Learning in encounter

Ontmoeting met ‘de ander’ is het thema van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association die deze dagen gehouden wordt in St Louis. Gisteren gaf ik een bijdrage onder de titel “learning in encounter and foundations of education”. Voor de geinteresseerden is de uitgebreidere tekst van deze bijdrage te lezen via onderstaande link.

Raising a child is madness: learning in encounter and foundations of education

 

Advertenties

Opvoeden is genade, maar ook gekkenwerk

In de week van de opvoeding  van dit jaar staat het thema “buiten de lijntjes” centraal. In een gesprek met het Friesch Dagblad vertaal ik dat thema naar twee woorden: genade en gekkenwerk. Lees via onderstaande link het hele interview:

Opvoeden is genade, maar ook gekkenwerk

Volwassen worden in de kerk

In 2014 verscheen onder de titel Waarom zou je volwassen worden? een Nederlandse vertaling van het boek Why grow up? Philosophy in transit van Susan Neiman. Het boek van Neiman is een bijdrage vanuit de filosofie aan het maatschappelijke debat over wat volwassenheid inhoudt en waar volwassenheid goed voor is.

Deze zomer verscheen in het tijdschrift Radix een artikel van mijn hand onder de titel Volwassen worden in de kerk. In dat artikel ga ik in op de boodschap van het boek van Neiman en maak ik een toepassing op de context van (religieuze opvoeding in) de kerk. Ik geef daarin onder andere een schets van hoe idealen en in het bijzonder het volwassenheidsideaal functioneren in kerken.  En uiteraard ga ik in op de vraag: wat betekent volwassen worden in de kerk?

Die vraag is overigens een goede vraag om jezelf te stellen als je op wat voor manier in de kerk verantwoordelijkheid draagt voor kinder- of jeugdwerk. en het is een goede vraag om jezelf te stellen als je op wat voor manier in de kerk verantwoordelijkheid draagt voor het werken met volwassenen. Eigenlijk is Wat betekent volwassen worden in de kerk? een hele goede vraag voor de kerk in zijn geheel.

Wat betekent volwassen worden in de kerk? Zegt u het maar.

 

Naar aanleiding van:
De Kock, A. (2017). Volwassen worden in de kerk. Radix43(2), 78-84.

 

Week van de opvoeding en Foundations of Education

Het duurt nog even, maar op 2 oktober start de jaarlijkse week van de opvoeding. Dit keer met als thema ‘buiten de lijntjes’. Het gaat dit jaar dus om out of the box denken en doen in de opvoeding. Het thema heeft ook te maken met de ontmoeting met ‘de ander’: diegene die op het eerste gezicht niet in jouw straatje past of die geen onderdeel uitmaakt van jouw ‘eigen’ groep en de comfortzone van je kind of jou als opvoeder.

Ontmoeting met ‘de ander’ is ook het thema van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association: Die start precies een maand later, op 2 november; in St Louis (Missouri). Daar zal ik een bijdrage leveren onder de titel “learning in encounter and foundations of education”. Ik zal daar twee uitgangspunten uit mijn boek Opvoeden is gekkenwerk bediscussiëren, namelijk (a) opvoeden is gericht op vrijheid en recht en (b) een kind is niet zichzelf zonder de ander. Hieronder tref je de summary aan van wat ik daar ga doen.

Het is een mooie kans om wat in technische termen begon als valorisatie project weer terug te brengen in het internationale academische discours. Zeer benieuwd wat dat weer gaat opleveren. Maar zoals gezegd: de maand daarvoor is er de week van de opvoeding. Wie weet kan daarin ook nog wat georganiseerd worden rond de thema’s ‘ontmoeting met de ander’, ‘buiten de lijntjes’ en uitgangspunten van goede opvoeding in deze tijd. Ik houd me aanbevolen.

Learning in encounter and foundations of education
Under the heading of the main theme Learning in Encounter, two of the main questions of this year’s conference are: (a) how do we deal with differences, and (b) which theological, educational, and philosophical foundations should our learning be based on? Learning in encounter and to learn from differences are at the very heart of my just published (in Dutch) book: Opvoeden is gekkenwerk – 11 uitgangspunten. In English, this reads: Raising a child is madness – 11 foundations of education. On the basis of 11 foundations, the book, from my academic, professional and personal point of view, reflects on important ideals and interests for bringing up a new generation nowadays and in the near future. These 11 foundations have both theological, educational and philosophical underpinnings and, as said, learning in encounter and learning from differences are more than once at the very heart of it.

The book is to be considered as a valorisation project of insights derived from three sources of reflection. In the first place a reflection on outcomes of my practical theological research on religious education and youth ministry practices. In the second place a reflection on what I as a religious educator at the Protestant Theological University in The Netherlands, implicitly or explicitly communicate when it comes to foundations of ‘good’ (religious) education. In the third place a reflection on my own practices as father in my own family and being a foster family for children and teenagers in vulnerable situations. I am convinced that all these reflections also borrow from insights derived from debates, interactions and research within international networks in my work, among which the Religious Education Association is an important one.

Given the main theme of the 2017 REA conference, I would like to focus in my paper presentation on two particular foundations: (2) Education is directed towards freedom and right: education is aiming at letting children become free persons who contribute to a righteous world; (3) One cannot be an individual without the other: by education a child becomes him/herself only by letting the life of others be part of his/her own life.

In this conference/paper I would like to bring back the content of the book into the academic and professional debate among religious educators by focusing on learning in encounter with the other who is different. Furthermore I would like to address in particular the ideal of freedom and the ideal of right(eousness) in this very encounter. Both theological land educational/pedagogical arguments will be elaborated. Main contribution of the paper presentation is an initiation of a fruitful discussion on foundations of education in the nowadays context worldwide.

Opvoeden: reken erop dat je niks terugkrijgt

In het Nederlands Dagblad van 22 maart 2017 en op dag6.nl verscheen het volgende artikel over Opvoeden is gekkenwerk.

Een kind opvoeden doe je niet even tussendoor, zegt opvoeddeskundige Jos de Kock. ‘Je moet erop rekenen dat je niks terugkrijgt.’ Jos de Kock (38) uit Gorinchem is getrouwd en vader van twee kinderen. Hij schreef een boek over opvoeden. Niet om te vertellen hoe het moet, maar om mensen aan het denken te zetten. Want waar ben je eigenlijk mee bezig en is opvoeden geen gekkenwerk? Lees hier verder

 

 

23 februari: boekpresentatie “Opvoeden is gekkenwerk”

170119-170117-a3poster-opvoedenisgekkenwerk

Opvoeden is gekkenwerk – 11 uitgangspunten

Verschijnt in februari:161101-aankondiging-als-picture

Liefde (over opvoeden buiten het veilige nest)

Column, te verschijnen in Jente, nr. 23, augustus 2016

Opvoeders bieden hun kinderen een veilig nest. Dat zal waar zijn. Maar opvoeding moet vooral buiten dat nest plaatsvinden.

Vlak bij ons huis loopt een lange sloot langs de spoorlijn. Elk voorjaar zorgen daar twee of drie ganzenparen voor nieuwe nakomelingen. Dat is niet zozeer een daad van liefde. Volgens de vogelbescherming draagt Nederland namelijk een internationale verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de gans. De nieuwe nakomelingen worden driftig beschermd door hun ouders. De betekenis van het woord driftig wordt je duidelijk als je te dichtbij komt.

Voor de jonge gansjes is hun veilige nest geen eindpunt van opvoeding. Daar begint het pas. Wat doen vader en moeder gans? Zo snel als mogelijk zoeken zij met hun kleintjes wegen om het nest heen: door het gras, in het water, dan weer op de kant. Hun liefde spreekt buiten het nest. Bijvoorbeeld door nieuwsgierige mensenwezens die te dichtbij komen weg te jagen.

Zo ook spreekt de liefde van opvoeders voor hun kinderen in het zoeken van wegen buiten het nest. Een belangrijk onderdeel van die zoektocht is om kinderen met diezelfde liefde de wereld tegemoet te laten treden. Kinderen leren zich in te spannen om interesse te hebben voor de bezigheden van leeftijdgenoten; erop uit te gaan om het mooie van alles wat groeit en bloeit in de natuur te ontdekken; samen te spelen met dat klasgenootje dat bij veel andere kinderen niet populair is; geld of andere dingen apart te zetten voor hulp aan mensen in nood.

Een te grote concentratie op het veilige nest leidt tot een beschermde engeltjes opvoeding. Liefde functioneert dan vooral als ‘lief zijn’ en ‘toegeven’ van opvoeders richting hun kinderen. Kinderen krijgen in zo’n geval altijd hun zin, een aai over de bol toe en worden afgeschermd van de boze buitenwereld. En ondertussen vliegen vader en moeder af en aan om het kroost van hun natje en droogje te voorzien.

Kinderen reageren op de werkelijkheid buiten het nest met zichtbare of uitgesproken emoties. Een kind is boos op een ander kind. Een meisje is verwonderd over een mooie vlinder. Een jongen kijkt vol afschuw naar televisiebeelden van de verwoesting na een terroristische aanslag. Boosheid, verwondering en afschuw zeggen iets over hoe kinderen stukjes van de werkelijkheid zien, ervaren en tegemoet treden. Maar wat betekent liefde als boosheid opsteekt? Als je vol verwondering bent? En als je iets of iemand verafschuwt?

Bij die vragen zijn opvoeders op hun plek. Om met kinderen wegen te zoeken. Buiten het nest, waar het soms moeilijk is om de dingen en mensen met genegenheid, belangstelling of warmte tegemoet te treden. Daar wordt het leven, de liefde geleerd.

Grens

Een-grens-is-eigenlijkColumn, verschenen in Jente, nr. 22, mei 2016


Of je alsjeblieft even snel een tekst wil aanleveren. “Want ik heb me een maand vergist, sorry; de deadline was al vorige week en niet pas over drie weken.”

“Ja, bekijk het even, nu ga je over mijn grens.” Zo had ik met recht kunnen reageren, toen een niet nader te noemen hoofdredacteur mij dit berichtje stuurde. Toch heb ik dat niet gedaan. Want zoals zo vaak het geval is: nergens zoveel ruimte als op de grens. Ook in het opvoeden.

Opvoeden lijkt soms wel helemaal te gaan om het aanleggen van grenzen en het bewaken daarvan. Opgroeien wordt nauwkeurig geregeld met allerhande wetjes. Je moet minimaal een half uur buitenspelen; je mag je broertje niet slaan; je mag de juf vragen om hulp, maar niet voordat je het zelf geprobeerd hebt; als je al een koekje op hebt, mag je niet ook nog eens een snoepje, tenzij je jarig bent natuurlijk; maar dan moet je wel eerst anderen trakteren; en ga zo maar door.

Opvoeders zijn doorgaans goede regelaars en verbinden daaraan de meest uiteenlopende sancties. Soms geven we beloningen voor het opvolgen van de regels. Veel vaker straffen we voor het overtreden ervan. Maar het daadwerkelijk voltrekken van sancties is dan weer het meest ongeregelde gedrag in de opvoeding. Daar is juridisch geen pijl op te trekken.

Nergens zoveel ruimte als op de grens. Niet of niet consequent belonen en straffen bijvoorbeeld, doet grenzen in de opvoeding verwateren. En door succesvolle onderhandeling rekken kinderen grensgebieden in de opvoeding op of verschuiven deze in zijn geheel. Die onderhandeling wordt soms met woorden aangegaan; veel vaker met gedrag.

Zo mag onze dochter bijvoorbeeld wel alleen naar school lopen maar nog niet alleen naar school fietsen. De verkeerssituatie is daar te onveilig voor, denken wij. Ergens tussen lopen en fietsen: daar ligt onze grens. Totdat dochterlief op een ochtend besluit gewoon van huis weg te fietsen; alleen op weg naar school. Als ik een paar minuten later dan mijn dochter op het schoolplein arriveer, vertelt ze triomfantelijk dat alles goed is gegaan en dat ze het heus wel alleen kan. En ik zie in dat dat misschien wel eens zo zou kunnen zijn.

Grenzen regelen de praktijk. Maar soms regelt de praktijk de grens. Soms moet je als opvoeder de grens bewaken en consequent belonen of straffen. Deadline is deadline zeg maar. Maar soms laat je een grens verdampen of rek je het grensgebied een stukje op. Opvoeden gaat uiteindelijk om het zoeken van ruimte op de grens. Het is niet altijd handig, maar geen boodschap hebben aan deadlines is dan gewoon het beste.

Hokje

Column, verschenen in Jente, nr. 21, maart 2016box

Jij in jouw klein hokje en ik in ’t mijn.
Nee, dit is geen spelfout; geen weggevallen letter die onopgemerkt is gebleven door de eindredactie. Het is een serieuze wens: dat iedereen in z’n hokje zit. Of je een helder licht bent of niet.
Veel mensen zijn tegenwoordig allergisch voor hokjes denken. Het is tenslotte niet leuk dat er ongewild en ongevraagd een label of een stickertje op jou geplakt wordt. Of het nu gaat om je gedragsprobleem, je talent, een ziekte, of de inkomensgroep waartoe je behoort. Je hebt allergie voor zo’n hokje omdat het een ander is die jou in dat hokje stopt. Zelf wil je daar niet in, het is om gek van te worden.
Maar waar je ook gek van wordt is de voortdurende oproep om uit je hokje tevoorschijn te komen. Je kent dat wel. Je moet out of the box denken. Je moet uit je comfortzone stappen. Je moet nieuwe wegen inslaan en het vertrouwde achter je laten. Ook om gek van te worden. Alsof het zoveel opschiet als iedereen uit zijn box komt. Chaos wordt het.
Mijn wens is dat iedereen in z’n hokje blijft of daarnaar terugkeert. Niet in een hokje dat anderen voor je maken maar een die jij zelf verkiest, waar je geborgenheid, rust en vrede ervaart, waar er even niets is of moet.
Toch dagen opvoeders regelmatig kinderen uit om stappen te zetten, dingen te doen en te leren die ze nog niet kunnen. Je zoekt met kinderen, om het duur te zeggen, de zone van nabije ontwikkeling op. Maar dat is wat anders dan onbesuisd alle remmen los laten en alle ankers lichten. Bovendien gaat dit uitdagen als het goed is altijd samen met bevestigen. Een kind heeft bevestiging nodig: acceptatie van wie hij is als het niets onderneemt, als het zich niet ontwikkelt naar welke kant ook op.
Elk kind heeft een hokje waar het in past. Opvoeders moeten de deur daarvan niet dicht gooien. Je kind mag daar zijn. En elke opvoeder doet er goed aan om ook eens terug te keren naar de eigen comfort zone. Die is er niet voor niets.
Jij in jouw klein hokje en ik in’t mijn. Daar is niks mis mee; of je een helder licht bent of niet. Zolang jij zelf en niet een ander over dat hokje gaat.