn theologen met een goede opleiding nodig. Dat geldt ook voor andere sectoren, bijvoorbeeld het onderwijs.

Afgelopen november bezocht ik de jaarlijkse conferentie van de Noord-Amerikaanse Religious Education Association in Toronto. Het centrale thema was: hoe ondersteunen we in het onderwijs de levensbeschouwelijke ontwikkeling van een jonge generatie, te midden van een pluriformiteit aan levensbeschouwelijke stemmen in de samenleving. Voor christelijk geïnspireerd onderwijs geldt dat de begeleiding van de godsdienstige ontwikkeling van jonge mensen geholpen is met theologische bekwaamheid in combinatie met voldoende kennis van andere levensbeschouwelijke stromingen.

Wirwar van stemmen
Die combinatie van theologische bekwaamheid als het gaat om de eigen geloofstraditie met voldoende inzicht in andere levensbeschouwelijke stromingen is cruciaal voor theologen die verantwoordelijkheid willen nemen. Ook in kerken die jongeren willen dienen. De wirwar van verschillende levensbeschouwelijke stemmen is kenmerkend voor de omgeving waarin jonge mensen vandaag de dag opgroeien. Existentiële vragen over God en geloof moeten ook daarmee in verband gebracht worden, willen geloofsgemeenschappen plekken zijn waar jongeren gediend worden.

Een theologische vorming dient niet alleen de christelijke of kerkelijke praktijk. Ik ben ervan overtuigd dat ook de samenleving op vele plekken gediend is met theologen die in staat zijn om, vanuit een academische houding, vanuit een gelovige en hoopvolle basis en tegelijktertijd met een enorme gevoeligheid voor de spiritualiteit en zingevingsprocessen van mensen, een bijdrage te leveren aan het samenleven van mensen. Investeren in theologie betekent in dat opzicht ook een investering in het goede (samen)leven van alledag, ook van jonge mensen.

De ontmoetingen die ik kortgeleden had in Toronto, in de Canadese provincie Ontario, en die ik deze week heb in Osijek, leren mij één ding: we moeten blijven investeren in theologie. Dat verdienen nieuwe generaties jongeren die opgroeien in kerken en geloofsgemeenschappen: in Noord-Amerika, in Centraal- en Oost-Europa, in België en Nederland en waar dan ook. Investeren betekent zorgdragen voor kwalitatief goede theologische opleidingen, waar theologen worden gevormd die serieuze gesprekspartners zijn in kerk en samenleving. En die voorgangers en inwijders kunnen zijn voor een nieuwe generatie.
Investeren in theologie betekent natuurlijk ook theologie gaan studeren. Zij die dit overwegen, verdienen alle aanmoediging. Het is de investering meer dan waard.

De auteur is hoogleraar praktische theologie en rector van de Evangelische Theologische Faculteit, die is gevestigd in Leuven.

In gesprek n.a.v. “Wait a Minute in Stressful Times”

Afgelopen april werd duidelijk dat ik mijn loopbaan zou vervolgen in Leuven. Sinds september ben ik daar gestart als rector en hoogleraar praktische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit.

Er is heel veel gebeurd tussen april en nu. Noem het een ‘transitie’; maar wel een hele mooie transitie. Het meest bijzondere moment was toch wel de opening van het academisch jaar eind september waar ik mijn inaugurele rede heb uitgesproken: Wait a minute in stressful times – a practical theological account of learning in encounter.

In deze rede verkende ik het concept van leren in ontmoeting, alsook de betekenis ervan als leidraad voor de praktijk van levensbeschouwelijk onderwijs, kerkelijk kinder- en jeugdwerk, en voor het beoefenen van (praktische) theologie.

Inmiddels ben ik hard aan de slag met de uitwerking van wat ik in die rede op de agenda heb gezet. Mocht je geïnteresseerd zijn in de uitgebreide tekst: stuur mij een email (jos.dekock@etf.edu) en ik bezorg je een pdf. Wie weet leidt dat dan weer tot nieuwe of hernieuwde ontmoetingen waarin we van gedachten kunnen wisselen met elkaar. Heel graag!

 

Ontmoeting essentieel voor kerk als leergemeenschap

 

Een  interview door René Heij in het Reformatorisch Dagblad van 13 september 2018

„Ik huiver ervan als mensen zich afzonderen en de ontmoeting met de ander uit de weg gaan”, zegt dr. Jos de Kock, die vrijdag afscheid neemt van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). „We zijn geroepen om in relatie te treden tot anderen.”

De kerkelijke geloofsgemeenschap is een ontmoetingsplek, aldus de universitair docent praktische theologie. „Er gebeurt heel veel als mensen elkaar ontmoeten en het gesprek aangaan. Ontmoeting is zelfs de kern in leerprocessen. In de kerk, in het onderwijs en in het gezin. Wie wegblijft en zichzelf terugtrekt, laat de mogelijkheid liggen om iets te leren. Dat is een principieel punt.”

In zijn werk voor het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC), dat verbonden is aan de PThU in Amsterdam, was ontmoeting een belangrijke component. Meer dan eens gaven dr. De Kock en zijn collega’s lezingen bij of overlegden zij met jeugdbonden en andere kerkelijke jongerenorganisaties. „Door het contact met die organisaties van verschillende kerkelijke denominaties kom je als onderzoeker de juiste vragen op het spoor. Ook weet je dan hoe er op de onderzoeksresultaten gereageerd wordt.”

Dr. De Kock constateert dat de verschillende organisaties onderling ook contact hebben. „Vaak hebben zij immers met dezelfde vragen te maken. Zo worstelen veel jeugdwerkers, ouderlingen en predikanten met de vraag hoe zij een nieuwe generatie kunnen verbinden aan en inwijden in de geloofsgemeenschap.”

„Jongeren groeien niet alleen op als individu”, vervolgt hij. „Het geloof heeft zowel een individuele als een gemeenschappelijke dimensie. Dat levert een spanning op tussen de individuele en de gemeenschappelijke gerichtheid van de jonge generatie. Maar die kernvraag is van alle tijden. Dat was, om zo te zeggen, dertig jaar geleden niet anders.”

Wel is het volgens dr. De Kock nodig dat er telkens opnieuw naar passende manieren wordt gezocht om jongeren aan de gemeenschap te verbinden. „Tot vijf jaar geleden was de notie van het ”discipelschap” een hot item. Dat werd in de kerkelijke praktijk verbonden aan het persoonlijk navolgen van Christus, terwijl dat begrip theologisch ook op andere manieren uitgelegd kan worden. Zo komt er een theologisch discours op gang.”

Catechisatie

In dat verband gaat het ook over catechese. „Maar de catechese is veel meer dan een uurtje onderwijs voor jonge mensen op dinsdagavond van halfacht tot halfnegen. Vanuit de notie van de geloofsgemeenschap als leergemeenschap is de vraag breder: Hoe brengen we leerprocessen in de gemeente op gang? Wat is een passende vorm? En op wie is het leerproces gericht?”

Na negen jaar aan de PThU vond dr. De Kock het tijd voor een „nieuwe uitdaging.” Daarom is hij per 1 september aan de slag gegaan bij een organisatieadviesbureau in Den Haag. Toch is er ook sprake van continuïteit, aldus de praktisch theoloog. „Ik begeleid nog promotietrajecten aan de PThU. Bovendien heb ik een kleine aanstelling als gasthoofddocent praktische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven. Ook blijf ik hoofdredacteur van de internationale wetenschappelijke Journal of Youth and Theology.”

Het werk van het OJKC gaat ook door. „In de afgelopen jaren is dat onderzoekscentrum enorm uitgebouwd en zijn er veel projecten opgezet. De godsdienstpedagogiek is een belangrijk aandachtsveld geworden, ook in het opleidingsprogramma voor studenten. Samen met mijn collega’s heb ik met plezier dat werk gedaan.”

Sterke ontwikkeling

Het vakgebied van de godsdienstpedagogiek en het jeugdwerk heeft de laatste jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Het afscheidssymposium vrijdag gaat daarom over „groeispurten en kinderziektes”, aldus de uitnodiging. Dr. De Kock: „Er wordt op een hoog wetenschappelijk niveau gedebatteerd en gepubliceerd over jeugd en theologie. Dat geeft aan dat het veld van ”youth ministry” in de volle breedte volwassen aan het worden is. Nederlandse onderzoekers leveren daaraan een belangrijke bijdrage. Hun inbreng op internationale conferenties wordt zeer gewaardeerd.”

 

OJKC symposium Groeispurten en kinderziektes

Op 14 september vindt het OJKC-symposium ‘Groeispurten en kinderziektes’ plaats aan de PThU in Amsterdam. Youth ministry en religious education zijn twee disciplines die zich de afgelopen decennia volop hebben ontwikkeld. Ze hebben een eigen accent, maar er is ook overlap. Het veld toont praktijken die in rap tempo veranderen en dat vraagt ook van de disciplines wendbaarheid. Wat is de stand van zaken als het gaat om kinderen/jongeren en kerk, leraren levensbeschouwing en school, en de beide disciplines? Doen we wat we moeten doen?

Meer details over het programma vind je door onderstaande flyer open te klikken. Aanmelden kan via dit aanmeldformulier


Onderzoek doen is teamwork: drie nieuwe publicaties

Onderzoek doen is een kwestie van teamwork. Die persoonlijke overtuiging kan geïllustreerd worden met het verschijnen van drie hele verschillende publicaties dit jaar. Alle drie zijn het publicaties die door teamwork tot stand zijn gekomen en zijn ‘geboren’ vanuit verschillende onderzoeken die we de afgelopen jaren binnen het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur aan de PThU hebben uitgevoerd.

Rond de tafel: participatie van jongeren aan het avondmaal
Om te beginnen: op woensdag 26 september vindt de feestelijke boekpublicatie plaats van Rond de tafel. Maaltijd vieren in liturgische contexten (onder redactie van Mirella Klomp, Peter-Ben Smit en Iris Speckmann). Met grote dank aan collega Mirella Klomp is dit mooie boek gerealiseerd. In Rond de tafel schrijven collega Ronelle Sonnenberg en ik een bijdrage over de participatie van jongeren aan het avondmaal. De centrale vragen in onze bijdrage zijn: sluit de Maaltijd van de Heer voor jongeren aan bij het belichaamd (ook wel: embodied) karakter dat in protestantse liturgie meer en meer belangrijk wordt gevonden, en hoe draagt de Maaltijd bij aan de (geloofs)vorming van jongeren? We beantwoorden die vragen door empirisch onderzoek te presenteren dat de ervaringen van jonge participanten in beeld brengt.

Empirisch onderzoek
Over empirisch onderzoek naar jongeren in relatie tot geloven gesproken: dat is niet zonder uitdagingen. Vorige maand verscheen een artikel van collega Bard Norheim (Noorwegen) en mij in International Journal of Practical Theology over deze vraag: hoe kunnen empirische observaties als startpunt dienen voor theologische reflectie op geloofspraktijken van kinderen en jongeren? Het artikel “Youth Ministry Research and the Empirical” is via deze link te vinden of via een berichtje bij mij op te vragen.

Normativiteit
Empirisch onderzoek doen en daarmee theologie bedrijven roept ook allerlei vragen op over normativiteit. Daar mag wat mij betreft wel wat nadrukkelijker bij stilgestaan worden in het rapporteren over empirisch praktisch theologisch onderzoek. Over de vraag waarom dat zo van belang is en hoe je dat praktisch kunt doen, hebben collega’s Erik Renkema, Ronelle Sonnenberg en ik het afgelopen jaar gezamenlijk gereflecteerd. Dat resulteerde in het artikel “Normativity in empirical youth ministry research” dat we gedrieën schreven en dat later dit jaar zal verschijnen in Journal of Youth and Theology.

Teamwork
Er zijn maar weinig dingen in het leven die je geheel zelf tot stand kunt brengen. Dat geldt zeker voor goed onderzoek. Onderzoek doen is een kwestie van teamwork. De drie genoemde publicaties zijn daar de vruchten van.

Hoe krijg je jongeren meer betrokken bij het avondmaal?

Na eerdere bijdragen over kinderen en het vieren van het avondmaal (zie Laat kinderen het avondmaal vieren en Getuigen en leren getuigen: het hele verhaal), nu een bijdrage over jongeren en het vieren van het avondmaal. Deze bijdrage verscheen vorige week onder de titel “Hoe krijg je jongeren meer betrokken bij het avondmaal?” op de website van JOP, jongerenorganisatie van de protestantse kerk. Zij vatten op de website het onderzoek naar de participatie van jongeren aan avondmaalspraktijken van collega Ronelle Sonnenberg en mij netjes samen. Het is te lezen via deze link.

Learning in encounter

Ontmoeting met ‘de ander’ is het thema van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association die deze dagen gehouden wordt in St Louis. Gisteren gaf ik een bijdrage onder de titel “learning in encounter and foundations of education”. Voor de geinteresseerden is de uitgebreidere tekst van deze bijdrage te lezen via onderstaande link.

Raising a child is madness: learning in encounter and foundations of education

 

Religious Education Association

Tijdens het jaarlijkse congres van de Religious Education Association (REA) in St. Louis (V.S.) ben ik zojuist toegetreden als lid van de board of directors van deze vereniging. Dat is bijzonder eervol en het is een hele mooie uitdaging.

Als bestuurslid zal ik bijzondere aandacht hebben voor Religious Education als academische discipline en daarom ben ik binnen de vereniging tevens chair of the Standing Committee Religious Education in Academic Disciplines and Institutions. “This Standing Committee focuses on the engagement in and advancement of religious education in academic disciplines and in schools, colleges, universities, and graduate schools of religion and theology.” Ik zie binnen de Association een belangrijke uitdaging om internationaal de opzet en begeleiding van kwalitatief goede PhD studies op het gebied van Religious Education te stimuleren en te ondersteunen.

Deze betrokkenheid bij de REA betekent een belangrijke versteviging van het internationale netwerk van de Protestantse Theologische Universiteit en het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk & Cultuur in het veld van Religious Education en Youth Ministry research. Het sluit naadloos aan bij mijn betrokkenheid in de International Association for the Study of Youth Ministry (executive committee member), in de International Academy of Practical Theology (chair of the working group “Children & Youth”) en bij mijn rol als  chief editor van Journal of Youth and Theology.

Meer informatie over de REA is te vinden op de website van de Association: https://religiouseducation.net/

 

Mogelijkheid onderzoekssamenwerking kinderen/jongeren & geloof

Er is een interessante mogelijkheid tot onderzoekssamenwerking op het gebied van kinderen/jongeren & geloof:

Gepromoveerde predikanten en andere gepromoveerde theologen hebben nu de mogelijkheid om aan de PThU als geassocieerd onderzoeker te werken aan wetenschappelijk onderzoek en een wetenschappelijke publicatie.

Diverse collega’s uit de verschillende onderzoeksgroepen zijn bereid om daarin met je samen te werken. Dat geldt natuurlijk ook voor mij. Dus: ben jij gepromoveerd predikant/theoloog en geinteresseerd in verder empirisch praktisch theologisch onderzoek op het gebied van kinderen/jongeren & geloof? Neem dan gerust contact met me op. Meer informatie is hier te vinden.

Jos de Kock doet onderzoek op het terrein van kinderen/jongeren & geloof; het snijvlak van leren en vieren; vormgeving van en resultaten van catechesepraktijken; begeleiden van leerprocessen in de christelijke gemeente;  en godsdienstige vorming in geloofsgemeenschappen, waaronder scholen. Het onderzoek betreft praktisch theologisch onderzoek met een sterke empirische component en de discipline van de godsdienstpedagogiek is het specialisme van De Kock.