Opvoeding en geloofsopvoeding: een godsdienstpedagogische reflectie

Het laatste nradixummer in 2019 van het tijdschrift Radix is een themanummer waarin gereflecteerd wordt over de betekenis van gezin en familie in onze tijd. In dit nummer schreef ik een artikel met een godsdienstpedagogische reflectie op opvoeding en geloofsopvoeding.

Wat zijn belangrijke gangbare visies op opvoeden en geloofsopvoeding in onze samenleving en wat zijn belangrijke pedagogische en theologische aspecten van de reflectie op opvoeding en geloofsopvoeding? Bij de bespreking van deze twee vragen ga ik in op idealen en opvoedingsstijlen in de opvoeding en geloofsopvoeding in gezinnen. Tevens bespreek ik verschillende vormen van geloofsopvoeding en wijs ik op belangrijke kernvragen voor pedagogische en theologische reflectie op praktijken van geloofsopvoeding, waaronder vragen over identiteit en autoriteit. Het artikel besluit ik met de belangrijkste uitdagingen voor kerken in relatie tot de geloofsopvoeding in gezinnen.

“De positie van ouders in het grootbrengen van een nieuwe generatie in de kerk is cruciaal. (…) Toch is er lang niet altijd de nodige aandacht in geloofsgemeenschappen voor het ondersteunen van de geloofsopvoeding door ouders. Kerkpraktijken en opvoedingspraktijken kun je weliswaar onderscheiden, maar ze zijn in wezen niet te scheiden. Geloofsopvoeding dient niet slechts de ontwikkeling van individuele (jonge) gelovigen, maar ook de opbouw van geloofsgemeenschappen. Het is in die betrekking tussen individu en gemeenschap dat geloofopvoeding een cruciale rol speelt.” (p. 349).

Naar aanleiding van: De Kock, A. (2019). Opvoeding en geloofsopvoeding. Een godsdienstpedagogische reflectie. Radix45(4), 341-350.

In gesprek n.a.v. “Wait a Minute in Stressful Times”

Afgelopen april werd duidelijk dat ik mijn loopbaan zou vervolgen in Leuven. Sinds september ben ik daar gestart als rector en hoogleraar praktische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit.

Er is heel veel gebeurd tussen april en nu. Noem het een ‘transitie’; maar wel een hele mooie transitie. Het meest bijzondere moment was toch wel de opening van het academisch jaar eind september waar ik mijn inaugurele rede heb uitgesproken: Wait a minute in stressful times – a practical theological account of learning in encounter.

In deze rede verkende ik het concept van leren in ontmoeting, alsook de betekenis ervan als leidraad voor de praktijk van levensbeschouwelijk onderwijs, kerkelijk kinder- en jeugdwerk, en voor het beoefenen van (praktische) theologie.

Inmiddels ben ik hard aan de slag met de uitwerking van wat ik in die rede op de agenda heb gezet. Mocht je geïnteresseerd zijn in de uitgebreide tekst: stuur mij een email (jos.dekock@etf.edu) en ik bezorg je een pdf. Wie weet leidt dat dan weer tot nieuwe of hernieuwde ontmoetingen waarin we van gedachten kunnen wisselen met elkaar. Heel graag!

 

Een nieuwe uitdaging in Leuven

De weg leidt naar Leuven.

Vandaag maakte de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven bekend dat ik per september dit jaar benoemd ben als rector en hoogleraar praktische theologie. Meer informatie daarover vind je in bijgaand nieuwsbericht.

Ik zie uit naar wat komen gaat.

Summer course 2019: Faith learning – learning faith

Tijdens de ETF’s Summer Colloquium (19-24 augustus 2019) geef ik een summercourse “Faith learning- learning faith”.

Inschrijven kan hier: registration (tot 1 juni 2019).

 

 

Meer informatie over de inhoud:

What is the relationship between faith and learning? Although faith communities often invest in a variety of learning activities, one fundamental question is why one would do that at all. Another is what are good ways to do it, especially in current challenging times.

These questions are both pedagogical and theological. This course will introduce you to them as well as to a variety of possible answers. Furthermore, you will have time to reflect on practices of faith formation. You will learn to observe and analyse (your own) practices and, at the same time, learn both how to design learning activities for faith communities in your own personal context and how to develop a theologically and pedagogically based vision on the support of faith formation in other, different contexts.

Theoretically, the course will aid your study in the fields of practical theology, religious education, and youth ministry. Practically, the course will enable you to take a leading role in the development of learning activities in faith communities.

Dr. JOS DE KOCK is Practical Theologian and educational expert. He serves as Guest Professor in the Department of Practical Theology at ETF Leuven.

Ontmoeting essentieel voor kerk als leergemeenschap

 

Een  interview door René Heij in het Reformatorisch Dagblad van 13 september 2018

„Ik huiver ervan als mensen zich afzonderen en de ontmoeting met de ander uit de weg gaan”, zegt dr. Jos de Kock, die vrijdag afscheid neemt van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). „We zijn geroepen om in relatie te treden tot anderen.”

De kerkelijke geloofsgemeenschap is een ontmoetingsplek, aldus de universitair docent praktische theologie. „Er gebeurt heel veel als mensen elkaar ontmoeten en het gesprek aangaan. Ontmoeting is zelfs de kern in leerprocessen. In de kerk, in het onderwijs en in het gezin. Wie wegblijft en zichzelf terugtrekt, laat de mogelijkheid liggen om iets te leren. Dat is een principieel punt.”

In zijn werk voor het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC), dat verbonden is aan de PThU in Amsterdam, was ontmoeting een belangrijke component. Meer dan eens gaven dr. De Kock en zijn collega’s lezingen bij of overlegden zij met jeugdbonden en andere kerkelijke jongerenorganisaties. „Door het contact met die organisaties van verschillende kerkelijke denominaties kom je als onderzoeker de juiste vragen op het spoor. Ook weet je dan hoe er op de onderzoeksresultaten gereageerd wordt.”

Dr. De Kock constateert dat de verschillende organisaties onderling ook contact hebben. „Vaak hebben zij immers met dezelfde vragen te maken. Zo worstelen veel jeugdwerkers, ouderlingen en predikanten met de vraag hoe zij een nieuwe generatie kunnen verbinden aan en inwijden in de geloofsgemeenschap.”

„Jongeren groeien niet alleen op als individu”, vervolgt hij. „Het geloof heeft zowel een individuele als een gemeenschappelijke dimensie. Dat levert een spanning op tussen de individuele en de gemeenschappelijke gerichtheid van de jonge generatie. Maar die kernvraag is van alle tijden. Dat was, om zo te zeggen, dertig jaar geleden niet anders.”

Wel is het volgens dr. De Kock nodig dat er telkens opnieuw naar passende manieren wordt gezocht om jongeren aan de gemeenschap te verbinden. „Tot vijf jaar geleden was de notie van het ”discipelschap” een hot item. Dat werd in de kerkelijke praktijk verbonden aan het persoonlijk navolgen van Christus, terwijl dat begrip theologisch ook op andere manieren uitgelegd kan worden. Zo komt er een theologisch discours op gang.”

Catechisatie

In dat verband gaat het ook over catechese. „Maar de catechese is veel meer dan een uurtje onderwijs voor jonge mensen op dinsdagavond van halfacht tot halfnegen. Vanuit de notie van de geloofsgemeenschap als leergemeenschap is de vraag breder: Hoe brengen we leerprocessen in de gemeente op gang? Wat is een passende vorm? En op wie is het leerproces gericht?”

Na negen jaar aan de PThU vond dr. De Kock het tijd voor een „nieuwe uitdaging.” Daarom is hij per 1 september aan de slag gegaan bij een organisatieadviesbureau in Den Haag. Toch is er ook sprake van continuïteit, aldus de praktisch theoloog. „Ik begeleid nog promotietrajecten aan de PThU. Bovendien heb ik een kleine aanstelling als gasthoofddocent praktische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven. Ook blijf ik hoofdredacteur van de internationale wetenschappelijke Journal of Youth and Theology.”

Het werk van het OJKC gaat ook door. „In de afgelopen jaren is dat onderzoekscentrum enorm uitgebouwd en zijn er veel projecten opgezet. De godsdienstpedagogiek is een belangrijk aandachtsveld geworden, ook in het opleidingsprogramma voor studenten. Samen met mijn collega’s heb ik met plezier dat werk gedaan.”

Sterke ontwikkeling

Het vakgebied van de godsdienstpedagogiek en het jeugdwerk heeft de laatste jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Het afscheidssymposium vrijdag gaat daarom over „groeispurten en kinderziektes”, aldus de uitnodiging. Dr. De Kock: „Er wordt op een hoog wetenschappelijk niveau gedebatteerd en gepubliceerd over jeugd en theologie. Dat geeft aan dat het veld van ”youth ministry” in de volle breedte volwassen aan het worden is. Nederlandse onderzoekers leveren daaraan een belangrijke bijdrage. Hun inbreng op internationale conferenties wordt zeer gewaardeerd.”

 

OJKC symposium Groeispurten en kinderziektes

Op 14 september vindt het OJKC-symposium ‘Groeispurten en kinderziektes’ plaats aan de PThU in Amsterdam. Youth ministry en religious education zijn twee disciplines die zich de afgelopen decennia volop hebben ontwikkeld. Ze hebben een eigen accent, maar er is ook overlap. Het veld toont praktijken die in rap tempo veranderen en dat vraagt ook van de disciplines wendbaarheid. Wat is de stand van zaken als het gaat om kinderen/jongeren en kerk, leraren levensbeschouwing en school, en de beide disciplines? Doen we wat we moeten doen?

Meer details over het programma vind je door onderstaande flyer open te klikken. Aanmelden kan via dit aanmeldformulier


Onderzoek doen is teamwork: drie nieuwe publicaties

Onderzoek doen is een kwestie van teamwork. Die persoonlijke overtuiging kan geïllustreerd worden met het verschijnen van drie hele verschillende publicaties dit jaar. Alle drie zijn het publicaties die door teamwork tot stand zijn gekomen en zijn ‘geboren’ vanuit verschillende onderzoeken die we de afgelopen jaren binnen het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur aan de PThU hebben uitgevoerd.

Rond de tafel: participatie van jongeren aan het avondmaal
Om te beginnen: op woensdag 26 september vindt de feestelijke boekpublicatie plaats van Rond de tafel. Maaltijd vieren in liturgische contexten (onder redactie van Mirella Klomp, Peter-Ben Smit en Iris Speckmann). Met grote dank aan collega Mirella Klomp is dit mooie boek gerealiseerd. In Rond de tafel schrijven collega Ronelle Sonnenberg en ik een bijdrage over de participatie van jongeren aan het avondmaal. De centrale vragen in onze bijdrage zijn: sluit de Maaltijd van de Heer voor jongeren aan bij het belichaamd (ook wel: embodied) karakter dat in protestantse liturgie meer en meer belangrijk wordt gevonden, en hoe draagt de Maaltijd bij aan de (geloofs)vorming van jongeren? We beantwoorden die vragen door empirisch onderzoek te presenteren dat de ervaringen van jonge participanten in beeld brengt.

Empirisch onderzoek
Over empirisch onderzoek naar jongeren in relatie tot geloven gesproken: dat is niet zonder uitdagingen. Vorige maand verscheen een artikel van collega Bard Norheim (Noorwegen) en mij in International Journal of Practical Theology over deze vraag: hoe kunnen empirische observaties als startpunt dienen voor theologische reflectie op geloofspraktijken van kinderen en jongeren? Het artikel “Youth Ministry Research and the Empirical” is via deze link te vinden of via een berichtje bij mij op te vragen.

Normativiteit
Empirisch onderzoek doen en daarmee theologie bedrijven roept ook allerlei vragen op over normativiteit. Daar mag wat mij betreft wel wat nadrukkelijker bij stilgestaan worden in het rapporteren over empirisch praktisch theologisch onderzoek. Over de vraag waarom dat zo van belang is en hoe je dat praktisch kunt doen, hebben collega’s Erik Renkema, Ronelle Sonnenberg en ik het afgelopen jaar gezamenlijk gereflecteerd. Dat resulteerde in het artikel “Normativity in empirical youth ministry research” dat we gedrieën schreven en dat later dit jaar zal verschijnen in Journal of Youth and Theology.

Teamwork
Er zijn maar weinig dingen in het leven die je geheel zelf tot stand kunt brengen. Dat geldt zeker voor goed onderzoek. Onderzoek doen is een kwestie van teamwork. De drie genoemde publicaties zijn daar de vruchten van.

Learning in encounter

Ontmoeting met ‘de ander’ is het thema van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association die deze dagen gehouden wordt in St Louis. Gisteren gaf ik een bijdrage onder de titel “learning in encounter and foundations of education”. Voor de geinteresseerden is de uitgebreidere tekst van deze bijdrage te lezen via onderstaande link.

Raising a child is madness: learning in encounter and foundations of education

 

Religious Education Association

Tijdens het jaarlijkse congres van de Religious Education Association (REA) in St. Louis (V.S.) ben ik zojuist toegetreden als lid van de board of directors van deze vereniging. Dat is bijzonder eervol en het is een hele mooie uitdaging.

Als bestuurslid zal ik bijzondere aandacht hebben voor Religious Education als academische discipline en daarom ben ik binnen de vereniging tevens chair of the Standing Committee Religious Education in Academic Disciplines and Institutions. “This Standing Committee focuses on the engagement in and advancement of religious education in academic disciplines and in schools, colleges, universities, and graduate schools of religion and theology.” Ik zie binnen de Association een belangrijke uitdaging om internationaal de opzet en begeleiding van kwalitatief goede PhD studies op het gebied van Religious Education te stimuleren en te ondersteunen.

Deze betrokkenheid bij de REA betekent een belangrijke versteviging van het internationale netwerk van de Protestantse Theologische Universiteit en het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk & Cultuur in het veld van Religious Education en Youth Ministry research. Het sluit naadloos aan bij mijn betrokkenheid in de International Association for the Study of Youth Ministry (executive committee member), in de International Academy of Practical Theology (chair of the working group “Children & Youth”) en bij mijn rol als  chief editor van Journal of Youth and Theology.

Meer informatie over de REA is te vinden op de website van de Association: https://religiouseducation.net/

 

Bijbelgebruik in het protestants-christelijk primair en voortgezet onderwijs

Nieuwerkerk, School met de Bijbel.

Vandaag zijn de uitkomsten van ons onderzoek naar de plaats van de Bijbel in school in het protestants-christelijk p.o. en v.o. gepubliceerd. Het onderzoek is in opdracht van Verus uitgevoerd door de Christelijke Hogeschool Ede en het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur van de Protestantse Theologische Universiteit. Corina Nagel-Herweijer en dr. Elsbeth Visser-Vogel voerden het onderzoek uit en het geheel stond onder begeleiding van dr. Jan Marten Praamsma (CHE) en ondergetekende (OJKC – PThU). Hieronder de belangrijkste bevindingen op een rij [overgenomen uit het persbericht]:

De Bijbel wordt in de volle breedte van het christelijk onderwijs op veel verschillende manieren gebruikt. Leraren en leidinggevenden ervaren wel uitdagingen bij het gebruik van de Bijbel in de klas en de school: leerlingen zijn niet altijd geïnteresseerd, en ook collega’s weten soms niet goed wat ze met de Bijbel aan moeten. Leraren geven ook aan dat ze kennis en vaardigheden missen, met name om het gesprek met leerlingen te voeren en hen in staat te stellen zelf betekenis in de Bijbel te ontdekken.

Dat blijkt uit een kwalitatief onderzoek in opdracht van Verus naar de plaats van de Bijbel in het christelijk primair en voortgezet onderwijs. Corina Nagel-Herweijer en dr. Elsbeth Visser-Vogel voerden het onderzoek namens de Protestantse Theologische Universiteit en de Christelijke Hogeschool Ede uit. In focusinterviews ondervroegen zij leraren en schoolleiders van zes po- en zes vo-scholen naar hun perceptie van de plaats van de Bijbel in hun school. De onderzochte scholen vertegenwoordigen de volle breedte van protestants-christelijk primair en voortgezet onderwijs in Nederland.

Direct en indirect Bijbelgebruik
Het onderzoek schetst een rijk beeld van de rol die de Bijbel op de scholen speelt. Direct gebeurt dat vooral in de dagopeningen, het vakgebied godsdienst/levensbeschouwing en vieringen. Ook is Bijbelgebruik meer indirect terug te zien in bijvoorbeeld kernwaarden die scholen aan de Bijbel ontlenen en de manier waarop leidinggevenden en leraren zich in hun dagelijks handelen door de Bijbel laten inspireren.
Leraren vertelden over openhartige gesprekken met hun leerlingen naar aanleiding van een Bijbelgedeelte. Leidinggevenden vertelden hoe de Bijbel hen inspireert bij het creëren van een veilig werk- en leerklimaat voor hun docenten en leerlingen. De Bijbel blijkt in veel gevallen in het DNA van de school te zitten.

Een vreemd boek dat schuurt
Veel ondervraagde leraren en leidinggevenden ervaren het als een probleem dat heel wat leerlingen en collega’s de relevantie van de Bijbel niet bij voorbaat inzien. Zoals veel leraren worstelen met de desinteresse van hun leerlingen, staan schoolleiders voor de vraag hoe zij bij een deel van hun leraren de waarde van de Bijbel voor het onderwijs voor het voetlicht kunnen brengen.
Daarnaast kan een gebrek aan kennis en vaardigheden leiden tot handelingsverlegenheid bij het aan de orde stellen van de Bijbel in de klas. De reflex is dan om te proberen de Bijbel toch interessant, begrijpelijk of aantrekkelijk te maken.
Het onderliggende probleem zou echter wel eens kunnen zijn dat de Bijbel voor leraren en schoolleiders zelf niet relevant is, of juist té vertrouwd en vanzelfsprekend, opperen Nagel en Visser. Door de Bijbel te introduceren als een vreemd boek dat schuurt met wat vertrouwd en vanzelfsprekend is en waarin steeds opnieuw betekenis moet worden ontdekt, kunnen bij leerlingen en collega’s nieuwe ingangen gevonden worden.

Niet alleen een geloofsboek
Zowel bij leerlingen als bij leraren kan het helpen om andere ingangen te zoeken, denken de onderzoekers. Anders dan zowel gelovige als niet-gelovige leraren vaak denken, is de Bijbel niet alleen een geloofsboek. Het is ook een cultuurboek dat helpt om de cultuur te verstaan en een wijsheids- of levensboek “waaraan wij onze ervaringen kunnen spiegelen en waardoor wij ons kunnen laten inspireren als zinzoekend wezen. Elk van deze ingangen kan het relevantiebesef van leraren en leerlingen voor de Bijbel vergroten”, aldus de onderzoekers.
Ze pleiten voor professionalisering van leraren, die zich vooral zou moeten richten op uitbreiding van de godsdienstpedagogische en didactische gereedschapskist die zij nodig hebben om de Bijbel een plek in hun onderwijs te geven.

Reactie Verus
“Verus ziet in dit onderzoek een appel aan christelijke scholen om intern het gesprek te voeren over de vraag waarom het weerbarstige, tegendraadse verhaal van de Bijbel een blijvende plek verdient in het verhaal over goed onderwijs”, zegt voorzitter Wim Kuiper. “Het laat ook de behoefte zien aan praktische handvatten om het Bijbelse verhaal op een vernieuwende, creatieve manier met leerlingen en collega’s aan de orde te stellen. Daar levert Verus graag een bijdrage aan.”

Het volledige onderzoeksrapport is te lezen op http://www.verus.nl/bijbelonderzoek.