Learning in encounter

Ontmoeting met ‘de ander’ is het thema van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association die deze dagen gehouden wordt in St Louis. Gisteren gaf ik een bijdrage onder de titel “learning in encounter and foundations of education”. Voor de geinteresseerden is de uitgebreidere tekst van deze bijdrage te lezen via onderstaande link.

Raising a child is madness: learning in encounter and foundations of education

 

Advertenties

Religious Education Association

Tijdens het jaarlijkse congres van de Religious Education Association (REA) in St. Louis (V.S.) ben ik zojuist toegetreden als lid van de board of directors van deze vereniging. Dat is bijzonder eervol en het is een hele mooie uitdaging.

Als bestuurslid zal ik bijzondere aandacht hebben voor Religious Education als academische discipline en daarom ben ik binnen de vereniging tevens chair of the Standing Committee Religious Education in Academic Disciplines and Institutions. “This Standing Committee focuses on the engagement in and advancement of religious education in academic disciplines and in schools, colleges, universities, and graduate schools of religion and theology.” Ik zie binnen de Association een belangrijke uitdaging om internationaal de opzet en begeleiding van kwalitatief goede PhD studies op het gebied van Religious Education te stimuleren en te ondersteunen.

Deze betrokkenheid bij de REA betekent een belangrijke versteviging van het internationale netwerk van de Protestantse Theologische Universiteit en het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk & Cultuur in het veld van Religious Education en Youth Ministry research. Het sluit naadloos aan bij mijn betrokkenheid in de International Association for the Study of Youth Ministry (executive committee member), in de International Academy of Practical Theology (chair of the working group “Children & Youth”) en bij mijn rol als  chief editor van Journal of Youth and Theology.

Meer informatie over de REA is te vinden op de website van de Association: https://religiouseducation.net/

 

Bijbelgebruik in het protestants-christelijk primair en voortgezet onderwijs

Nieuwerkerk, School met de Bijbel.

Vandaag zijn de uitkomsten van ons onderzoek naar de plaats van de Bijbel in school in het protestants-christelijk p.o. en v.o. gepubliceerd. Het onderzoek is in opdracht van Verus uitgevoerd door de Christelijke Hogeschool Ede en het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur van de Protestantse Theologische Universiteit. Corina Nagel-Herweijer en dr. Elsbeth Visser-Vogel voerden het onderzoek uit en het geheel stond onder begeleiding van dr. Jan Marten Praamsma (CHE) en ondergetekende (OJKC – PThU). Hieronder de belangrijkste bevindingen op een rij [overgenomen uit het persbericht]:

De Bijbel wordt in de volle breedte van het christelijk onderwijs op veel verschillende manieren gebruikt. Leraren en leidinggevenden ervaren wel uitdagingen bij het gebruik van de Bijbel in de klas en de school: leerlingen zijn niet altijd geïnteresseerd, en ook collega’s weten soms niet goed wat ze met de Bijbel aan moeten. Leraren geven ook aan dat ze kennis en vaardigheden missen, met name om het gesprek met leerlingen te voeren en hen in staat te stellen zelf betekenis in de Bijbel te ontdekken.

Dat blijkt uit een kwalitatief onderzoek in opdracht van Verus naar de plaats van de Bijbel in het christelijk primair en voortgezet onderwijs. Corina Nagel-Herweijer en dr. Elsbeth Visser-Vogel voerden het onderzoek namens de Protestantse Theologische Universiteit en de Christelijke Hogeschool Ede uit. In focusinterviews ondervroegen zij leraren en schoolleiders van zes po- en zes vo-scholen naar hun perceptie van de plaats van de Bijbel in hun school. De onderzochte scholen vertegenwoordigen de volle breedte van protestants-christelijk primair en voortgezet onderwijs in Nederland.

Direct en indirect Bijbelgebruik
Het onderzoek schetst een rijk beeld van de rol die de Bijbel op de scholen speelt. Direct gebeurt dat vooral in de dagopeningen, het vakgebied godsdienst/levensbeschouwing en vieringen. Ook is Bijbelgebruik meer indirect terug te zien in bijvoorbeeld kernwaarden die scholen aan de Bijbel ontlenen en de manier waarop leidinggevenden en leraren zich in hun dagelijks handelen door de Bijbel laten inspireren.
Leraren vertelden over openhartige gesprekken met hun leerlingen naar aanleiding van een Bijbelgedeelte. Leidinggevenden vertelden hoe de Bijbel hen inspireert bij het creëren van een veilig werk- en leerklimaat voor hun docenten en leerlingen. De Bijbel blijkt in veel gevallen in het DNA van de school te zitten.

Een vreemd boek dat schuurt
Veel ondervraagde leraren en leidinggevenden ervaren het als een probleem dat heel wat leerlingen en collega’s de relevantie van de Bijbel niet bij voorbaat inzien. Zoals veel leraren worstelen met de desinteresse van hun leerlingen, staan schoolleiders voor de vraag hoe zij bij een deel van hun leraren de waarde van de Bijbel voor het onderwijs voor het voetlicht kunnen brengen.
Daarnaast kan een gebrek aan kennis en vaardigheden leiden tot handelingsverlegenheid bij het aan de orde stellen van de Bijbel in de klas. De reflex is dan om te proberen de Bijbel toch interessant, begrijpelijk of aantrekkelijk te maken.
Het onderliggende probleem zou echter wel eens kunnen zijn dat de Bijbel voor leraren en schoolleiders zelf niet relevant is, of juist té vertrouwd en vanzelfsprekend, opperen Nagel en Visser. Door de Bijbel te introduceren als een vreemd boek dat schuurt met wat vertrouwd en vanzelfsprekend is en waarin steeds opnieuw betekenis moet worden ontdekt, kunnen bij leerlingen en collega’s nieuwe ingangen gevonden worden.

Niet alleen een geloofsboek
Zowel bij leerlingen als bij leraren kan het helpen om andere ingangen te zoeken, denken de onderzoekers. Anders dan zowel gelovige als niet-gelovige leraren vaak denken, is de Bijbel niet alleen een geloofsboek. Het is ook een cultuurboek dat helpt om de cultuur te verstaan en een wijsheids- of levensboek “waaraan wij onze ervaringen kunnen spiegelen en waardoor wij ons kunnen laten inspireren als zinzoekend wezen. Elk van deze ingangen kan het relevantiebesef van leraren en leerlingen voor de Bijbel vergroten”, aldus de onderzoekers.
Ze pleiten voor professionalisering van leraren, die zich vooral zou moeten richten op uitbreiding van de godsdienstpedagogische en didactische gereedschapskist die zij nodig hebben om de Bijbel een plek in hun onderwijs te geven.

Reactie Verus
“Verus ziet in dit onderzoek een appel aan christelijke scholen om intern het gesprek te voeren over de vraag waarom het weerbarstige, tegendraadse verhaal van de Bijbel een blijvende plek verdient in het verhaal over goed onderwijs”, zegt voorzitter Wim Kuiper. “Het laat ook de behoefte zien aan praktische handvatten om het Bijbelse verhaal op een vernieuwende, creatieve manier met leerlingen en collega’s aan de orde te stellen. Daar levert Verus graag een bijdrage aan.”

Het volledige onderzoeksrapport is te lezen op http://www.verus.nl/bijbelonderzoek.

 

Bevrijd de catechese uit haar isolement

Het septembernummer van CW Opinie is een themanummer over opvoeding. Daarin verscheen onderstaand interview waarin ik word bevraagd over het verschijnsel catechese.

Bevrijd de catechese uit haar isolement
Interview door Nels Fahner met Jos de Kock.

Wordt er überhaupt nog veel catechese gegeven in de klassieke zin van het woord: overdracht van geloofskennis?
“Klassieke catechese zou je kunnen zien als: catecheseavonden waarbij een groep leeftijdsgenoten bij elkaar komt onder leiding van een catecheet. Dat hoeft trouwens niet perse kennisoverdracht te zijn, want catechese is een veel breder begrip. Er is op dit punt veel ongelijktijdigheid. Je kunt zo de kerken aanwijzen waarbij dit helemaal niet meer op het programma staat. Maar bij andere kerken is catechese, weliswaar niet op de klassieke manier, wel in beeld en worden niet alleen kinderen, maar ook volwassenen op die manier gevormd. Er is dus veel catechese in de kerk, maar het gebeurt niet op geplande momenten. In die zin is catechese niet aan het verdwijnen, er is juist veel in beweging. Maar klassieke catechese, dat wil zeggen op basis van een methode en met een strak uitgelijnd curriculum, dat komt inderdaad lang niet overal meer voor.”

Wat is het belangrijkste dat kinderen moeten leren via catechese?
“Dat is een goede vraag, die ik mijn studenten en de predikanten met wie ik werk ook veel voorleg. Er is niet één antwoord op te geven. Er zijn veel antwoorden mogelijk. Mijn ervaring is dat die antwoorden niet zo zeer per kerkgenootschap of denominatie verschillen. Het is juist erg verschillend per catecheet, dus per persoon die de catechese geeft, welk antwoord er gegeven wordt.” Persoonlijk vind ik het bijvoorbeeld waardevol dat een kind of jongere door catechese God en zichzelf leert kennen en leert om te leven en vieren in gemeenschap met andere gelovigen.

Als ik het goed begrijp geeft u als tip om voordat je een bepaalde methode kiest, vooral stil te staan bij het doel van catechese. Wordt catechese dan niet heel erg individueel bepaald?
“Wat het eerste betreft: de doelstelling is het meest sturende element in de catechese. Als je daar heel expliciet over bent, kun je ook scherpe keuzes maken. Dat bepaalt hoe de catechisanten zich kunnen bewegen binnen de gegeven ruimte. Het bepaalt ook hoe je een methode gebruikt. Je kunt wel blind een methode volgen, maar dan lever je je ook uit aan de doelstelling van die methode. Wil je dat wel, is dan de vraag.
Het is niet zo dat het daardoor heel individueel wordt. Dat valt wel mee, is mijn ervaring. Catechese moet wel passend zijn bij de groep waarmee je werkt, bij de geloofsgemeenschap, bij de catecheet zelf. Zo is er ook altijd een verbinding met de traditie.”

‘Vieren is leren’ is een uitspraak die u in een eerder artikel deed. Kunt u dat eens toelichten? Op welke manier leren kinderen door te vieren?
“Je kunt eigenlijk van alles in de plek van ‘vieren’ zetten, want kinderen zijn continu aan het leren. Maar als het gaat om de kerkdienst als viering, het bidden, het samenkomen is dat ook zeker het geval. Wat zo bijzonder is aan kerkdiensten, is dat het momenten zijn waarbij heel veel zintuigen worden aangesproken. Je kunt leren zien als een kwestie van informatie tot je nemen, maar leren heeft ook heel veel te maken met emotie, met fysieke ervaringen, met ruiken en voelen. Als een kind leert fietsen, is het vallen en de pijn die daarbij gevoeld wordt, onderdeel van het leerproces. En er komt ook vreugde bij kijken als het lukt.
Voor kerken zie ik daarom twee belangrijke punten. Allereerst: ga ervanuit dat er heel veel geleerd wordt in vieringen. Dan is het de vraag: hoe vieren wij? Hoe vindt dat leren plaats? Ten tweede kun je dat besef dat er op deze manier geleerd wordt ook omzetten in actie. Je kunt dan de pragmatische vraag stellen hoe er in de catechese winst te boeken valt. Je kunt met elkaar een boek openslaan, maar je kunt catechese ook zo vormgeven dat er meer zintuigen bij betrokken zijn.
In een bepaalde gemeente ging het bijvoorbeeld om de zorg voor gevangenen. Een predikant kan daar dan over spreken met jongeren. Maar in dit geval besloot de predikant om met catechisanten op bezoek te gaan bij gevangenen. Precies dat is catechese. Je kunt natuurlijk ook andere labels erop plakken. Dit heeft ook alles met je doelstelling te maken, om terug te komen op wat ik net zei. Als je doel is om jongeren te leren voor gevangenen te zorgen, ze daar ervaring mee te laten opdoen, dan voel je al aan dat je er niet bent door er alleen aan tafel over te praten. Dat praten is niet verkeerd, er hoort alleen een andere categorie doelstelling bij. In dit geval leidt die niet tot datgene waar je het voor doet.”

U hebt dus eigenlijk een heel breed catechese-begrip.
“Ja. Maar historisch is het ook zo dat catechese nooit los stond van het leven van een geloofsgemeenschap. Het is een ontwikkeling geweest in de afgelopen eeuw in de protestantse kerken dat we met elkaar in een lokaal gaan zitten, waarbij er ofwel een referaat van de catecheet volgt of er veel discussie is en gesprek. In beide gevallen is dat een heel verbale manier van bezig zijn met geloofsinhouden. Ik zou zeggen: vooral het leven is uitgangspunt, en soms is daarbij uitleg nodig: waarom doen we het zoals we het doen? Dan ga je met elkaar aan tafel zitten om dat te bespreken.
Maar wat heeft het dan nog voor zin om op dinsdagavond een uurtje bij elkaar te komen, vragen mensen mij weleens. Het is zeker belangrijk om regelmatig even de zaken met een zekere afstand te bekijken: waar zijn we eigenlijk mee bezig als gemeenschap? En ja, dan helpt het om de bronnen te raadplegen, Bijbelpassages te lezen en te overdenken met elkaar. Dan is het niet een geïsoleerd gebeuren.”

In een groep heb je vaak kinderen met verschillende interesses en verschillende intelligentie. Hoe ondervang je die verschillen?
“Dat is een veel gehoorde vraag van catecheten die daarmee worstelen. Vaak wordt dan als voorbeeld gegeven het jongetje op het gymnasium en het vmbo-meisje die samen catechisatie volgen waarbij het jongetje verbaal sterk is en het meisje het eng vindt om überhaupt te praten. Dat is natuurlijk vooral lastig als het om het verbale gaat. Wat dat betreft moet je in doelstellingen breed denken. Dat meisje kan bepaalde dingen heel goed. Je moet dus krachten bij verschillende mensen aanboren en hen bedienen in je doelstelling.”

Klopt het dat kennisoverdracht tegenwoordig wordt gehinderd door het idee dat het vooral allemaal leuk moet zijn? Kan dat wel? Soms zij dingen niet ‘leuk’.
“Dat kan natuurlijk zo zijn. Maar het is volgens mij niet zo dat het overal zo leuk moet zijn dat er daarom geen kennisoverdracht plaats vindt. ‘Leuk’ is ook belangrijk. Leren heeft te maken met emotie. Die herinnering heeft iedereen wel, dat leren iets was dat gemak en plezier verschafte omdat je er interesse in had.
Het is wel zo dat er andere doelstellingen centraal zijn komen te staan in de catechese. Het is meer een doel geworden om met elkaar in gesprek te zijn over thema’s in geloof, en kinderen hebben daarbij meer zelf in te brengen. Dat is een verschuiving die heeft plaatsgehad. Het gaat ook meer over het doen, over samen dingen ondernemen. Er is daar doorheen nog steeds sprake van ontwikkeling van meer kennis. Dat is alleen van de buitenkant niet altijd zichtbaar. Het gaat inderdaad minder om de inhoud van de catechismus of feiten uit de kerkgeschiedenis. Maar het is de vraag of dat erg is.”

Het lijkt mij toch van wel? Ik ben zelf nu 31 jaar en ik kom er nu wel achter dat er een verschil van leven volgt uit de ideeën over hoe dat leven in elkaar zit.
“Natuurlijk. We moeten de kennisontwikkeling als doelstelling ook scherp houden. Daarom wordt er in methodes voor kinder- en basiscatechese ook veel aan feitenkennis gedaan voor kinderen van een jaar of tien, elf. Veel kinderen op die leeftijd vinden het leuk om die informatie tot zich te nemen. Het is ook een heen-en-weerbeweging: op het moment dat kennisoverdracht naar de achtergrond verdwijnt, zijn er ook weer initiatieven die dat element terugbrengen.”

Volwassen worden in de kerk

In 2014 verscheen onder de titel Waarom zou je volwassen worden? een Nederlandse vertaling van het boek Why grow up? Philosophy in transit van Susan Neiman. Het boek van Neiman is een bijdrage vanuit de filosofie aan het maatschappelijke debat over wat volwassenheid inhoudt en waar volwassenheid goed voor is.

Deze zomer verscheen in het tijdschrift Radix een artikel van mijn hand onder de titel Volwassen worden in de kerk. In dat artikel ga ik in op de boodschap van het boek van Neiman en maak ik een toepassing op de context van (religieuze opvoeding in) de kerk. Ik geef daarin onder andere een schets van hoe idealen en in het bijzonder het volwassenheidsideaal functioneren in kerken.  En uiteraard ga ik in op de vraag: wat betekent volwassen worden in de kerk?

Die vraag is overigens een goede vraag om jezelf te stellen als je op wat voor manier in de kerk verantwoordelijkheid draagt voor kinder- of jeugdwerk. en het is een goede vraag om jezelf te stellen als je op wat voor manier in de kerk verantwoordelijkheid draagt voor het werken met volwassenen. Eigenlijk is Wat betekent volwassen worden in de kerk? een hele goede vraag voor de kerk in zijn geheel.

Wat betekent volwassen worden in de kerk? Zegt u het maar.

 

Naar aanleiding van:
De Kock, A. (2017). Volwassen worden in de kerk. Radix43(2), 78-84.

 

Mogelijkheid onderzoekssamenwerking kinderen/jongeren & geloof

Er is een interessante mogelijkheid tot onderzoekssamenwerking op het gebied van kinderen/jongeren & geloof:

Gepromoveerde predikanten en andere gepromoveerde theologen hebben nu de mogelijkheid om aan de PThU als geassocieerd onderzoeker te werken aan wetenschappelijk onderzoek en een wetenschappelijke publicatie.

Diverse collega’s uit de verschillende onderzoeksgroepen zijn bereid om daarin met je samen te werken. Dat geldt natuurlijk ook voor mij. Dus: ben jij gepromoveerd predikant/theoloog en geinteresseerd in verder empirisch praktisch theologisch onderzoek op het gebied van kinderen/jongeren & geloof? Neem dan gerust contact met me op. Meer informatie is hier te vinden.

Jos de Kock doet onderzoek op het terrein van kinderen/jongeren & geloof; het snijvlak van leren en vieren; vormgeving van en resultaten van catechesepraktijken; begeleiden van leerprocessen in de christelijke gemeente;  en godsdienstige vorming in geloofsgemeenschappen, waaronder scholen. Het onderzoek betreft praktisch theologisch onderzoek met een sterke empirische component en de discipline van de godsdienstpedagogiek is het specialisme van De Kock.

Working group “Children and Youth”

Glad to announce:

This month I started the Working Group “Children & Youth” within the International Academy of Practical Theology:

Working Group “Children & Youth” –  The IAPT working group of practical theological research on faith practices with children and youth

Contact: Jos de Kock 

Important part of the study of and critical reflection on practical theological thought and action is how practical theologians (scholars and practitioners alike) and religious practices of all sorts are dealing with what might be called the issue of “the next generation”. The working group “Children & Youth” is a group in which the issue of “the next generation” is addressed, directed towards international, interracial, and ecumenical dialogue and understanding.

AIM

The aim of the working group is

  • To share and discuss results of current practical theological studies in the field of faith practices with children and youth;
  • To serve scholarship in the broad field of children, youth, faith, theology and culture.
  • To interconnect the networks and resources of the discipline of religious education, the discipline of youth ministry and children’s ministry, the
  • discipline of children’s spirituality and the discipline of child and youth theology.

TASKS

  • To organize (in close cooperation with the planning committee) of a thematic papers session and/or a round table session during each IAPT conference in which the conference main theme is applied to the field of children & youth;
  • To stimulate expert/collegial meetings in between the IAPT conferences, for example during conferences of other international associations and networks;
  • To stimulate international co-authored practical theological publications in the field of faith practices with children and youth.
    All members of the IAPT are invited to join this working group and/or to share their ideas in order to achieve our aim.

(Executive Committee Liaison: Annemie Dillen)

Week van de opvoeding en Foundations of Education

Het duurt nog even, maar op 2 oktober start de jaarlijkse week van de opvoeding. Dit keer met als thema ‘buiten de lijntjes’. Het gaat dit jaar dus om out of the box denken en doen in de opvoeding. Het thema heeft ook te maken met de ontmoeting met ‘de ander’: diegene die op het eerste gezicht niet in jouw straatje past of die geen onderdeel uitmaakt van jouw ‘eigen’ groep en de comfortzone van je kind of jou als opvoeder.

Ontmoeting met ‘de ander’ is ook het thema van de jaarlijkse conferentie van de Religious Education Association: Die start precies een maand later, op 2 november; in St Louis (Missouri). Daar zal ik een bijdrage leveren onder de titel “learning in encounter and foundations of education”. Ik zal daar twee uitgangspunten uit mijn boek Opvoeden is gekkenwerk bediscussiëren, namelijk (a) opvoeden is gericht op vrijheid en recht en (b) een kind is niet zichzelf zonder de ander. Hieronder tref je de summary aan van wat ik daar ga doen.

Het is een mooie kans om wat in technische termen begon als valorisatie project weer terug te brengen in het internationale academische discours. Zeer benieuwd wat dat weer gaat opleveren. Maar zoals gezegd: de maand daarvoor is er de week van de opvoeding. Wie weet kan daarin ook nog wat georganiseerd worden rond de thema’s ‘ontmoeting met de ander’, ‘buiten de lijntjes’ en uitgangspunten van goede opvoeding in deze tijd. Ik houd me aanbevolen.

Learning in encounter and foundations of education
Under the heading of the main theme Learning in Encounter, two of the main questions of this year’s conference are: (a) how do we deal with differences, and (b) which theological, educational, and philosophical foundations should our learning be based on? Learning in encounter and to learn from differences are at the very heart of my just published (in Dutch) book: Opvoeden is gekkenwerk – 11 uitgangspunten. In English, this reads: Raising a child is madness – 11 foundations of education. On the basis of 11 foundations, the book, from my academic, professional and personal point of view, reflects on important ideals and interests for bringing up a new generation nowadays and in the near future. These 11 foundations have both theological, educational and philosophical underpinnings and, as said, learning in encounter and learning from differences are more than once at the very heart of it.

The book is to be considered as a valorisation project of insights derived from three sources of reflection. In the first place a reflection on outcomes of my practical theological research on religious education and youth ministry practices. In the second place a reflection on what I as a religious educator at the Protestant Theological University in The Netherlands, implicitly or explicitly communicate when it comes to foundations of ‘good’ (religious) education. In the third place a reflection on my own practices as father in my own family and being a foster family for children and teenagers in vulnerable situations. I am convinced that all these reflections also borrow from insights derived from debates, interactions and research within international networks in my work, among which the Religious Education Association is an important one.

Given the main theme of the 2017 REA conference, I would like to focus in my paper presentation on two particular foundations: (2) Education is directed towards freedom and right: education is aiming at letting children become free persons who contribute to a righteous world; (3) One cannot be an individual without the other: by education a child becomes him/herself only by letting the life of others be part of his/her own life.

In this conference/paper I would like to bring back the content of the book into the academic and professional debate among religious educators by focusing on learning in encounter with the other who is different. Furthermore I would like to address in particular the ideal of freedom and the ideal of right(eousness) in this very encounter. Both theological land educational/pedagogical arguments will be elaborated. Main contribution of the paper presentation is an initiation of a fruitful discussion on foundations of education in the nowadays context worldwide.

Three new publications: Ritual, Apprenticeship & Youth Ministry research

I would like to share with you the publication of the following three research articles that might be interesting for some of you. These articles are for an important part product of reflections within our IASYM community in the past years and are (to be) published in high ranked journals. I am really happy with that. The first one on ritual, worship and learning (together with Ronelle Sonnenberg) has just been published in Studia Liturgica. The second one on apprenticeship learning is to be published in the coming months in Religious Education, where the third one which is a reflection on the empirical as starting point for youth ministry research (together with Bård Eirik Hallesby Norheim) is to be published later this year in International Journal of Practical Theology.
– De Kock, A., & Sonnenberg, P.M. (2016). Ritual links worship and learning. An empirical and theoretical contribution from the perspective of young people participating in the Lord’s Supper. Studia Liturgica, 46(1-2), 68-84
– De Kock, A. (2017). Challenges to apprenticeship learning in religious education: narrow use of the apprenticeship model and current developments in youth ministry. Accepted for publication in Religious Education.
– De Kock, A., & Norheim, B.E.H. (2017). Youth ministry research and the empirical. Accepted for publication in International Journal of Practical Theology.

 

 

Meer geloofsbeleving, meer lichaam

Column, te verschijnen in Jente, nr. 24, oktober 2016lichaam

Je kent die oproep wel: “Er moet meer plaats zijn voor beleving in de kerk”. Je zou ook kunnen zeggen: “er moet meer plaats zijn voor het lichaam in de kerk”. Want geloofsbeleving heeft alles met je lichaam te maken. Daarom is het lichaam zo belangrijk in de geloofsopvoeding van kinderen. En dat is veel meer dan aan kinderen leren dat hun lichaam wonderlijk mooi gemaakt is door de Schepper.

Geloven is niet alleen een kwestie van dingen weten over God en de Bijbel. Geloven gaat ook over doen en voelen. Het lichaam speelt daarin een belangrijke rol. Beleving is een lichamelijke ervaring. Als je iets beleeft, ervaar je het bewust met je zintuigen: een omgeving, een gebeurtenis, God. Die bewuste ervaring wordt gevormd door bijvoorbeeld wat je ruikt, wat je voelt met je huid of letterlijk in je onderbuik.

Lichamelijke ervaringen vormen op een bepaalde manier je geloof. Denk maar heel concreet aan hoe de kerkbank zit, de geur van je bijbeltje, het gevoel tijdens het zingen van een lied. Deze lichamelijke ervaringen, op enig moment opgedaan, kun je een heel leven lang met je meedragen.

Het lichaam is op nog een andere manier belangrijk in de geloofsopvoeding. Je lichaam helpt je ook om uiting te geven aan je geloof: denk maar eens aan de houding waarin je bidt, de handen die je opsteekt tijdens een worship moment of de gebaren die je maakt als je met je kinderen spreekt over God. En in de kerk zijn er natuurlijk de sacramenten: het water van de doop dat je voelt, het brood en de wijn die je proeft. In rituelen en sacramenten doet het lichaam volop mee.

Het lichaam heeft dus een belangrijke rol in de vorming van geloof en de expressie van geloof. Geloofsopvoeding moet zich daarom niet beperken tot het spreken, het lezen en het Woord. Bijbelse dagboekjes en een goed gesprek op zijn tijd zijn natuurlijk belangrijk. Maar geloofsopvoeding besteedt ook aandacht aan het doen, voelen en het ritueel.

Meer geloofsbeleving kan dus alleen als er ook meer aandacht voor het lichaam is.